Opa vertelt Louis over Sint Pieter (deel B, oost)
|
||
|
(Het grondgebied voormalig dorp Sint Pieter)
Musschenberg Nadat de ergste dorst was gelest op het terras van Buitengoed Slavante begon het bekijken van de omgeving. ‘Gezellig plekje’ merkte Louis op. Opa nam nog een slokje en knikte bevestigend. De restjes kloosterbier op zijn lippen veegde hij met zijn tong naar binnen toe en begon weer te vertellen: ‘Ik heb het ze niet gevraagd maar denk wel dat de mensen die zich hier de afgelopen eeuwen vertoefd hebben wel doorgaans gelukkige momenten hebben beleefd. De laatste twee honderd jaar gezellig en de driehonderdvijftig jaar daarvoor vooral intens. Dit is een fameuze hectare onder de rook van Lichtenberg.’ ‘Lichtenberg is dat die boerderij waar we net waren met die oude toren?’ wilde Louis weten. Opa knikte bevestigend en voegde daar aan toe: ‘We kijken nu richting het zuiden. Lichtenberg bevindt zich zo’n vierhonderd meter verder, een stukje hogerop, achter die struiken. Daar tussenin is een stuk mergel ontgonnen waar de eerste gebouwen van de ENCI stonden, zien we dadelijk nog. Tussen die ontginning en achter dat knus gebouwtje staat nu bovenop de berg de oude directeurswoning van de ENCI en het restant va het bultje dat Mussenberg genoemd wordt. En heel veel bomen en struiken. Toen Lichtenberg nog een kasteel was, was deze plek hier wat je nu ziet al een oude dagbouwgroeve geweest.’ Opa nam nog een slok van zijn bier en vertelde verder: ‘Over dat stukje tussen de ontginning en dat knus gebouwtje ga ik je nu vertellen. In de Mussenberg waren de zogenaamde “Drei looker” en in gewoon Nederlands de ‘Drie poorten”. Drie gangen die naar een gangenstelsel leidde waarvan het beroemde Slavante. Volgens vele de mooiste groeve. Qua graaftechniek en ook de qua historische opschriften en kunstwerken. In de vijftiende eeuw was hier al gegraven. Hier zijn de toeristische excursies begonnen. Aan de ingang was ook een primitieve grotwoning waar een gezin woonde. Rond 1911 is de ingang door corrosie ingestort en later is nog een deel van afgegraven. Nu is alleen nog de dichtgemetselde grotwoning te zien. Tussen 1970 en 1977 is het grootste gedeelte van groeve Slavante door de ENCI afgegraven. Via de Zonneberg kun je nog wel in een deel van dit stelsel komen.’ Beiden namen nog een slokje en opa vervolgde: ‘Ondanks er concurrentie was gekomen met de nieuwe ingang van Zonneberg waar wij binnen zijn geweest, ging het hier kennelijk nog steeds goed want in 1905 werd hier, op de berg, Chalet Lichtenberg gebouwd waar verzameld werd voor de rondleidingen in het stelsel van Slavante. Het was ook een plek waar je iets kon drinken en eten. Toevallig of niet, voor de hedendaagse rondleidingen kun je nog steeds iets drinken en eten op de verzamelplek. Hier voor de rondleidingen in de Zonneberg en bij Chalet Bergrust voor de rondleidingen in Noord. Het horecagebeuren is op een gegeven moment gestopt en werd het chalet alleen gebruikt om te verzamelen. Het was een chalet met een mooie robuuste Zwitserse uitstraling. Toen het stuk werd afgegraven om plaats te maken voor de ENCI-fabriek verdween ook de Wilhelminaweg, de toegangsweg. Ja, toen werd het een stuk minder druk. Links van dat kapelletje aan de overkant was en is nog steeds een kleine toegangsweg tot dat gebiedje. Toen zijn ook ongeveer de rondleidingen gestopt en werd inmiddels het bouwvallige chalet afgebroken en is iets noordelijker 1932 een villa gebouwd voor de directeur van de ENCI. Getekend door architect Boosten gebaseerd op het oude chalet. Boosten was en is eigenlijk nog steeds wel een bekende architect in Maastricht en omgeving. Heeft veel kerken, kloosters en scholen ontworpen, wooncomplexen, villa’s en ook bedrijfsgebouwen. Die van de ENCI heeft echter Peutz getekend, ook een bekende architect uit de periode tussen de beide wereldoorlogen. Een woning met een geweldig uitzicht. En net als het houten chalet een balkon langs twee zijden van het gehele huis. Tot zover over dit stukje rondom de Musschenberg.’ Louis knikte goedkeurend. Observantenklooster Dat knusse witte gebouw aan de achterzijde trok ook aandacht. ‘Wat is dat nu voor een gebouw?’ vroeg Louis terwijl hij het witte gebouw aanwees. Opa antwoordde: ‘Dat is een restant’ en haalde diep adem waarmee hij ook diep terug in de tijd ging met zijn antwoord: ‘Hier kwamen in 1452 enkele kluizenaars wonen die leefde volgens de regels van Franciscus. De Heer van Lichtenberg, toen de eigenaar van deze grond, vond het prima dat ze er verbleven. Hoe ze woonde is onbekend maar we weten wel dat het heel primitief was. In 1456 kwam de toestemming voor een klooster voor de Minderbroeders Observanten op deze plek waarvan we zeker weten dat er in 1489 een compleet klooster was gebouwd. Het klooster droeg verschillende namen. Conventus Montis Divinae Gratiae, in het Nederlands klooster van de Goddelijke Genade, Conventus Divanae Luminis, in het Nederlands klooster van het Goddelijke licht, Conventus Montis Lucis, in het Nederlands Lichtenber, Observanten dat tot Slavanten werd verbasterd.’ Of Louis zijn gezicht op onweer stond of er niets van begreep, het was de reden dat opa even stil hield om Louis de ruimte te geven iets te zeggen: ‘Wat zijn nu Franciscanen, Minderbroeders en Observanten?’ Die vraag kon opa wel begrijpen, dacht weer even na en begon te antwoorden: ‘Ik ga nog verder terug in de tijd. Naar 1182 om precies te zijn. Toen werd in Assisi, een stad midden in Italië, Franciscus geboren. Zijn ouders waren best rijk te noemen en het zou Franciscus aan niets ontbreken. Of toch. Hij zag armoede om hem heen en vond Franciscus gaf zijn geld aan de armen, de minderbedeelden en stelde zijn leven beschikbaar om in armoede ten dienste te staan aan de armen. Daar had hij toch een beter gevoel bij. Zijn opvattingen droeg hij uit kreeg volgelingen. In 1210 kreeg hij van de Paus toestemming om de Orde van Franciscanen te vormen. Omdat zij zich inzette voor de minderbedeelden noemde ze zich de Minderbroeders. Er kwamen steeds meer volgelingen die zich als Minderbroeders aansloten. En dan moet je je voorstellen dat er nog geen televisie of internet bestond, dat paarden het snelste vervoermiddel waren en de wereldbevolking maar een fractie was van nu. In Duitsland werden ze in eerste instantie weggejaagd omdat ze die Italianen niet konden verstaan en als ketters gezien werden. In 1234 waren ze al tot in Maastricht gekomen waar de eerste Minderbroeders kwamen wonen. Door het succes nam ook het vermogen van de Orde gigantisch toe. Dat was in tegenstelling Franciscus voor ogen had. Sommige Minderbroeders vonden een beetje luxe wel fijn, de Conventuelen, maar er waren ook broeders die de strenge leer van armoede wilde aanhouden. Zij observeerde de oude regel van armoede en werden een aftakking. Deze aftakking, de Observanten, kwamen hier. Naast de Conventuelen en Observanten kende de Minderbroeders een derde aftakking en wel de Kapucijnen. De Observanten. Tesamen vormen ze de zogenaamde eerste Orde. Dan heb je nog de Tweede Orde en dat zijn de vrouwelijke varianten die het gedachtegoed van Franciscus volgen en de Derde Orde die bestaat uit aangesloten burgers om het maar zo te zeggen.’ Ondertussen had Louis weer zoveel gehoord dat hij het nog niet helemaal begreep maar wel een beeld had. Opa kon verder gaan: ‘Zo’n driehonderd jaar is hier een klooster geweest, met iets meer als dertig cellen waarin de broeders of paters ieder hun eigen stekkie hadden, een kapel, bibliotheek, refter, gastenverblijf, stallen, verschillende terassen voor de tuinbouw en was het ommuurd. Het restand wat je ziet zijn de twee kleine groeves uit die periode. Delen van de ommuring staan er nog en enkele groeDe meeste dagen werden volgens een vast dagritme afgewerkt maar er waren van die dagen dat dit ritme drastisch verstoord werd. Zo werd het hier in 1578 bijna tot ruïne verwoest. Bouwde de Minderbroeders die Maastricht waren uitgedreven het klooster hier in 1638 weer op, werd er nog door de Minderbroeders gepingpongd tussen hier en Maastricht waarna het de laatste jaren van het bestaan een soort rustoord was voor oudere broeders. Dat was dan weer een rustige periode. Toen de Franse Revolutie plaatsvond en alle kloosters moesten sluiten is ook dit klooster in 1797 gesloten. Er woonde hier toen tien broeders, achttien paters en paters zijn broeders die de priesteropleiding hebben volbracht, en twee knechten. Maar zoals gezegd ging het hier meestal rustig en vredig aan toe. Er werd gebeden, gestudeerd, in de tuin gewerkt om groente en aardappels van Sint Pieter te verbouwen. Ook stonden ze veel mensen geestelijk bij. Ze hielpen ook in een zeventigtal kerken en kloosters in de verre omgeving.’ Langzaam begonnen ze naar het charmante witte gebouwtje te lopen. Het waren werkelijk stappen over de plek waar het klooster had gestaan, waar mannen in bruine lange pijen met witte koorden liepen, waar werd gegeten, gebeden, gestudeerd en geslapen. Het tweetal liep links langs het voormalige deel van het gebouw en kwamen bij een kapel uit. Aan twee zijden lichtelijk patserig een trap naar boven. Louis over de linker, opa over de rechter. Gaaf zag het er niet uit maar je zag wel dat er moeite gedaan werd iets waardigs van te maken. Spontaan begon opa: ‘Dit is de kapel van… ehh… potdikkie, ben ik de naam kwijt… ahh, ik weet ik het weer, de Sint Antoniuskapel. Deze kapel is in 1681 als schenking bij het klooster gebouwd in de stijl barok. En persoonlijk vind ik deze stijl iets overdreven dramatische die niet echt bij een Franciscaner klooster past. Maar goed, schenkingen zijn schenkingen. Alles wat oud is moet je geregeld onderhouden en zo is deze kapel ook een aantal keren opgeknapt, onder andere op initiatief van Victor de Stuers.’ Toch allemaal lang geleden dacht Louis. Ze draaide zich om en hadden zo een mooi uitzicht waar zich ooit een compleet klooster bevond. Ze liepen langs het huisje terug en draaide achter het hekwerk rechts dezelfde richting als de kapel tot bij een doorgang in de muur met een bordje “Verboden Toegang”. ‘Waarom mogen we hier niet verder?’ vroeg Louis. Opa: ‘Vanaf hier hoort het bij de villa van de ENCI-directeur, of wie er dan ook wonen mag, is particulier terrein. Maar het is wel een bijzonder poortje…. Aan de andere kant, komen we nog als we de fietsen pakken, is ook zo’n poortje. Dat zijn de toegangspoortjes van het klooster geweest. Je ziet hier ook nog restanten van de kloostermuur, de muur die om het klooster was gebouwd. Daar zijn nog meer delen van terug te vinden.’ Wederom liepen ze terug. ‘Hier ergens rechts, aan de rand, heeft het gastenverblijf gestaan’ wist opa te vertellen. Ze liepen verder over de inmiddels tot parkeerplaats veroordeelde plek waar zoveel gebeurd is. Terug, bergje op richting Buitengoed Slavante, bijna richting de fietsen maar opa draaide naar rechts om op een soort uitkijkpunt stil te staan. Op zich wel bijzonder dat opa over een horecaterras liep, zonder er te gaan zitten en iets te drinken. Het uitzicht was er ook een tikkeltje mooier dan vanaf het terras. Bovendien werd opa hier ook een tikkeltje minder afgeleid als dat hij zich achter een glas bier bevond. Casino Slavante De vraagsteller knikte als een bedankje voor de beantwoording van de vraag en opa ging weer verder: ‘Het voormalige gastenverblijf bleef horeca en in het witte huisje woonde de uitbater. Iedereen kon hier zich fijn vermaken en plezier hebben. Nu had je in Maastricht zogenaamde sociëteiten, besloten verenigingen voor de rijkere burgers en militairen met hoge rangen. Daar moest je voor worden voorgedragen en was er een ballotagecommissie om je er bij aan te mogen sluiten. De veelal heren moesten elkaar op hoog niveau ontmoeten en dat gebeurde natuurlijk niet in een versleten joggingbroek op crocs. Even tussendoor, één van die sociëteiten bestaat nog steeds en hebben hun sociëteit nog steeds op dezelfde plek, op de hoek van de noordwest kant van het Vrijthof. Enfin, die leden vonden het fijn om een buitenlocatie te hebben, een gepaste locatie uiteraard. Die vonden ze hier. Tussen het gepeupel wilde zij zich niet begeven en zo werd geregeld dat het alleen voor de leden van de Buitensociëteit Slavante toegankelijk was. Casino Slavante in de betekenis van clubhuis voor welgestelden.’ Er werd door Louis schuin achter hem gekeken naar het Buitengoed waarbij de vraag kwam: ‘En dit gebouw dan?’ Opa keek ook schuin naar achteren en draaide daarna zijn hele lijf richting het Buitengoed, gevolgd door zijn kleinzoon. Opa gaf als antwoord: ‘Op een gegeven moment, 1843 kon de ene nog bestaande sociëteit Slavante kopen. De verkoper wist natuurlijk dat ze het graag wilde hebben en kon de vraagprijs lekker omhoog duwen. Het voormalige gastenhuis was niet gebouwd als casino en zouden een nieuw gebouw op prijs stellen. Dat is het gebouw hier schuin achter ons geworden. Gebouwd in 1846 en eigenlijk is er sinds die tijd nauwelijks iets aan dat gebouw veranderd, anders gezegd, zoals het nu uitziet zo zag het er ook toen uit. Alleen is er links van het gebouw een toiletgebouwtje bijgekomen en een kantoortje voor de rondleidingen in de berg. Rechts van het gebouw is er pas vrij recent een serre gekomen. En OK, het toilet en keuken zijn wel steeds aan de tijd aangepast. En ze hebben er nu een telefoon, oefff ondertussen ook alweer ouderwets, en ze hebben er stromend water, electriciteit en hoeven het water niet meer uit de put met emmer en touw naar boven te hijsen. Maar de stijl van het gebouw en omgeving van toen is gebleven.’ Opa gniffelde even en vervolgde: ‘Nog steeds slepen de leveranciers zich het leplazerus om de drank en andere benodigdheden hier boven afgeleverd te krijgen. Maar als je eventjes je oogjes dicht knijpt zie je de heren in kostuums en de dames in witte lange jurken zich statig gedragen. Beschaafde lachjes en trage bewegingen. Een hele tijd ging dat goed maar rond 1900 liep het ledenaantal terug. Maastricht was geen vestingstad meer, de hogere militaire rangen waren vertrokken en in het Stadspark was inmiddels ook van alles te beleven. De Sociëteit verkocht het aan de gemeente Maastricht die er exploitanten het zaakje lieten regelen. Het werd ook weer openbaar toegankelijk. En zo is het eigenlijk nog steeds. Alleen heet het nu Buitengoed omdat de naam casino tegenwoordig meer lijkt op een goktent waar duistere spelletjes worden gespeeld, en dat klopt natuurlijk niet. Wat was er nog meer bij Slavante Ze draaide zich terug naar het verre uitzicht en opa ging verder: ‘Oorspronkelijk was deze zigzag weg naar boven er niet, waren er verschillende terrassen waarop verschillende fruitbomen stonden en het lijkt mij ook wel dat er groente verbouwd werd en natuurlijk de aardappelen van Sint Pieter. Toen onderaan een kanaal aangelegd werd, over dat kanaal kom ik later op terug, moest er een stuk van de helling afgegraven worden. Slavante was oorspronkelijk alleen te bereiken via het pad waarover wij hier naar toe zijn gereden en een weg aan de andere kant die door de komst van de ENCI afgegraven werd. Aan beiden zijden van de zijterrassen was er wel een lange trap tot beneden. Toen de zigzagweg rond 1880 is aangelegd ten kostte van de terrassen, is de achterste trap verdwenen. Pas toen het nieuwe Buitengoed er is gekomen is, denk ik, het gastenverblijf afgebroken.’ Er werd nog steeds van het uitzicht genoten. Louis wees met zijn vinger naar links en vroeg: ‘Wat zijn die rijen voor soort planten? Lange rijen met struiken op de helling van de berg. De toppen van opa’s rechter duim en wijsvinger kropen tot een kleine centimeter naar elkaar tot op kinhoogte alsof hij iets vast hield en riep op luide toon: ‘Proost’ de arm ging weer omlaag en vervolgde verder op normale toon: ‘Dat is een wijngaard, de oudste van het land. Het is niet de eerste wijngaard van het land hoor. Als ik mij alleen al beperk tot Sint Pieter waren hier al eeuwen geleden al wijngaarden. Mogelijk al in de tijden van de Romeinen maar zeker is dat het in de elfde, twaalfde eeuw zich hier wijngaarden bevonden. Sinds die tijd zijn er al namelijk verhalen bekend van wijngaarden op de gronden van Sint Pieter. Verhalen over soorten wijnstokken, telers en plukkers. Maar ook over diefstal en vernielingen, gevlochten schermen om de dieren van de wijnbessen af te houden. Rond achttienhonderd zijn de wijngaarden verdwenen. Het is ook weer zo’n misverstand dat Napoleon het verboden had hier wijngaarden te houden omdat het concurrentie zou zijn voor Frankrijk. Het druifje en het luisje hadden een dodelijke verbintenis met elkaar afgezworen en daar kwam nog een sausje overheen van klimaatverandering, toen al is de reden. Bon.’ Even bukte opa zich, plukte een bloemetje en verzuchte liefelijk: ‘De zomer van 1967 was het jaar dat de Amsterdammer Frits Bosch, directeur van een wijnhandel in de stad, hier een wijngaard begon en in 1970 konden er letterlijk de vruchten van worden geplukt. De eerste wijn was niet verkeerd maar verbeterde in de jaren daar op volgend. Er waren ook slechte jaren en onlangs is een deel vervangen door jongere planten en er staan nu ook vijgenplanten. En dan heb ik het niet over de paardenbloem die paardenvijgen produceren.’ Ze draaide zich naar rechts, naar de parkeerplaats beneden gericht. Louis schudde van zelf al nee met zijn hoofd al voor hij de vraag aan opa stelde: ‘Die auto’s stonden hier niet altijd geparkeerd he’? Opa nam het nee schudde even over van zijn kleinzoon maar vertelde liever: ‘Nee, in de tijd toen hier de buitensociëteit was had je hier een mooi park, met paadjes en prieeltjes en mooie planten en bomen. Al keuvelend werd er dan over de paadjes geslenterd. Maar…stilletjes was het er zeker niet altijd. Toen hier de eerste vermakelijke activiteiten plaatsvonden werden acrobaten uitgenodigd die allerlei kunstjes deden. Met luid joelend publiek natuurlijk. Er hebben hier vele toneelvoorstellingen plaatsgevonden. Het vaakst was er muziek te horen, hele perioden zelfs wekelijks met fanfares, studenten van de muziekschool en andere muziekgezelschappen. En nog steeds. De kiosk is er ook nog altijd. Het kindermolentje en de wippen leverde natuurlijk ook het nodige gekrijs en gekwaak op.’ Louis voelde zich te groot voor het gekrijs en gekwaak van kinderen en keek stoer naar rechts van het Buitengoed en zag er de kiosk en het speeltuintje. Dat kijken duurde niet lang en keek weer terug op de parkeerplaats met achteraan de nog bestaande bouw van het voormalige klooster. Als een preker ging opa verder: ‘In een deel van de jaren tussen de beide wereldoorlog woonde Antonius Wamsteker in het huisje. Hij noemde dat huisje zelf “Chateau de Sacré Coeur de Slavante”. Wamsteker, dat was een aparte… Een zeer vrome gelovige Amsterdammer. Steeds keurig in het zwart gekleed met een druppel onder zijn neus hangen. Hij liep altijd gehaast maar kon ook uren in de kerkbank of bij de kapel blijven zitten bidden. Mensen sprak hij aan en betrok ze bij zijn geloofsovertuiging. Hield scherp in de gaten of ieder zich aan de kerkelijke moraal hield. Of het nu koppeltjes waren die zich even afzonderde rondom Slavante of de etalages in de stad kuis genoeg waren. Betrapte hij er iets van had zijn vervolgactie altijd het succes dat de onzedigheid daarna verdwenen was. Hij nodigde anderen uit om samen mee te bidden en dat kon je gewoonweg niet weigeren. Ook niet als je al uren met vorst in de kapel bij hem zat. Wamsteker kwam uit een gezin met veel geld, zijn vader was een succesvolle juwelier geweest. Mensen die om geld verlegen zaten hielp hij. Wat hij ook deed was hier concerten en voorstellingen organiseren. Natuurlijk geïnspireerd op de katholieke moraal. Hij nodigde hier gezelschappen uit het land voor uit. Het hele jaar door had hij ook de kerststal opstaan. “Jezus wordt iedere dag opnieuw geboren” was zijn uitleg. Uit eerbetoon aan hem staat er in de kerk van Sint Pieter boven hel hele jaar door de kerststal op en zelfs op zijn graf. Een eeuw later hebben spreken ze nog over deze kleurrijke persoon.’ Even vroeg Louis zich af wat nu woorden als moraal, kuis en onzedigheid betekende. Het zal wel zoiets ouderwets zijn als braaf zijn vulde hij zelf in. Ondertussen vond Louis dat hij wel genoeg gehoord had. ‘Oja’ zei opa, ‘Dat wil ik jou ook nog vertellen…. Dat pad daar rechts naar boven toe, is het Koninginnevoetpad. Deze plek is namelijk genoemd naar een drietal bezoeken van Koninginnen, naar deze plek. De eerste keer was in 1873 door Sophie en dat was de eerste echtgenote van Koning Willem III. De tweede keer was in 1893 en toen kwam de tweede echtgenote van Willem III op bezoek, Koningin-regentes Emma. Die nam prinses Wilhelmina mee. Wilhelmina vond het echt leuk hier, die kwam in 1903 terug en toen was ze Koningin. In 1925 kwam ze nogmaals om het prinses Juliana te laten zien.’ ´Ow ja, nog éééén dint wil ik je hier nog vertellen. Achter de kiosk was men van plan een toeristeningang voor de grotten te maken, dan was het niet meer nodig om dat stuk naar Zonneberg te lopen. Erg genoeg is bij het zagen van die gang de gang ingestort en daarbij is een blokbreker gestorven, een ervaren blokbreker. Toen dat gebeurd was hebben ze niet meer verder gegraven.’ Met de fiets aan de hand liepen ze het paadje terug en maakte aan het einde een scherpe bocht naar rechts. Daar stapte ze op de fiets en reden het pad verder af, door een poortje. Dat vergde enige stuurkunst maar dat hadden beide heren ondertussen wel onder de knie. Waar het smalle paadje beneden aansloot stopte opa nog even, draaide zich om en wees even naar het poortje waar ze net onderdoor reden. ‘Kijk’ zei opa en vervolgde: ‘dat was de ingang van het kloostercomplex waar ik het net over had. De vierkante muurresten links ernaast is waarschijnlijk het restant van een klein uitkijktorentje geweest.’ Nu ze een stuk lager stonden zag het allemaal anders uit, letterlijk dichterbij. ‘Wil je het kapelletje van dichtbij zien?’ vroeg opa aan Louis. Die schudde van nee, hij wilde verder. Ze reden de weg naar beneden. De remmen werden voortdurend in werking gezet. Als de remmen los werden gelaten vlogen ze snel naar beneden. Maar niet lang, dat was te gevaarlijk. In de eerste haarspeldbochten ging het nog langzamer. Na veel remmen kwamen ze onde ENCI De laatste meters werden de remmen losgelaten en
rolde uit. Rechts de parkeerplaats over. Ze moesten weer trappen op de
trappers om vooruit te komen. Rechts stonden gebouwen van de ENCI, al
stond op het eerste gebouw met grote letters
“AINSI”. Over de breedte van de weg was vanuit het fabrieksgebouw een
soort slurf waar vroeger wellicht een transportband doorheen liep. Zo’n
honderd meter verder was er zo’n tweede slurf. Hier staken ze de weg
over naar het pad aan de overkant dat een beetje
bergje op ging. Hier stopte ze en draaide de fietsen zodat ze de
gebouwen goed konden zien.
Van de ENCI-groeve had Louis al gehoord en nu stond
hij dan bij de fabriek. Een moment dat opa weer begon te vertellen:
‘Hier tussen de gebouwen van de voormalige ENCI, de Eerste Nederlandse
Cement Industrie, zie je een mergelwand en bovenop
de mergelwand een gebouw, van mergel. Dat is Hoeve Lichtenberg waar we
eerder waren. Ruim honderd jaar geleden kreeg de gemeente Maastricht de
kans de hoeve, de boerderij, met de grond die erbij hoorde te kopen.
Maar nee, zei de gemeente Maastricht, wij zijn
zeker toch geen boeren en kopen de boerderij niet. Kijk, Casino
Slavante was wel in eigendom van de gemeente. Maar dat past dan ook
beter bij de Maastrichtenaar die in elegante kleding er drank kon
drinken en smakelijke hapjes kon eten onder het genot van
een gezellig gesprek.’
Door de jonge aanhoorder werd geknikt en opa kon verder: ‘Toen er plek
gemaakt was kon de bouw beginnen. Architect Peutz tekende een mooie
fabriekshal en werd, met cement gemaakt van de hier verworven mergel,
gebouwd. De twee gebouwen rechts zijn nog origineel
uit die tijd. In de inham kwamen de vier langwerpige ovens te staan
met aan elk uiteinde een schoorsteen. Vier schoorstenen op een rij. In
1928 werden de lucifers gepakt om de oven aan te steken en kon de
fabriek beginnen. Rechts ervan, bij de kleine inham,
werd het hoofdkantoor gebouwd. Naarmate de tijd verder ging, de
productie steeds meer werd, werd de fabriek uitgebreid. Ondertussen was
links-beneden Lichtenberg al heel wat van de Sint Pietersberg afgegraven
waardoor er ook meer fabrieksterrein beschikbaar
kwamen. Daar kwam in 1951 Oven vijf te staan die evenveel capaciteit
had als de eerste vier ovens samen, en zuiniger. Zo kwam er ook Oven zes
in 1954, zeven in 1961 gebroederlijk naast elkaar te liggen en
uiteindelijk acht in 1968 die helemaal alleen kwam
te staan. Nou ja, de oven lag honderdtachtig meter horizontaal en de
schoorsteen honderdvijftig meter verticaal. Door de uitbreiding van het
personeelsbestand werd het gebouw, met in beton "ENCI" voor je, in 1964 gebouwd als kantoor en
laboratorium als toonbeeld wat je allemaal
van cement kon maken. Dit keer was het architect Dingemans die het
tekende. Al was het maar een fabriek en aan de rand van de stad, men koos
toch steeds een gerenommeerde architecten. ’
Even was het stil totdat Louis opmerkte: ‘Hoorde ik nu een verhaal in
verleden tijd?’ Opa knikte en praatte verder: ‘Die eerste ovens hadden
ze al eerder willen uitzetten, maar met de opbouw van Nederland, na de
Tweede Wereldoorlog, was er een sterk groeiende
productiecapaciteit nodig waardoor de oude oventjes nog even nodig
bleven. In 1975 gingen deze vier ovens definitief uit en werden
uiteindelijk afgebroken. De vier karakteristieke torens werden in 1979
opgeblazen met drie kilogram dynamiet per toren. Eerst
de achterste, de overige drie enkele weken later in één keer. De ovens
vijf, zes en zeven werden gestopt in 1981, 1985 en 1990. Ondertussen werd
bij de Belgische buren, vlak over de grens waar ook een cementfabriek
van CBR is, in 1976 een nieuwe oven gebouwd,
Oven E. Voor de levering van cement aan Nederland was deze van belang.
De bestaanszekerheid van de ENCI was niet zo dat men aandurfde hier in Maastricht een
nieuwe oven te bouwen. In 2020 werd Oven 8 uitgezet en daarmee werd
tevens de fabriek stil gezet.’
Toen werd het echt even stil. Opa had ook weer de nodige jaartallen door
de lucht geschoten. Dat gaf een beeld van de opkomst en neergang van de
kolossale fabrieksgebouw waar ze nu voor stonden. ‘Dit is die fabriek
die we eerder zagen vanuit bij grote kuil
bij de springplank en trap?’ vroeg Louis. Opa knikte en Louis vroeg
verder: ‘Deze fabriek heeft dus die hele kuil opgegeten, al die gangen
die verdwenen zijn.’ Opa knikte weer. En weer een vraag van Louis: ‘Is
dat niet zonde? Is daar geen verzet tegen geweest’?
Opa: ‘O zeker wel, zo lang de fabriek er geweest is en zelfs eerder.
Dat heeft er ook aan bijgedragen dat de fabriek gestopt is. Mensen,
actiecomités en ook alle overheden tot de regering toe zijn in verzet
gekomen. Het is natuurlijk ook zonde dat er slechts
twintig procent van de Sint Pietersberg is overgebleven. Van de
tweehonderd kilometer aan gangen in de Sint Pietersberg is slechts
zestig kilometer overgebleven. Heel veel tekeningen en beeldhouwwerken
zijn verdwenen. Wat in tientallen miljoenen jaren is opgebouwd
werd in amper honderd jaar opgeslokt, weg, foetsie.’ Er werd vol onbegrip gekeken door Louis en hij vroeg zich af: ‘Maar waarom dan? Hoe is het dan de ENCI toch gelukt alles weg te halen’? Opa: ‘Door wet- en regelgeving wordt er ook naar andere belangen als de sentimentele belangen gekeken. Voor de opbouw van Nederland was het belangrijk dat er cement was om te bouwen maar zeer zeker uit economische overwegingen. Daar kwam bij dat de ENCI ook iets opleverde. De tuinders van Sint Pieters kwamen als eerste in aanmerking voor de ENCI te gaan werken. Voor het personeel werd goed gezorgd. Toen er een nieuwe oven kwam ontvingen ze een bonus. Ook werden wel eens pakjes sigaretten met ENCI-logo aan het personeel uitgedeeld, iets dat je je nu niet meer kunt voorstellen. Het was ook een van de eerste bedrijven waar een Ondernemingsraad actief was. Die regelt de belangen voor de medewerkers binnen de organisatie. Financiële ondersteuning bij de aankoop van een huis. Ook was er een actieve personeelsvereniging waar ook reizen voor georganiseerd werden. Was er een zangkoor, succesvolle kegelclub en nog veel meer eigen verenigingen. Werden schitterende tennisbanen en visvijvers op eigen terrein aangelegd. En een overgrote deel van het personeel had een gunstige financiële regeling om een huis te kunnen kopen. Je begrijpt dat er dan positieve verhalen over de ENCI vertelt worden.’
Een eerste begrijpelijk knik van Louis volgde en opa ging verder: ‘Veel
randwerkzaamheden hield de ENCI in eigen hand. Dwars door de tijd
genomen als het transport, onderhoud van de jutte zakken waarin de
cement werd verkocht maar ook de technische ondersteuning.
Ze hadden eigen werkplaatsen en daar werd niet alleen voor de ENCI
gewerkt, ook voor collega’s en clubs werd er het nodige gemaakt. Werd
het nodige gesponsord, wat ze uiteraard ook goed lieten weten dat ze
gesponsord hadden. En men zorgde dat de bewoners in
Maastricht mooie bossen er voor terugkregen. Kijk maar eens naar het
ENCI-bos, de Observant.’ De tweede begrijpelijke knik van Louis volgde
maar voegde er aan toe: ‘het is toch zonde dat het weg is’. Opa ontkende
dat niet en was een momentje stil. Beetje aarzelend kwam opa weer op gang: ‘Waar de ENCI ook voor heeft gezorgd is dat er veel onderzoek naar de Sint Pietersberg is gedaan. Een groot voorbeeld hier in is D.C. Van Schaïk geweest die, soms in opdracht van de ENCI, veel onderzoek gedaan in flora en fauna. Hij heeft er foto’s gemaakt en de gangen in kaart gebracht. De ENCI heeft ook een waardevol archief aangelegd. Het gevolg van de afgravingen was dat er nieuwe natuur ontstond. In de groeve is een extreem klimaat, een warm en droog klimaat. In lagere delen zelfs extremer. Dit komt door de beschutting tegen de wind en de lage groei van planten waardoor het er extra warm kan worden. De vele waterplassen verhogen de luchtvochtigheid. Dit levert aparte natuur op. Normaal groeit iets op een bestaande ondergrond, door de afgraving ontstond er een nieuwe ondergrond waar de natuur helemaal van voor af aan kon beginnen, zowel de flora als fauna.. Ook werden de nodige fossielen gevonden, sommige zijn in het museum terecht gekomen. Zo hebben we ook Bèr leren kennen.’ Het rechter oog van Louis fronste, opa ging door: ‘Door de afgraving van de ENCI kwam het daglicht waar het al mijloenen jaren niet meer was geweest. Normaal waren het de tanden van de mega grote grijpers die het gesteente in de eveneens mega grote vrachtwagens deden ploffen die vervolgens naar de molens werden afgevoerd. Maar zo heel af en toe werd er de mogelijkheid geboden dat geologen op een zaterdag op zoek mochten gaan naar fossielen. Scherpe ogen en een iel geologenhamertje struinde dan het geschraapte gesteente af op zoek naar fossielen. Zo ook in 1998. Rudi Dortangs vond een wervel, en nog een en een, mooi op een rijtje. Richting een nog niet afgegraven deel. Met volle medewerking van de ENCI werd deze fossielen nogal ruim uitgegraven en werd naar het Natuurhistorisch museum gebracht. Daar werd met veel geduld en nieuwe technieken al die fossielen bloot gelegd. Er werd onderzoek gedaan en het bleek om een nog onbekend soort Mosasaurus te gaan. Liefkozend werd dit gevonden exemplaar Bèr genoemd. Bèr was bijzonder en kreeg zelfs een eigen glazen huisje in de tuin van het museum. En weet je wie er als eerste op bezoek kwamen?’ Louis trok zijn schouders op waarna het antwoord van opa snel volgde: ‘Koning Willem Alexander en Maxima”. Daar merkte Louis op: ‘De huidige generatie laat zich liever in een glazen huis zien als in een donkere grot”. Daar had opa niets tegenin te brengen. Opa was weer flink op gang gekomen en ging door: ‘En wat de ENCI ook deed om zich geliefd te maken was plannen presenteren hoe mooi het later zou gaan worden. Van elke ton mergel aan gewicht kwam er een dubbeltje in een pot om er iets moois van te maken. Zo was er een natuurbad bedacht dat in 2017 open ging. Dat was een te groot succes, tienduizenden mensen kwamen het bezoeken en dat leverde problemen op. Alcohol, drugs, rommel, graffiti en gevaarlijk gedrag waar geen verantwoording over genomen kon worden en werd al snel gesloten. Ondertussen zijn de plannen weer bijgesteld, beheersbaarder en wordt het een gebied met unieke natuur, maar dat gaat nog vele jaren duren. En hoe toegankelijk het gaat worden is ook nog een vraag. Soms zou je moeten gaan betalen. Een groot deel van de oude fabrieksgebouwen zijn tot monument verklaard en zijn en gaan ze andere bestemmingen van maken. Allemaal nieuwe kansen die benut worden.’ Een tweede, licht vermoeiende knik van Louis volgde.’
Schoolplaat
Opa ging onverstoorbaar verder en probeerde de sentimenten achterwege te laten: ‘Maar er is nog meer te vertellen over deze plaat’ en een vierde vermoeiden knik volgde. Opa wees tussen de fabrieksgebouwen door naar de mergelwand en vertelde daarbij: ‘Kijk, in die wand is het Maastrichttien te zien. Weliswaar is het gesteente in een andere samenstellingen maar ook overeenkomsten over de hele wereld aanwezig, fossielen uit dezelfde tijd. Genoemd naar deze vindplek bij Maastricht, het Maastrichttien. Bijzonder hoor. ‘ Dat leverde toch weer een vraag op van Louis: ‘Waarom juist hier?’ Opa: ‘Nou, rond achttienhonderd had Faujas al een dik boekwerk uitgebracht met beschrijvingen en tekeningen van fossielen die hier bij en in de Sint Pietersberg gevonden waren. Er was toen ook een markt voor om fossielen te kopen die doorgaans door blokbrekers waren gevonden en verkocht werden. Toen was dit al bekend dat dit een bijzonder gebied was. Zo kwam in 1849 de Belgische geoloog Dumont hier ook naar toe om de wand te bestuderen en ontdekkingen te doen. Deze, destijds unieke laag, kwam hier aan de oppervlakte. De bevindingen werden gepubliceerd en werd in de tijdschaal ingedeeld.’ Een iets minder vermoeiend knikje volgde weer. Opa had nog steeds aandacht en kon verder gaan: ‘Kijk, wetenschappelijk onderzoek gaat in kleine stapjes. De kennis die ze rond achttienhonderd hadden was nog lang niet zo ver als nu. Waar we het nu hebben over de Mosasaurus was toen nog een gewone krokodil, wetenschappelijke namen hadden de fossielen toen nog niet. Prachtig wat Dumont destijds bedacht had maar de ontwikkelingen zijn ondertussen weer een stuk verder. Andere gedachten zijn weer achterhaalt. En over honderd of tweehonderd jaar weten ze weer veel meer als we nu weten, of denken te weten. En wat je net vroeg wat het boeit… Laat ik eens iets noemen. Eén: Alles wat je weet heb je eerder geleerd. Twee: Als je tiener bent is de wereld zoals je ziet hoe de wereld is. Ben je twintiger en zeker als je ouder wordt zie je dat het vroeger anders was. Dan weet je ook dat het later ook weer anders wordt. Dan heb je weer veel geleerd. Drie: Door vragen te stellen “waarom” gebeurde dat, wat speelde er, de context te begrijpen, krijg je veel meer inzicht. Inzicht om van fouten te leren, hoe anders mensen kunnen denken, gedrag.’ Een knik was deze keer niet bij Louis te herkennen maar opa ging gewoon door: ‘Zo kwam de ENCI hier omdat er behoeftes waren en hier kansen lagen. Mensen die hier kwamen werken, kinderen kregen, leefde onder invloed van de ENCI, was er een ontwikkeling te zien binnen het bedrijf en nu is de ENCI weer vertrokken en worden nieuwe mogelijkheden bedacht, komen mensen hier werken, krijgen kinderen, komen hier mensen naar toe, worden beïnvloed etc etc. Hoe vaker je zo’n verhaal hoort des te beter ga je alles begrijpen.’ Nu knikte Louis wel maar dan meer in de trant dat hij nog niet helemaal begrepen had wat opa bedoelde.
Bron Boeken: Kloosters in Limburg, 2017; 750 Jaar Minderbroeders in Maastricht, 1234-1984, 1984; Sint Peters berch, ontginningsgeschiedenis deel 1; Monumentengids Maastricht, 2001; MS 75, 2010; Het Oranjeboek, 2012; van Mergel tot cement, 1996; Natuurlijk Maastricht, compacte stad in een weids landschap, 2020; Krijt van Zuid-Limburg, 2000; Jaarboek Maastricht 2016-2017, 2017; Verdwenen Nederland, Nederland in oude schoolwandplaten, 2006; Periodieken: SOK mededelingen 45, 53, 76; Natuurhistorisch Maandblad, 76 p 166-167, 188-189, 77 p 205-208, 89 p 32-34; wijngaardslavante.nl; gemeentemaastricht.nl/stad/monumentenstatus-23-gebouwen-enci-fabriek == Periodieken: SOK mededelingen 45, 48, 53 De Calapin van Oud Sint Pieter I, II, III, 1975-1990; Opkomst van de moderne stad, 2000; De straatnamen van Maastricht, 2013; Helpoort en Nieuwstad MS15, 1984; Chateau Neercanne MS50, 1998; De Tapijnkazerne MS59, 2004; De Jezuïtenberg MS70; De Kerken van Sint Pieter I MS48, 1998; Stadspark Maastricht, 2012; Bolwerk der Nederlanden, 1979; Van Generaalshuis naar de koompe, 1979; De verbeelding van Maastricht, 2015; Parochie tussen dorp en stad, 2014; Scouting St. Gerlach, 1998; Maastricht 2000 jaar aan Maas en Jeker, 2005; Architectuurgids Maastricht Next, 2022; De Molens van Limburg, 1991; Het Maastricht boek, 2007; Monumentengids Maastricht, 2001; Limburgse Monumenten Vertellen 1940-1945 VKM1, 1994; Monumentengids Maastricht, 2001; De Jezuïeten te Maastricht 1852-1982, 1952; De Molens van Limburg, 1991; Jekerdal, wandelen door de achtertuin van Maastricht, 2007; Langs Limburgse wijngaarden, 2011; Natuurlijk Maastricht, 2020; Naar de bronnen van de Jeker, 2009; Creatie en recreatie, 2014; Ouderenzorg in Maastricht VM19, 1993; Stichting Het Limburgs Landschap 1931-1956, 1956; Het Verdrag van Maastricht 25 jaar later, 2017; Mergel gebroken, 2002; 70 Jaar ENCI, van mergel tot cement 1926-1996, 1996; Krijt van Zuid-Limburg, 2000; Delftstoffen in Limburg, 1989; Sint Peters bergh ontginningsgeschiedenis deel 1, 2024; ons krijtland Zuid-Limburg, II Geologiscche geschiedenis Zuid-Limburg, 1976; Pieterpad traject II Vorden-Maastricht VV, 1993; ´t Kapelke, kapellen langs de velden en wegen in Zuid/Limburg, 1999; Historische Encyclopedie Maastricht, 2005; Kluizenaars in Limburg, 12950; De monumenten van geschiedenis en kunst in Maastricht II, 1974; Natuursteen in Limburg, natuursteen uit Limburg, 2017; Ondergronds verzet, 1994; Natuurlijke historie van den Sint Pietersberg, 1802; 75 Jaar André Rieu, het verhaal van de maestro, 2024 Internet: industriespoor.nl/sintpieter; 4en5mei.nl; monumentaltrees.com; hoevenekum.nl; apostelhoeve.nl+ natuurmonumenten.nl; vogelbescherming.nl; natuurwijzer.naturalis.nl; heidelbergmaterials-benelux.com; Kadastralekaart.nl; Periodieken: De Limburger 23-08-2018, 12-10-2018; Sint Pieter vroeger en nu, 0, 1, 8, 2004-2008; SOK mededelingen 25, 45, 46, 48, 60, 65, 75, 76, 1996-2021; Maasgouw 1920-11; Natuurhistorisch Maandblad 71, 1982 |