Opa vertelt Louis over de vestingwerken van Maastricht
|
||
|
'Meneer de kolonel ingenieur Carel Diederik du Moulin werd in 1772 benoemd tot de directeur van het Departement van Fortificatiën der Oppermaze'. Zo begon Opa zijn verhaal aan Louis te vertellen. Ze stonden inmiddels in de linie van Du Moulin, voor sortie E. En daar kom je via het poortje aan de Cabergerweg, nabij meubelboulevard René Pans. 'Hij, het was een mannetje, had de vele verdedigingswerken van Maastricht bekeken maar kon de samenhang er niet in zien. Vandaar hij ervoor gezorgd heeft dat de bestaande vestingwerken tot één geheel werden gevormd. Daarbij paste hij nog extra verbeteringen toe. Een gebied van 15 ha. is daar nu nog van bewaard gebleven. De linie van Du Moulin behoren tot de Hoge Fronten, verdedigingswerken die zonder inundatie werken. Inundatie wil zeggen dat het gebied bewust onder water werd gezet ter verdediging. Aangezien De Hoge Fronten op een hoger gelegen deel liggen, kon men hier geen water krijgen'. '1690 Was het jaar dat een viertal bastions gebouwd werden. Holsteyn, Saxen, Engeland en Waldeck. Waldeck ligt bij het Tongerseplein. Hier helemaal aan het begin van de Linie van Du Moulin waar we nu staan is Holsteyn. Hier kun je met gids of eigen sleutel naar binnen. En laat nu net mijn oorbel bestaan uit een sleutel die in de sloten hier past'. 'Dus we gaan zo naar binnen? O yes' reageerde Louis.
Opa opende de deur, schakelde het elektrische licht aan en liepen door de gang. Het was een gang gebouwd van bakstenen aan de linker kant en in een ronding gebouwd aan de bovenkant. De rechter wand had allerlei nissen van ongeveer 45 centimeter diep en 80 centimeter breed en 1 meter 10 hoog. Aan het uiteinde van de gang had je twee schietgaten.. 'Werden die gebruikt als de vijand binnen was Opa,' vroeg Louis. 'Goed opgemerkt Louis, je kunt wel een kleinzoon van mij zijn.' Vlak voor de schietgaten draaide de weg naar links waar de deur volgde die weer buiten uitkwam. Buiten was veel gras te vinden en een terrein dat ooit een voetbalveld was. 'Op die plek heeft Oranje gestaan.' 'Heeft hier het nationaal voetbalelftal gespeeld?' vroeg Louis. 'Nee man,' antwoordde Opa weer,' Bastion Oranje.' 'Aaahh' zei Louis weer. Ze liepen langs een hol stuk muur met schietgaten erin met in het midden een deur.'We gaan eerst bovenop kijken.' Langs een smal paadje, tussen het hoge gras met hier en daar een struik gingen ze steeds hogerop. Er waren zelfs nog enkele treden onderweg. Uiteindelijk zagen ze voor zich een diepe gracht waar bovenlangs het pad verder liep. Dit werd gevolgd. Aan het uiteinde, bij een punt, stond een bank. Hier stopte Opa even. 'Kijk,' begon Opa te spreken. 'De vijand kwam van die kant en wees de gracht over. Een honderd meter hier vandaan begon het langzaam naar boven te lopen, een talud. In termen van verdedigingswerken spreekt men over glacis. Aan de overkant van deze gracht had je een borstwering. De verdedigers schoten vanachter die borstwering naar de vijand. Als de vijand bovenaan was gekomen, langs de soldaten die achter die borstwering stonden, konden ze kennismaken met deze droge gracht. Als men onder in deze gracht stond, konden ze beschoten worden vanuit de holle muur, aan de buitenzijde van de gracht. Voor het geval ze wisten de muur weer te beklauteren, kwamen ze hier uit. Dan had je op dit bastion waar je nu op staat ook weer zo´n bedekte borstwand. Deze was iets hoger als aan de overzijde. Zou men als vijand hier overheen weten te komen, en nog steeds ademen, had je aan de achterzijde die holle muur waar we net langs liepen. Ook daarin had je schietgaten. Stel, ok, het was een kleine kans, dat het zou lukken om daar doorheen te raken, had je daarachter Bastion Oranje. Als toetje kon je tot slot kennismaken met de walmuur die om de stad was opgebouwd.' 'Oe-poe-pi-doe' reageerde Louis een beetje stilletjes. Samen liepen ze verder en kwamen uiteindelijk weer op het grasveld uit en stopte voor de deur die zich in de holle muur bevond. 'Dit noemen ze de keel. Dat is de achterkant van een vestingwerk. In dit geval van Bastion Holsteyn.' Opa, deed de rode deur open en weer met een dikke plof dicht. Vervolgens kwamen ze een zwart hek tegen dat Opa ook weer open deed. Ze stonden nu in een brede gang die iets krom liep. In de grond aan de kant van de muur waren spots die naar boven gericht waren. 'Kom maar naar links toe' zei Opa. Ze liepen naar een grote
tekening Die tekening zag een beetje vreemd uit maar Louis herkende het toch
wel. 'Dat blauw 'Richting 16e eeuw werd het buskruit vaker toegepast. Voor die tijd werden alleen maar krasjes op de stadsmuren gemaakt. Door het gebruik van buskruit waren de muren alleen niet meer voldoende. Ze begonnen met achter de stadsmuren aarde te storten, dat maakte de muur alweer steviger. Aan de buitenzijde van de stadspoorten werden verdedigingswerken gebouwd om de poorten te beschermen. Toen werden ook hoornwerken gebouwd aan de buitenzijde van de stadsmuren. Hoornwerken zijn bouwwerken in de vorm van een grote M. In 1690 werden de bastions Waldeck, Engeland, Saxen en dit bastion Holsteyn gebouwd.' Louis onderbrak Opa en zei 'Du Moulin heeft in 1770 verbeteringen aangebracht en één geheel ervan gemaakt.' 'Heb ik dat al gezegd, ik begin oud te worden' zei Opa. Opa liep naar de volgende tekening en Louis kwam achter hem aan. Opa weer: 'ik had je al eens verteld dat hier onder deze werken een gangenstelsel is gebouwd. Hier is er een plattegrond waarbij je ook kunt zien welke straten zich erboven bevinden. De volgende tekening is een detailkaart van de linie zoals deze er nu bij ligt. En verder hangen er nog tekeningen van dwarsdoorsneden en uniformen uit die tijd. ' 'Bekijk die tekeningen maar even.' Opa deed een deur open naar een hokje waar benzinelampen stonden. Daar pakte hij een lamp en maakte deze aan. Een spannend geluidje dacht Louis, maar zei dat niet. 'Kom maar mee Louis' sprak Opa en ze liepen samen de brede gang door, langs enkele foto´s van de natuur in de linie en foto´s toen ze deze 25 jaar geleden hebben opgeknapt. 'Kijk,' zei Opa toen ze alweer bij een ander hek stonden,' hoe donker hierachter het is.' Inderdaad was er een zwart gat te zien. Maar gewapend met de lamp durfde Louis er wel naar binnen. Opa liep met de lamp voorop en Louis liep achter hem. Opa moest iets bukken want zo hoog was de gang nu ook weer niet. Ze kwamen bij een koepel waar nog twee andere gangen op uitkwamen. Het plafond was een mooi gemetselde koepel met in het midden een gat met een doorsnede van een centimeter of dertig. Beneden aan de zijkanten waren bankjes gemetseld. Nadat Louis even om zich heen had gekeken begon Opa 'Het gat in het plafond stond via een buis in verbinding met de bovenkant van het plateau. Vanaf het plateau waar we net liepen had je een goed overzicht op het slagveld, althans de naderende vijand. Als nu in de kazematten iets moest gebeuren, werd dat hier door geroepen. Bijvoorbeeld dat de vijand op plek X stond en vanuit de kazematten aangevallen moest worden. Op de bankjes zaten de mannen te wachten.' 'Net een sauna hier' merkte Louis op. Opa nam de rechter gang. Deze maakte een bocht naar links en na een meter of twintig volgde er trappen naar boven. Het waren smalle trapjes en moest je goed uitkijken waar je liep. Ze kwamen weer in een brede gang uit die iets weg had van de gang waar ook de tekeningen aan de muur hingen. Aan het einde van de brede gang had je in het verlengde weer een smalle gang en aan het einde aan de rechterkant ook een smalle gang. Daar stopte Opa. 'We staan nu in een caponnière. Een caponnière is een gemetselde galerij om droge grachten onder vuur te nemen. En inderdaad, we zien dat dit hier een gemetselde galerij is en aan één zijde schietgaten zijn te vinden om de droge gracht te beschieten. Voordat we naar binnen gingen zijn we bastion Holsteyn opgelopen en waar de bank stond heb ik verteld. We waren toen aan de overkant van deze gracht. Toen zagen we de andere zijde van deze muur.' 'Net hebben we dus onder de gracht door gelopen' vroeg Louis. 'Exact' zei Opa. 'Via de verlengde smalle gang ga je weer terug naar dat koepeltje waar we net waren. Je ziet hier ook twee rijen schietgaten, boven en onder. Onder werd met de musketten geschoten en de bovenste gaten kon dan de rook verdwijnen. Een musket is een soort geweer, alleen veel primitiever. Het kost veel meer moeite om daar iets uit de loop te krijgen. En als je naar die schietgaten kijkt zie je dat deze allerlei richtingen uit gaan. Zo kon de hele gracht beschoten worden.' 'Ik snap het' zei Louis, we kunnen verder. Ze liepen de gang in aan de rechterzijde van de caponnière en gingen daarna links op om weer de gang door te lopen. Aan het uiteinde naar rechts, in twee knikken ging de weg naar links. Bijna aan het uiteinde liep Opa weer rechts en aan het einde weer naar rechts. Ze liepen de hele gang weer door, wel een meter of zeventig. Daar was het einde van de gang maar was wel in de grond verder gegraven. Het was logisch dat 'Bij het Beleg van 1579 werden al gangen gegraven die met hout werden gestut. Nu hielden deze het niet zo lang uit en moesten dikwijls opnieuw gemaakt worden. Met de verbeteringen van 1690 werden gangen van steen gemaakt. Du Moulin heeft die gangen in 1771 nog flink uitgebreid. Nou, hoe werden die gangen gebruikt. De vijand zou dus ook wel eens via de grond kunnen komen. En daarom hebben ze luistergangen gebouwd waar ze konden luisteren of de vijand al richting de vesting aan het graven was. Zou de vijand aankomen werd deze ondergronds getrakteerd op wat buskruit. Om toch ook iets van maatwerk te kunnen leveren, konden ze ook richting de vijand toe graven. En daarom zijn al die nissen hier in de gangen die je ziet. Die nissen zijn alleen aan die kant waar de vijand vandaan zou kunnen komen. De achterzijde van die muurtjes zijn enkel steens en niet in verband gemetseld. Dat maakt het uitbreken van die muurtjes makkelijker. Op deze plek zie je dat ze een stuk in de grond gegraven hebben. Het bewijs dat de grond hier niet snel instort als je een gang graaft. ' Ze liepen terug de gang in. 'Stel dat de vijand al
genaderd was tot in de gangen waar we hier lopen, konden ze dit moois dan ook
laten inst 'Dit maakten ze vierkant omdat in het ronde deel de deuren
niet dicht konden wegens de ronde bovenkant. In het midden van zo´n v Samen liepen ze verder de gang uit zodat ze weer in een caponnière uitkwamen. 'En dat is weer zo´n zelfde gang als daarnet.' 'Dat klopt Louis, en dit herhaalt zich nog vele keren.' Aan het uiteinde van de caponnière stopte Opa weer even en begon te vertellen. 'Als je hier weer die rechterkant op gaat, gaat de weg verder, helemaal tot bastion Waldeck. In het achterste deel, dus bij Waldeck, zijn deze gangen in de 2e Wereld Oorlog ook gebruikt als schuilkelder.10.000 personen hebben er toen meerdere keren gebruik van gemaakt. In noodgevallen konden er 23.000 personen in en schattingen van het laatste oorlogsjaar geven een getal van 30.000. In caponnières als deze had men aan beide kanten banken staan en in de mijngalerijen stonden aan één kant banken. Aan het plafond hingen kleine 12 volts lampjes die voor de verlichting zorgde. Om snel mensen binnen te kunnen laten zijn toen ook op verschillende plaatsen extra toegangen gebouwd.' 'In 1965 kwam er weer een nieuwe dreiging. Dit keer was het een aanval met radioactiviteit. Je had toen de zogenaamde BB, Bescherming Bevolking. Deze instelling richtte zes caponnières in. De muren werden geverfd, beton op de vloer, wc´s ingericht en een geheel luchtverversingssysteem dat op handkracht kon werken, een noodstroomvoorziening en een watervoorziening.. Er was plaats voor slechts 1200 mensen. In die tijd waren er meer van dergelijke schuilruimten, totaal voor een 14.000 personen. Welke selectie mensen naar binnen mochten gaan is niet bekend. In de negentiger jaren was er geen dreiging meer uit die hoek en is alles ontmanteld. Veel is door de BB beschadigd. Van de andere kant hebben ze er wel voor gezorgd dat er geen vandalisme was. Wat kijk je wazig,' zei Opa en vertelde er meteen achter aan. 'Tja, ja, de oorlog. Ik heb het allemaal meegemaakt. Vanaf hier herhalen de gangen zich, al kun je onderweg nog wel delen van die BB zien. Kom maar, we gaan hier rechtdoor terug de trappen af.' Louis liep achter Opa de trappen af en gingen daarmee onder de droge gracht doorlopen tot de kern van het volgende bastion, bastion Erfprins. Ze kwam weer bij een koepel uit en namen de gang waarvan aan het uiteinde een klein lichtje was te zien. Het was een deur naar buiten. Met de grote sleutel werd de deur opengedaan. Ze kwamen zo´n beetje midden in het groen uit. 'Ja Louis,' begon Opa weer, 'het is hier niet alleen een gebied met oude vestingwerken maar ook een natuurgebied. Dat moet hier hand in hand samen gaan. Zo groeien er grote struiken en leven hier op de werken ook muurhagedisjes. Bij het opknappen hebben ze in de muur speciale zonnebankjes gemaakt voor die muurhagedis. In sommige periodes van het jaar zijn ook delen van dit fronten gebied afgesloten. Het gras wordt hier kort gehouden door blèrende schaapjes. Ach, zo heeft het hier meerdere doelen. Toen dit hier nog van defensie was zijn er ook schietbanen geweest. Hier rechts zie je dat een stuk muur is afgebroken en later hersteld is geworden, maar de sporen zijn nog duidelijk zichtbaar.' Ze liepen verder tot bij een grote poort aan de linker
kant. Opa maakte de grote poort met de grote sleutel open. Boven de deur was
de letter D uitgekapt. Achter de poort bevond zich een brede gang met aan de
andere kant ook een grote poort. De eerste poort werd weer afgesloten en
ze liepen verder naar de andere poort die ook open werd gedaan. 'Waarom werd deze
gang gebruikt' vroeg Louis. 'Als de vijand kortbij kwam en 'Je ziet dat de poort aan deze kant beter beveiligd is dan aan de andere kant. Waarom zou dat zijn Louis' vroeg Opa eens voor de afwisseling. Louis gaf antwoord. 'Zou het zo kunnen zijn dat aan deze kant de vijand nog wel eens zou kunnen komen en aan de andere kant de verdediging niet nodig was.' 'Heel goed antwoord Louis.' Opa nam het woord weer over. 'Deze poort hier werd niet alleen met een valbrug beschermd, maar zowel naast als in de kuil zie je schietgaten zitten. En in de gang kon ook nog eens een wand geplaatst worden.' 'Dan is een sleutel toch een makkelijk stukje gereedschap' merkte Louis op. Ze liepen een stukje door de droge gracht en kwamen uit waar ze ook begonnen waren, bij de letter E boven de deur. 'Wacht maar even' zei Opa, dan breng ik de lamp terug. Louis gehoorzaamde braaf en Opa ging bij de letter E naar binnen en kwam even later terug. Samen verlieten ze via een klaphek het terrein met de naam De Linie van Du Moulin.
Rebo©2004 |
||
| Klik hier
voor volgend verhaal en hier om terug te
keren naar 'Opa vertelt over de vestingwerken van Maastricht' |