Historie

HistorieLink Limburg

 

  (bron:  website van de Provincie Limburg (http://www.limburg.nl)
   

Het Limburgse wapen

Het Limburgse wapen   Koning Willem III verleende Limburg bij Koninklijk Besluit van 27 december 1886 een wapen. In het Limburgse provinciewapen zijn de wapens van de vier voornaamste vorstendommen opgenomen waarvan delen, tot de komst van de Fransen in 1794, behoorden tot de tegenwoordige provincie Limburg. Het wapen van Limburg is een afspiegeling van de staatkundige wordingsgeschiedenis van deze provincie.

De volledige beschrijving van het schild is als volgt:

Linksboven in een zilveren veld staat een rode leeuw met dubbele staart met goud gekroond en met gouden klauwen. Het is ontleend aan het oude wapen van de landsheer van Valkenburg

Rechtsboven staat in een gouden veld een ongekroonde, zwarte leeuw, met rode tong en rode klauwen. De leeuw is ontleend aan het blazoen van het Huis Gulik

Linksonder staan op een gouden ondergrond drie horens van rood met zilveren banden. Dit gedeelte houdt verband met het wapen van Horn.

Rechtsonder staat in een blauw veld een gouden leeuw met dubbele staart, een rode tong en een kroon en klauwen van goud. Dit is het oude wapen van het hertogdom Gelre (het huidige Gelderland).

Over deze vier zogenaamde "kwartieren" heen ligt een hartschild. Hierop staat in een zilveren veld een rode leeuw met gouden kroon en klauwen, afkomstig van het oude wapen van het hertogdom Limburg. Het hele schild is bedekt met de Limburgse hertogelijke hoed of kroon.

 


De Limburgse vlag  

Provinciale Staten van Limburg hebben op 28 juli 1953 een provinciale vlag vastgesteld.
Deze is als volgt: "twee horizontale banen van gelijke hoogte: boven zilver (wit), beneden goud (goudgeel), van elkaar gescheiden door een smallere baan van blauw; over alles heen, geplaatst aan de broekzijde (stokzijde) en daarnaar gewend, een gekroonde, rode leeuw met dubbele staart".

Hier artikel uit De Maasgouw 'Een vlag voor Limburg '

   

naar bovenHet Limburgse volkslied

Het Limburgse volkslied was aanvankelijk bedoeld als een romantische ode op de provincie Nederlands-Limburg.
Voor de oorsprong ervan moeten we naar Roermond. Het Limburgse volkslied werd er geschreven door de Nederlandse onderwijzer Gerard Krekelberg (1864-1937). Hij schreef de tekst waarschijnlijk op verzoek van Hendrik Tijssen (1862-1926), dirigent van het Roermonds Mannenkoor, die het lied in 1909 voor het eerst uitvoerde.
Het bronsgroen eikenhout waarover Gerard Krekelberg dichtte waren de (ondertussen verdwenen) eikenbomen rond het kasteel Borgitter in Kessenich. Dit kasteel ligt op de boord van de Itterbeek op de grens met de dorpskom van het Nederlandse Neeritter. Gerard Krekelberg was geboren in Neeritter. De gemeente Hunsel, waarin Neeritter is opgenomen, noemde het dorpsplein naar zijn "beroemde" zoon het "Krekelbergplein". Zijn geboortehuis staat er nog. Volgens sommige bronnen werd derde strofe niet door Gerard Krekelberg gedicht, maar werd ze achteraf door iemand ander erbij "gelapt". Die "Geus" in de laatste regel moet trouwens "God" zijn.
Het lied werd spoedig populair, zowel in Nederlands- als in Belgisch-Limburg en geldt tegenwoordig als "volkslied" van beide Limburgen.

Tekstdichter: Gerard Krekelberg (1864-1937)Componist: Henri Tijssen (1862-1926)Ontstaan op 31 januari 1909

 

"Limburg mijn Vaderland"

Waar in 't bronsgroen eikenhout
't nachtegaaltje zingt;
Over 't malse korenveld
't lied des leeuweriks klinkt;
Waar de hoorn des herders schalt
langs der beekjes boord:

refrein:
Daar is mijn Vaderland
Limburgs dierbaar oord!
Daar is mijn Vaderland
Limburgs dierbaar oord!

Waar de brede stroom der Maas
statig zeewaarts vloeit;
Weeldrig sappig veldgewas
kost'lijk groeit en bloeit;
Bloemengaard en beemd en bos
overheerlijk gloort:

- refrein -

Waar der vaad'ren schone taal
klinkt met held're kracht;
Waar men kloek en fier van aard
vreemde praal veracht;
Eigen zeden, eigen schoon
't hart des volks bekoort:

- refrein -

Waar aan 't oud Oranjehuis
't volk blijft hou en trouw;
Met ons roemrijk Nederland
één in vreugd en rouw;
Trouw aan plicht en trouw aan God
heerst van Zuid tot Noord: