Opa vertelt Louis over de stadswijken van Maastricht



de westelijke (Blauwdorp, Pottenberg, Belfort, Dousberg, Hazendans, Daalhof, Mariaberg)

 

 

 


Louis stond al buiten te wachten toen Opa hem kwam halen om hem weer een paar buitenwijken van Maastricht te laten zien. Daar kwam Opa aangefietst. ‘Hoi Opa’ Klonk er allervriendelijkst uit de keel van Louis. ‘Dag Louis’ klonk er op een wijselijke toon uit de keel van Opa. ‘Waar gaan we vandaag naar toe’ wilde Louis weten en begon naast Opa te fietsen. ‘We beginnen in Blauwdorp’ was het antwoord van Opa. Louis: ‘Nee, geen Smurfen… wonen daar de politieagenten…. Oh nee, blauw is de kleur van de kleding van werklui, de arbeiders.’  Opa knikte goedkeurend en zei: ‘dat zou kunnen en het is inderdaad als een arbeidersbuurt gebouwd, maar blauw is ook de kleur van Maria, van de katholieken. Die mochten daar wonen. Bouwvereniging Sint Servatius bouwde daar als eerste woningen, voor de katholieken. Louis keek een beetje onbegrijpelijk, discrimineren was toen gebruikelijk vroeg hij zich af maar vroeg nog niets.

 

Blauwdorp

Ondertussen waren ze halerwege de Hertogsingel, op het Brandenburgerplein, tegenover de Calvariestraat. Ze tilde de fietsen op zodat ze veilig op de stoep stonden, bij het grasperk. Opa keek de Calvariestraat in en het hoofd van Louis volgde ook richting Calvariestraat. ‘Kijk’ begon Opa, ‘daar waar het smaller wordt, bij dat rode gebouw links,  heeft ongeveer de tweede stadsomwalling gelegen. Achter die muur was de stad. Toen in 1867 Maastricht vestingstad-af was waren de vestingwerken niet meer nodig.’

‘De gemeente kocht voor bijna 200.000 gulden van de Staat grote delen van de gronden van de buitenvestingwerken. Op deze plek, als een schild om de stad op zekere hoogte, waren ook de Hoge Fronten, heuvels en droge grachten. Die hebben ze met de grond gelijk gemaakt maar de ondergrondse gangen zijn blijven bestaan en lopen onder de huizen door. Een commissie van de gemeente ging kijken in Namen, Charleroi en Parijs om te onderzoeken wat ze daar deden met de vrij gekomen gronden. Het idee dat ze daar aan over hebben gehouden is dat ze om de oude stad een ruime weg, een avenue, hebben aangelegd. De Prins Bisschopssingel, hier de Hertogsingel en om de bocht de Statensingel en in Wijck de Wilhelminasingel.’

‘In stukjes werd de grond weer verkocht aan mensen die er wilde bouwen. De rijkere mensen bouwde buiten de stad hun mooie huizen, met name in het Villapark en Wijck. Maar ook hier aan de Hertogsingel. De arbeiders woonde in krappe slechte ongezonde woningen. Er kwam steeds meer industrie en er waren dus ook steeds meer arbeiders nodig. Er ontstond een tekort aan woningen voor arbeiders. Hier moest iets mee gebeuren. En zie, er werden plannen gemaakt om huizen te bouwen. Draai je maar om, dan zie je ze.’

Louis draaide zich om en keek naar de huizen. Ondertussen probeerde hij het verhaaltje wat hij zojuist hoorde nog eens op een rijtje te zetten. Opa ging ongestoord verder. Die straat rechtdoor het Blauwdorp in, noemde ze vroeger de Servatiusweg maar heet nu de Willem Vliegenstraat. En net als je bij de A2 de Groene loper hebt, willen ze vanaf hier de Blauwe loper gaan maken, een mooie veilige route voor de buitenwijken richtging de binnenstad waar ze in de toekomst allerlei voorzieningen aan komen.’

Opa maakte aanstalten om verder te fietsen en zei: ‘kom laat ik je de eerste vroegere grote werkgever uit de buurt zien. Een heel mooi product maakte te daar.’ Samen fietste ze de Brandenburgerweg in om op het Volksplein uit te komen. Louis had geen idee wat Opa zou bedoelen met een mooi product. Smartphones hadden ze toen nog niet en Ferrari komt uit Italië.

Ze kwamen bij het Volksplein en Opa zei: ‘De naam het Volksplein komt van de Katholieke Volksbond, een club die opkwam voor de arbeiders en na enkele tussenstappen is die bond opgegaan in de FNV, tegenwoordig en nog steeds de grootste vakbond van Nederland. En Willem Vliegen, naar wie de straat van net naar genoemd is, is medeoprichter geweest van een van de voorlopers van de Partij van de Arbeid. Werkte en woonde een tijdje in Maastricht. Begin 20ste eeuw lieten de arbeiders goed van zich horen, samen maakte ze zich sterk. Je ziet het, de naamgeving van straten hangt soms nauw samen met het tijdsbeeld waarin ze ontstonden.’

Voorbij het pleintje fietste ze links de Brouwersweg in. Vooraan wat nieuwere woningen, halverwege links kleine arbeiderswoningen, rechts een oud of was het nu toch een nieuw gebouw. Opa stopte en op zijn gezicht was een flinke grijns te bekennen. ‘Louis, dit is ooit gebouwd als een brouwerij’ begon Opa waarna Louis een flink diep adem haalde omdat hij het donkerbruine vermoede had dat dit nog wel eens een lang verhaal zou kunnen worden. Hij had het kunnen weten, de Brouwersweg.

‘Eind 19de eeuw telde Maastricht ongeveer 30.000 inwoners en 30 bierbrouwerijen, dat is één brouwerij op 1000 inwoners. Ik ga verder, er waren bijna 500 cafés , dat is één café per 60 inwoners, inclusief kinderen en geheel onthouders. Wat een geweldige tijd was dat toch vroeger…. Ze hadden toen ook bierkannen om bier mee naar huis te nemen, geweldig.’

‘Familie Rutten had enkele brouwerijen in de binnenstad. Zo ook in de Gubbelstraat waar ze Mestreechs Aajt brouwde. In die tijd brouwde ze veel bovengistend bier. Er kwam echter meer behoefte aan een lichtere variant, het pils. Om dit te gaan maken waren er echter flinke investeringen nodig en dat geld had niet elke bierbrouwer. Familie Rutten had dat geld wel en ze bouwde op deze plek, net buiten de vestingwerken, een brouwerij met de naam De Zwarte Ruiter, de grootste brouwerij van Maastricht. Ze waren succesvol, brouwde gemiddeld 23.000.000 liter per jaar, veel werd geëxporteerd. Opende ook plekken waar ze hun bier konden verkopen. Op de Grote Markt in Den Haag is nog steeds een gevelwand hiervan te zien en in Rotterdam hadden ze nog een kantoor. Het bier werd ook naar Indië geëxporteerd.’

In de tussentijd was Louis bezig goed om zich heen te kijken en liet Opa maar lekker zijn gang gaan met vertellen. Opa, iets minder enthousiast als net: ‘Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog was het ook voor de brouwerijen lastig om aan grondstoffen te komen en kregen het financieel niet meer rond. Heineken, die had een nog grotere beurs, kocht in 1920 de brouwerij. Onder de naam Servatiusbrouwerij werd er nog enkele jaren bier gebrouwen.’

Louis pakte de draad weer op: ‘dus zo kwam er een einde aan de bierbrouwersfamilie Rutten?’ Opa weer: ‘Niet helemaal, want al enkele generaties lang staat de familie Rutten als eigenaars in de Gulpenerbierbrouwerij geregeld aan de brouwketels en in Gulpen wordt sinds enkele jaren ook weer het Mestreechs Aajt gebrouwd. Eind goed, al goed.’

Louis dacht dat Opa klaar was maar ging verder. ‘In 1935 kwam er een meubelfabriek in een deel van de oude brouwerij, Wagemans en Van Tuinen. Wagemans begon eind 19de eeuw in de Jodenstraat, zijn zoon nam het bedrijf over en maakte er gestoffeerde fauteuils. Hier zie je dat er in de binnenstad veel kleine bedrijfjes waren die meer ruimte wilde hebben. Regout van de Sphinxs begon ook ooit in een klein winkeltje in de Spilstraat. Enfin, terug naar de meubelfabriek. Bij mijnheer Wagemans kwam later mijnheer Van Tuinen erbij, met extra geld, en hij ging zich bezig houden met de verkoop. Ze maakte ook een periode matrassen. De naam werd omgezet in Artifort. Er werkte toen al meer dan 100 mensen in het bedrijf.’

Ondertussen had Louis de omgeving gezien en keek steeds verveelder. Opa zag het en begon af te ronden. ‘Uiteindelijk kwam het bedrijf hier terecht, werkte ooit 400 personen. De productie werd deels en later geheel op andere plekken voortgezet. Artifort is nog steeds een bedrijf met degelijk designmeubilair met wereldfaam. Mooie vormgeving had echt wel hun aandacht, Wagemans liet op het Tongerseplein, onder aan de Hertogsingel, een mooie villa bouwen, De Witte Raof, die met dat grote dak. Kom, fietsen.’ Samen gingen ze verder.

 

Annadal

Aan het einde van de straat zei Opa: ‘Hier links heb je de Ruttensingel, genoemd naar de brouwe…’  Louis keek niet naar de Ruttensingel maar naar de andere kant omhoog en onderbrak Opa met  ‘Die is hoog.’ Ze fietste naar rechts, langs de flat. Opa: ‘De Annadalflat uit 1960. Flats zie je niet zoveel in Maastricht, dus iedereen in de stad kent de hoge flats wel, Koningspleinflat uit 1962; Oranjepleinflat 1962; twee flats Boschpoort uit 1970, de drie flats van Daalhof 1971 en 1974; de Sterflat 1975; Sizatoren bij Ceramique 2000 en de Colonel bij het station uit 2005. Maar die laatste is een kantoorpand. Gerard Snelders, de architect van de Annadalflat, is dezelfde architect die bijvoorbeeld ook de patiowoningen in Malberg tekende, de directeursvilla van Cox Geelen aan de Scharnerweg bij de Albert Heijn, het politiebureau en zelfs het Gouvernement, veel diverse bouwwerken dus. Als je eens kijkt naar de vormgeving, de voorzijde, is de gevel de voorzijde van de balkons of de voorzijde van de voordeur?’

Louis zag even verder links, aan een rotonde, een groter gebouw dat meer aandacht kreeg en vroeg dan ook aan Opa wat dat nu weer voor een gebouw was en stopte even. Een antwoord van Opa laat nooit lang op zich wachten, ‘Da’s Annadal, tegenwoordig Rechtbank maar gebouwd als ziekenhuis als opvolging van het Calvarieziekenhuis van binnen de stadsmuren.’

‘In 1940 zijn ze begonnen met bouwen maar kwam al snel stil te liggen wegens de oorlog. Na de oorlog begonnen ze weer maar hadden weinig bouwmateriaal. Pas in 1950 was het klaar. Door de lange bouwtijd was het alweer te klein geworden en begonnen vrijwel direct al met uitbreiding. Steeds is het iets groter geworden. Het aantal bedden om mensen te behandelen werd steeds meer. Ook het ersoneel. In het begin werkte er nog zo’n 100 zusters van het klooster Onder de Bogen.’

Louis luisterde nog steeds. Keek naar de blauwe toren met een soort draaiende punt naar boven, en merkte op ’lijkt wel een buitenlandse kerk, nee een drol op een watertoren.’  Opa keek er even naar en zei ‘nee… door die rare punt valt veel meer op dat die toren, als basis, staat voor het recht dat er gesproken wordt.’ Het was even stil.

Opa begon weer. ‘Het ziekenhuis werd Academisch, een ziekenhuis met daarnaast ook een plek voor onderzoek en opleiding van artsen en dat paste niet meer op deze plek en hebben in Randwijck een nieuw gebouwd en heette toen het AZM, het Academisch Ziekenhuis Maastricht, tegenwoordig heeft het de naam Maastricht Universitair Medisch Centrum, MUMC. En erachter wonen studenten.’ Louis knikte stilletjes en Opa begon weer te fietsen.

Ze staken de rotonde over, lette goed op het verkeer, maakte enkele bochtjes en reden op een soort ventweg verder, over de Via Regia. Het was wel een brede weg en Opa en Louis konden rustig naast elkaar fietsen. Bij het verkeerslicht wachtte ze even alvorens het rode licht op groen sprong. Wachten is ook verloren tijd en dan kon je maar beter iets vertellen bedacht Opa en zo begon Opa met te zeggen: 'Eind jaren vijftig, dus voor dat het hier volgebouwd werd, hebben ze tot hier ongeveer de brede weg aan gelegd. Later is dit doorgetrokken tot de Belgische grens.' Het licht sprong op groen, samen trapte ze op de trappers om de fietsen weer in beweging te zetten, staken over, stuurde naar links en staarden wederom naar het rode licht. Toen ook dat weer mooi groen werd staken ze ook deze weg over, reden een stukje verder om vervolgens rechts de Artsenijstraat in te rijden. Ze keken naar links, naar de drukte bij Winkelcentrum De Brusselsepoort.

 

Brusselsepoort

Er was geen terras te bekennen en zo kon Opa rustig verder vertellen. Alle wijken in de buurt hadden al een eigen winkelcentrum en toch werd hier in 1971 het grootste winkelcentrum van Nederland gebouwd. Vanuit Amerika kwam het idee om aan de randen van de stad grote winkelcentra te bouwen met veel parkeerplaatsen. Niet alleen voor de dagelijkse boodschappen maar ook om te funshoppen. Het moest er vooral gezellig zijn zodat de kopers lang zouden blijven en zo meer zouden kopen. Artiesten als Boney M, Frans Bauer en André Rieu kwamen er optreden. Voor de opening van de Brusselsepoort waren ze bang dat ze in de binnenstad veel klanten zouden verliezen.’

Louis: ‘Nou, als die artiesten komen jaag je net de mensen net weg, naar de binnenstad toe.’ Opa: ‘dat viel  t o e n  wel meer hoor. In de jaren daarna is het nog vele malen vergroot en is het beste winkelcentrum van Nederland en zelfs Europa geweest.’ Louis vroeg ‘En waarom gaan we dan niet naar binnen?’ waarop Opa antwoorde ‘ik wil je nog zoveel laten zien.’ Ondertussen waren ze het winkelcentrum voorbij gefietst.

Maar Louis wilde nog meer weten en vroeg ‘en is dit naar de stadspoort genoemd?’ Opa: ‘Kan best wel, maar ik meen mij te herinneren dat het gebied hier ook zo genoemd werd.’ Louis had de smaak te pakken en ging verder met vragen: ‘Ligt hier ook niet ergens de Miro?’ ‘Hoe oud ben je’ begon Opa en Louis haalde zijn schouders op. Opa weer: ‘Zo’n groot winkelcentrum heeft een grote trekker nodig en de Miro was hier in het begin de grote trekker, meer als de helft ook van het winkeloppervlakte. De Miro was een formule van de Albert Heijn die naast boodschappen ook warenhuisspullen verkocht. Maar dat is al lang geleden gewoon weer Albert Heijn geworden, al ver voor jouw tijd.’

 

Pottenberg

Ondertussen waren ze aan het einde van de straat gekomen, staken over om links op te gaan tot de rotonde om daar weer rechts in te slaan. ‘Wat is dat links, een school’ wilde Louis weten. ‘Ja’, een school voor praktijkonderwijs’ antwoorde Opa en ging verder. ‘We komen hier in Pottenberg. Net waren we in Blauwdorp. De eerste wijk waar sociale woningbouw werd toegepast. Ik kom daar later nog op terug. De jaren dertig was er crisis, de jaren veertig was er oorlog en in de jaren vijftig kwam pas echt weer een flinke groei in Maastricht. Dat was ook wel nodig. Was na de oorlog  in steden als Rotterdam en Nijmegen een woningtekort van 10 en 19%, in Maastricht was dat 33%. Tijdens de oorlog werden door Klijnen namens de gemeente plannen gemaakt. Hier ten westen van de stad was er plek genoeg. In een waaiervorm om de stad volgens was het zogenaamde parochiemodel bedacht. Enkele duizenden woningen rondom een kerk met basisvoorzieningen als winkels, scholen, een gemeenschapshuis waar de bewoners samen kunnen komen, goede verbindingswegen en groene zones rondom. Het parochiemodel noemen ze tegenwoordig wijken. Parochie is  ook een kerkelijke benaming maar hier bedoelde ze het in de sociale zin. Als je nu nog ergens de benaming parochiehuis hoort, komt dat voort vanuit de kerk. Dingemans, een architect, kwam ook in dienst van de gemeente en heeft deze parochie ofwel wijk bedacht. Tussen 1960 en 1962 met een uitloop tot 1967 werd de wijk gebouwd.’

Ondertussen waren ze bij het winkelcentrum aangekomen. Louis keek goed om zich heen. ‘Oja Opa, links daar is een kerk met slanke benen als kerktoren, winkels, verbindingswegen….. oja, net was er een school…. Waar is dan het gemeenschapshuis?’ Opa begon: ‘dat gemeenschapshuis noemen ze hier De Romein, ligt toevallig aan de rand van de wijk, hier staan we in het midden van Pottenberg. Maar als we even verder fietsen zien we wel nog enkele andere gebouwen waar bewoners samenkomen, verenigingsgebouwen.

‘Grappig beeldje op dat plein’ Zei Louis. Recht voor hun, midden op de rotonde, stond een beeldje. Opa: ‘Dat is het Pottemenneke. Honderden jaren geleden noemde ze dit gebied Pottenberg. In de negentiende eeuw werd hier klei afgegraven voor de aardewerkindustrie, en daar werkte de pottemennekes. Toen er nog een beetje geld over was konden de wijkbewoners een ontwerp uitkiezen en kozen toen voor dit. De beeldhouwer, Lochschmidt, woonde in de wijk. Dat vonden de bewoners toen zo aardig dat ze het als dank aan de gemeente hebben geschonken.’ Louis probeerde te begrijpen wie nu aan wie iets gegeven heeft, maar kwam er niet uit. Ze staken de rotonde recht over.

Louis bleef maar om zich heen kijken en fietste gestaag verder. Nu fietste Opa eens achteraan. Bij het kruispunt voor auto’s gingen ze naar links, de Silexstraat.  ‘Veel flats’ zei Louis met een beetje zuur gezicht. Opa ging weer naast Louis fietsen en zei: ‘60% is hier inderdaad flat, stapelwoningen noemen ze het. De plannen waren eerst om meer gewone woningen te bouwen maar daar bleek minder vraag naar te zijn. Er waren toen veel mensen die niet zo veel geld te besteden hadden.’

‘En je keek wel net even zuur, maar deze wijk is door het Rijk als één van de dertig wederopbouwwijken van het land gekenmerkt. Uit waardering zoals ze het toen gedaan hebben. Aan  dat kenmerk hangt het verzoek vast om de ie stijl van de wijk van toen zoveel mogelijk aan te houden. Wat meegespeeld heeft bij de toekkeninng is dat ze metde glooiing in het landschap op een mooie esthetische manier mee zijn omgegaan, moet je maar eens om je heen kijken, vooral bij grotere gebouwen.’ Louis: ‘Neeee Opa, Stehtisch, statafel, bier, niet weer he… bier’ Opa schudde zijn hoofd in een stevig nee en zei ‘esthetisch… smaakvol, niet stehtisch, al begin ik ondertussen wel langzaam aan dorst te krijgen…. Aan het einde heb ik een mooie plek in gedachten’ en smeerde ondertussen met zijn tong over zijn lippen. Louis ging akkoord, hij krijgt immers dan altijd een cola, en dat is ook wel weer leuk.

Opa pakte de draad weer op: ‘Het is trouwens nog steeds een wijk waar mensen niet zo veel geld hebben, veel eenouder gezinnen, buitenlanders, werkelozen. Maar ze willen wel weer de wijk gaan vernieuwen. Stapelwoningen worden afgebroken, normale woningen komen er voor in de plaats en meer koop. En wellicht gaan ze dan ook weer de groenstructuur herstellen, het oorspronkelijke ontwerp met meer geborgenheid en zichtlijnen die in de loop der jaren wat vervaagt zijn geworden.’ Dit was een beetje vaag voor Louis wat Opa daarmee bedoelde. Opa ging verder. ‘Links heb je in de wijk een groene ruimte waar ze een basisschool hebben gebouwd, tegenwoordig islamitisch, een gymzaal die ook door verenigingen wordt gebruikt en een gebouw van een scoutingclub.’

‘En naast dat scoutinggebouw staat weer een kunstwerkje, deze keer met iets meer fantasie. Sprankelplek noemen ze het en precies zo’n zelfde kunstwerk staat op totaal 25 plekken in het land, bestaat uit 25 zogenaamde diamanten. Het is een cadeau aan de voormalige Koningin Beatrix ter gelegenheid van haar m m m jubileum als koningin…. M m m.’ Het was even stil. ‘Ahh, 25 jaar’ zei Louis toen. Opa: ‘Goed zo, en ze heeft dit monument ook persoonlijk onthult, volgens mij door naar boven te klimmen, maar ze had toen wel een broek aan.‘

Aan het einde van de straat knikte Opa om naar rechts te gaan, de Opalinestraat. ‘Hee Opa’ riep Louis en vervolgde: ‘de Opastraat’ en lachte, Opa ook. Ze gingen de eerste straat links in.  ‘En hier Opa’ wilde Louis ook eens iets uitleggen ‘mailen ze veel, de emailstraat.’ Opa produceerde hierop een aardig lachgeluid en zei: ‘denk je dat ze deze naam bedachten toen de mensen al e-mailde? E-mailen is pas rond 1995 op gang gekomen. Nee, email met de nadruk op de letter a krijg je ais je soorten gekleurde poeder flink heet maakt, mooie figuren van die ook gebruikt kan worden als beschermlaag op aardewerk.’

Louis fietste zwijgzaam verder. Einde van de straat naar links en bij de kruising naar rechts en dan in de links Klokbekerstraat in. Aan het einde van deze straat rechts en fietste de Gewantmakersdreef in. Ze fietste Pottenberg uit en Belfort in.

 

Belfort

Op het afgeschermde fietspad, tussen de Gewantmakersdreef en de Keurmeestersdreef, stopte ze even. Opa ademde even in en Louis was hem al voor door te zeggen: ‘de volgende wijk.’ Opa blies  weer zijn adem uit, nam weer adem en zei toen: ‘Belfort…. We staan hier precies in het midden.’ Louis keek even om zich heen en begon langzaam te spreken: ‘woningen zie ik, winkels…. Maar de rest? Kerk, scholen, gemeenschapshuis?’

Opa, knikte voldaan dat Louis ondertussen begrepen had waar een parochie of wijk uit was samengesteld en vertelde er iets meer over. ‘Waar die half ronde flat nu staat aan de overkant van de rotonde zou eerst de kerk komen. Maar de noodkerk, de kerk die ze als tijdelijke kerk in het begin bouwen, hebben ze verbouwd tot echte kerk en staat hier vlak schuin achter het winkelcentrum, de school ligt daar weer achter en fietsen we dadelijk langs en een gemeenschapshuis ’t Förtje bevindt  zich daar weer achter.’ Louis keek maar richting het winkelcentrum waarbij hij maar moest aannemen dat wat Opa zei er ook was.

‘Toen ze deze wijk gebouwd hebben’ ging Opa verder ‘hebben ze veel Romeinse vondsten gedaan, hier achter deze halve rond flatgebouw. Het mooiste was echter een dubbele sarcofaag. Ongeveer 2,5 meter bij 1,5 bij 1 meter. Waarschijnlijk heeft er ook een Romeinse villa gestaan. In ieder geval ook meerdere graven.  Verder glazen urnen, aardewerk, bronzen schaaltje, flesjes, zalfsteentje met schuifdeksel compleet met spatel en kokertje en een bijzonder stoeltje en nog van alles. Uniek in Nederland, in meerdere opzichte en dus erg bijzonder.‘

Louis keek gelukkig uit zijn ogen en vroeg: ‘hebben ze daar ook een monumentje van gemaakt?’ Opa: ‘bedoel je bijvoorbeeld een verweerde grote koperen fles of een nagebouwde betonnen sarcofaag met een schop ernaast of een uit natuursteen uitgehouwen Romeinse ambetnaar die opstaat uit een kist met een zonneklokje om zijn pols op vijf uur met als titel “onderbroken rust”? Nee, geen monument, alles is opgeruimd.’ Louis keek een beetje minder gelukkig uit zijn ogen. Opa deed een poging om Louis weer iets gelukkiger te maken en zei: ‘waar ze hier,’ en keek in de richting waar de vondsten waren gedaan, ‘bij de volgende rotonde links en dan even verder rechts, is wel een monument gemaakt waar de opa van onze Koning Willem Alexander ooit een keer met zijn vliegveld is geland.’ Louis kon er niet gelukkiger van worden.’ Opa keek even naar zijn kleinzoon en zei: ‘Kom, we moeten verder, we fietsen een stukje door Belfort en gaan dan naar de Hazendans.’

Ze fietste rechts de Keurmeestersdreef in, zagen links de lagere school, en ging bij een kruispunt voor het tankstation naar rechts, de Volderdreef. Bij de kruising naar rechts en even verder links. ‘Haha, de printerdreef’ merkte Louis op, ‘zal wel niks met computerprinters te maken hebben. ‘ Opa keek met een schuin gezicht naar Louis en boog zijn hoofd tussen ja en nee en zei ‘geen computerprinters maar heeft wel iets te maken met drukken.’ De straat boog naar links en ging over in een andere straat. Ze hadden Belfort verlaten.

 

Hazendans en Dousberg

Voor een kruising was rechts een boerderij waar boven de ingang van de poort stond “Hoeve Hazendans.” ‘Dansen hier de hazen soms’ wilde Louis met een lach van Opa weten. ‘Ja, er is hier zoveel lekkers te eten voor hazen dat ze lekker veel dansen… nee natuurlijk, de boerderij is genoemd naar Haesen, de eerste pachter van de boerderij, halverwege de 18de eeuw. Na een aantal jaren is deze hoeve afgebrand maar weer keurig opgebouwd. Woonhuis is van latere datum.’ Ze fietste rechtdoor, een smallere weg, de Heserstraat. Opa: ‘deze weg komt uit in Hees, een dorpje in het huidige België, een kilometer of vier verder en toen was er onderweg nog geen kanaal gegraven. De wegen waren toen meestal allemaal als deze, slechts verhard met steentjes en modderplassen.’

Louis keek van de grond naar rechts, Opa vertelde waar hij eigenlijk naar keek. ‘Je bent hier op de hoek van Dousberg, links tot het kanaal van België, rechts loopt het door tot de Via Regia. Ervoor had je vroeger een zwembad. Boven op de berg stond een galg. Recht werd er gesproken en direct ernaast de galg. Verleidelijk voor zo’n rechter. Er is ook een tijd geweest dat het doodsvonnis op de Markt in Maastricht werd uitgesproken en uitgevoerd en dat het lijk hier werd opgehangen als afschriksteken.’ Louis wreef eens langs zijn nek en keel, hij had gisteren immers stiekem een snoepje weggepakt.

Opa: ‘Wat kan ik je er nog meer over vertellen…. Op enkele plekken hebben ze resten van bewoning gevonden, van enkele duizenden jaren geleden tot recenter. En in het gebied naast de Dousberg heeft ooit nog een grote veldslag plaatsgevonden, De Slag bij Lafelt, 150.000 opgewonden mannen, tien tot twintigduizend hiervan hebben hun opgewondenheid op deze plek verloren en nooit meer terug gekregen, net als ruim 3000 paarden. Gestorven dus.’ Louis schoof zijn hoofd iets naar achteren en mompelde: ‘Geen fijne plek…. Gaan we verder Opa’? ‘En weet je’ ging Opa onvermoeid verder ‘dat Maastricht als enige stad genoemd wordt in het Nederlands Volkslied? En dat heeft met de veldslag die zich hier afspeelde te maken. Die ook nog eens in het huidige België plaatsvond.’ Louis: ‘Gaan we verder’? Opa: ‘Het elfde couplet hoempapa, hoempapa.’ Louis: ‘Gaan we verder’?

Ze fietste verder en kwamen aan de rand van een woonwijk uit. Hier fietste ze de parallel gelegen Veltwezeltstraat op en reden langs De Dousberg. Opa had weer iets te vertellen: ‘Dit is de Hazendans waar we nu inrijden, een stadswijk uit de jaren negentig. Net waren we in Blauwdorp, kleine huizen, lange rijen dezelfde woningen, weinig groen, Pottenberg met iets minder kleine huizen, groen in de wijk, maar nog altijd in een rij, Belfort ook weer iets grotere huizen, veel groen, ruimte…. Zie je de ontwikkeling als je nu naar deze mooie grote witte woningen kijkt? OK, nu is dit geen sociale woningbouw maar je ziet wel dat de woningen steeds groter worden en de wijken groener naar mate ze jonger zijn.’

Louis knikte gehoorzaam, Opa ging verder: ‘En weet je dat er in Blauwdorp in de jaren tachtig in sommige woningen nog steeds geen badkamer was’? ‘Hoe kan dat nu, de mensen moeste zich toch ook wassen, waar deden ze dat dan’ bitste bijna Louis. Opa: ‘In de keuken hadden ze allemaal een kraantje en daar waste ze zich mee. Weet je nog de straat waar we inkeken toen we begonnen, de Calvariestraat?’ Voorzichtig knikte Louis, Opa ging verder: ‘Daar heb je links een wit gebouw op de hoek, voor dat rode, en dat was vroeger het badhuis, daar gingen de mensen het bad in. En de leerlingen van de basisschool gingen met school het bad in om zich te wassen.‘ Vond Louis toch maar raar.

Ze kwamen bij een knik in de weg naar rechts en links. Op die plek was er ook een pad naar links. Daar reden ze in, kwamen bij een pleintje, staken dit rechtover zodat ze weer op een pad terechtkwamen dat ze leidde naar een groot rechthoekig plein met een laag hekwerk er om heen.

‘Wie is die meneer’ vroeg Louis aan Opa toen hij een groot beeld van een man met een bel voor zich op het plein zag staan. Opa: ‘Nou dat is de man van het plein’ waarop Louis zei, ‘dat had ik ook wel kunnen verzinnen.’ ‘Die meneer staat hier om toezicht te houden op het plein, er staan hier ook  speeltoestellen en kunstwerkjes als centrum van de wijk. En als je denkt dat die meneer de hele dag stokstijf staat, heb je het mis. Als om één uur ’s nachts net alle mensen liggen te slapen slaat hij één keer op het klokje en draait dan een stukje. Na 24 nachten is hij helemaal om zijn as gedraaid. Dat bellen en draaien doet hij naar alle mensen uit alle streken.‘ Louis: ‘Grappig, maar we zullen maar niet wachten totdat hij weer eens gaat slaan.’   ‘Laten we deze wijk maar verlaten’ antwoorde Opa.

 

Daalhof

Ze fietste naar links en volgde de weg rechtdoor. Als de wijk verlaten was draaide de weg naar rechts, langs een school en kwamen bij een rotonde uit. Daar fietste ze naar rechts en enkele meters verder, net voorbij de boerderij stopte ze.  ‘Dit is Daalhof’ begon Opa. Daalhof is genoemd naar een boerenhoeve. In het gebied dat nu Daalhof genoemd wordt bestond daarvoor uit weilanden en akkers en daar horen boerderijen bij.  Hazendans, waar we net bij stonden en deze recht voor je, een kinderboerderij met oorspronkelijk de naam Zonnehoeve uit 1936, zijn overgebleven. Eerst wilde ze deze wijk nog aan de oostkant van Maastricht bouwen. Maar daar was geen grond beschikbaar voor Maastricht en daarom hebben ze dit gebied voor woningen gebruikt. Eigenlijk hadden ze het willen gebruiken voor natuur en recreatie. Enkele anderen boerderijen zijn in 1970 en 1971  gesloopt om plaats te maken voor Daalhof. Boerderij het Panhuis  heeft hier in de buurt gestaan en stond er al een tijdje, rond 1600 gebouwd. Die familie is toen verhuisd naar Biesland, naast  de Servaasbron. Tussen de Hazendans en Zonnehoeven stond nog een boerderij, Bronswaer, en zo waren er nog enkele. Daalhof was ook een benaming van een boerderij, hoeve. Daarom eindigen de straatnamen hier allemaal op -hof’

‘Aan de andere kant heb je de drie flats van Daalhof. Ook weer getekend door Snelder. De eerste twee zijn gebouwd rond 1971, de derde 1974. Er waren eigenlijk vijf van deze flats gepland. Maar de behoefte naar dit type woningen werd minder en er was protest uit de buurt. De namen van deze flats, de straat, zijn genoemd naar heuvels rondom Rome: Quirinaal, Palatijn, Velia.’ Louis knikte maar. Opa vervolgde: ‘en hier, die twee muren aan de beide zijde van een weg, waarbij de ene kant precies in de andere kant past, is een cadeautje van de stad Tongeren die toen 2000 jaar bestonden. We staan hier namelijk op een oude Romeinse weg, de Via Belgica, de weg die van Noord Frankrijk via de Maas in Maastricht naar Keulen gaat, de weg waardoor Maastricht ontstaan is. Vroeger werd alles te voet afgelegd en daarom had je op dag-loop-afstand plekken waar je kon overnachten. Tongeren was de halteplaats voor Maastricht, Heerlen de halteplaats na Maastricht. Hier en daar bestaat die weg nog, sommige plekken zijn onbekend of slechts een vermoedde. En in Daalhof weten ze het zeker. Daarom hebben de straatnamen hier allemaal iets met de oudheid te maken.’

Louis, knikte. Dat was ruim 2000 jaar geleden, nu weer naar nu. Zo af en toe wilde hij laten weten dat hij iets onthield wat Opa hem vertelde, en zei: ‘aha, en zien we tegenwoordig in deze wijk ook de voorzieningen volgens het parochiemodel?’ Opa, die een tevreden glimlach niet kon onderdrukken, antwoorde: ‘Jazeker, en deze bevinden zich mooi allemaal achter elkaar, dat gaan we nu bekijken.’ Al vrij snel kwam de basisschool Fons Olterdissen in zicht, daarnaast het gemeenschapshuis Het Atrium en de kerk San Salvator bij de hoek. Gebouwd zoals dat toen gebruikelijk was, een zaalkerkje met een kruis op de gevel, Belfort heeft dat ook. Die straat rechts gaat naar Daalhof Noord, gebouwd in de jaren tachtig met toen de gebruikelijke woonerven, doolhof, net als De Heeg.’ Ze fietste links de Herculeshof in. ‘En hier links heb je de winkels’ vulde Opa aan.

Louis fietste voor Opa en Opa zag Louis afwisselend naar de weg kijken en naar de winkels. ‘He Opa’ riep Louis die iets ontdekt had, ‘een monumentje.’ Opa enthousiast, ‘kijk, kijk, je begint al aardig oog voor details te krijgen. Dat monumentje is een geschenk van de architecten, twee vrolijk vliegende duiven.’ Louis tilde beide ellebogen omhoog en omlaag alsof hij een vliegende duif was. Louis keek om en keek hierbij alsof hij wilde zeggen kijk hoe grappig ik ben. Ze fietste na het winkelcentrum naar links en even verder rechts de Jupiterhof in. Deze weg bleven ze volgen. Aan het einde draaide de weg naar links. ‘Wow, wat een toren, wat is dat Opa?’ Opa keek afwisselend naar de toren en naar Louis.

Inmiddels stonden ze onder aan de toren. Opa: ‘Dit is de televisietoren van Daalhof, deze toren is een doorgeefluik van beeld en geluid. Omdat de KPN te veel macht had hebben ze alle torens in het land  moeten verkopen en zijn nu van het grootste Europees bedrijf in dit soort verbindingen. Hoezo te veel macht. Vroeger had je voor elke TV zender een aparte verdieping om apparatuur kwijt te komen, tegenwoordig is het digitaal en neemt dat bijna geen plaats in. Maar ook radiosignalen, telefoon, computerverbindingen, defensie, straalverbindingen zodat bijvoorbeeld televisieprogramma’s die hier in de buurt worden opgenomen en over de hele wereld te zien zijn. Denk maar aan wereldkampioenschap fietsen, Rieu op het Vrijthof, Europese top, penaltyschieten bij MVV, noem maar op. Er is ook een datacentrum in gevestigd. Is ook erg goed beveiligd, vroeger had je hier 24 uur per dag, 365 dagen per jaar soldaten zitten met zware wapens om het te beveiligen en koffie te drinken.’ Louis: ‘en hoe hoog is die toren?.’ Opa; ‘Ongeveer 130 meter plus de antennes’, en ooit zijn er plannen geweest om hier flatwoningen in te maken, maar dat is niet doorgegaan, de architect had hoogtevrees..’ Opa kreeg pijn in zijn nek door omhoog te kijken en begon met fietsen, over het pad langs het kerkhof. Louis fietste achter Opa aan.

Aan het einde van het pad, Trichterweg, gingen ze rechts tot kruising. Die staken ze over en fietste rechts een stukje over het fietspad. Ze volgde de ventweg van de Javastraat en fietste de derde straat links in, de Madoerastraat.

 

Mariaberg

Knusse huisjes vond Louis. Na het bochtenwerk begon Opa weer te vertellen:  ‘we fietsen weer richting de stad, de huizen worden steeds ouder en de straten strakker. Deze wijk heet Mariaberg en bestaat uit drie, vier subwijken. Dit deel met de witte huisjes noemen ze Trichterveld, dadelijk komen we in het echte Mariaberg en doorkruisen dan de bloemenbuurt om in het Blauwdorp uit te komen, aan de andere kant als waar we begonnen zijn. Voor dat er een wijk was werd dit gebied het Proosdijveld genoemd. Soms gebruiken ze dat woord er nog voor. Het begrip parochiemodel kende ze nog niet. Elke subwijk is gebouwd in een andere periode en dat zie je ook aan de opbouw van de wijk.’

Ze fietste min of meer rechtdoor en Opa ging verder met vertellen. ‘Na de oorlog was er een tekort aan woningen. Omdat standaard huizen bouwen niet wilde lukken, hebben ze hier in 1947 ruim 200 noodwoningen gemaakt, met noodhulp uit Zweden. Ze zijn gebouwd om de nood op te vangen en daarna weer snel af te breken. Toen wilde er al mensen erg graag wonen en dat is nog steeds zo, ondanks ze hele eenvoudige materialen hebben gebruik. Elke keer als er plannen waren om ze af te breken kwamen de bewoners in verzet en zo werden ze keer op keer weer een beetje opgeknapt. De bewoners vonden en vinden het nog steeds geweldig, maar die huisjes konden echt niet meer. Asbest, vocht, slechte isolatie, geen centrale verwarming, los zittende leidingen, enkel glas, klein, rare indeling. Je komt bijvoorbeeld binnen via de douche om in de keuken uit te komen. Weer kwam er verzet vanuit de bewoners. Er is toen afgesproken dat niemand hoeft te verhuizen maar als er een huis leeg komt, vervangen wordt door een huis van deze tijd, en wel in dezelfde stijl. En daar zijn ze nu voorlopig mee bezig.’ Louis: ‘Kan me dat verzet goed voorstellen, het zijn net vakantiebungalows in een sprookjespark.’

Rechts kwam ineens een als modern gebouw met grijze platen tevoorschijn waarop Louis: ‘En wat mag dit dan wel zijn?’ Opa: ‘Dat is een oude radiostudio van de ROZ, de provinciale omroep, tegenwoordig L1. Werd in 1979 hier gebouwd. Links kantoren, rechtsvoor een studio voor kleine praat- en muziekprogramma’s en daarachter een grotere studio voor bands en uitzendingen met publiek. Maar ze zijn naar Amby verhuisd, er kwam televisie bij en daar was dit gebouw te klein voor. Tegenwoordig zitten er kunstenaars in.’

Ze bleven de weg rechtdoor volgen en kwamen bij een groot plein uit met een grote kerk. Opa ging weer verder met vertellen. ‘Inmiddels zijn we nu in het echte Mariaberg aangekomen. Rond 1950 is dit deel bebouwd. En die kerk, die inmiddels een groot fitnesscentrum is geworden, zou oorspronkelijk voorzien zijn van een hogere toren maar daar bleek toch niet genoeg geld voor te zijn. Nou, werd toen gezegd, dat trekken we op de ontwerptekening bij de toren halverwege een streep, en zo staat er nu een hele stompe toren’  Bij de school, voor het wijkcentrum, reed Opa gevolgd door Louis rechts de Gentiaanstraat in en even verder links de Seringenstraat. Opa enthousiast: ‘Dit is de  bloemenbuurt omdat de straten naar bloemen zijn genoemd, gebouwd tussen 1930 en 1940 en is al weer ruimer van opzet als de buurt waar we aan de overkant van de weg terechtkomen.’

Louis begon het allemaal weer wat veel informatie te worden en liet het over zich heen komen. Louis was zich zelfs aan het afvragen of Opa geen dorst kreeg. Zou hij Opa vragen of hij dorst had? Nee, toch maar niet. De huizen waren donker, nauwelijks voortuinen. Geen cafés gezien, zou Opa dan ook geen dorst hebben?

Opa bleef vol enthousiasme verder vertellen. ‘En om al die huizen hier te bouwen hebben ze in de jaren 20 zelfs een steenfabriek gebouwd, die heeft op deze plek gestaan. De Ringovenweg,’ Opa wees rechts een smal straatje in, ‘herinnert daar nog aan.’ Louis was zich aan het bedenken wat nu weer een ringoven is. Een ronde doorsnede in plaats van halve doorsnede, een oven waar de werklui allemaal getrouwd waren en een ring om hadden? Laat ik het maar niet vragen, dacht hij. Ze kwamen bij een doorgaande weg uit. Het was even wachten. Toen er geen verkeer was staken ze de weg over, gingen links en de eerste straat rechts weer in, Gildenweg. 

Opa: ‘Dit is Blauwdorp, dit deel van Blauwdorp is gebouwd tussen 1927 en 1930.’ Louis was aan het denken. Blauwdorp, daar heb ik vandaag vaker over gehoord. Zou dit het einde zijn? Het was maar een straat met lange rijen woningen, zonder voortuin. Wel mooie frisse kleur deuren. Bij de kruising rechtdoor.  Opa, die niet eens keek of Louis luisterde: ‘We kruisen hier de Proosdijweg, die weg was er al lang voor dat hier huizen kwamen en was zelfs lange tijd de grens van de stad, met de gemeente Oud Vroenhoven, we zitten midden in het oude schootsveld.’ Louis vond dat geen prettige gedachte. Daar hield hij het bij. Ze kwamen bij een pleintje. Links was een gevel te herkennen van wat ooit winkels waren. Opa wees er naar. Louis vroeg zich af of zou dat een café zijn geweest dat gesloten was?


Goeman Borgesiusplantsoen

‘In de oorlog zijn hier bommen gevallen, die winkels zijn toen zwaar beschadigd.’  Opa en stuurde naar rechts. Rechts was een schattig pleintje te zien. Opa: ‘Ik zou je graag iets over deze huizen willen vertellen, over deze buurt, maar ik moet je eerst iets anders laten zien….’ Louis zag het, Opa had een bordje van “Café De Tramhalte” gezien. Alsof een engeltje Louis wilde knuffelen werd Louis helemaal gelukkig met deze vondst. Woorden waren overbodig. De fietsen werden neergezet en afgesloten en er werd een plek gezocht bij het café. Ze plofte op de stoelen, de benen gingen lang uit. ‘Zoooo’ zei Opa, eieindelijk dacht Louis.

Ze hadden een mooi plekje uitgezocht met het zicht op het Goeman Borgesiusplantsoen. Snel kwam er al een serveerster aan met de vraag: 'En, wensen jullie nog iets anders dan een stoel?' Opa keek naar de serveerster en toen even naar Louis, keek haar weer aan en zei: 'Met een vochtig Upje ben ik nu wel weer even tevreden' waarop Louis zei 'en ik met een cola'. De serveerster knikte, ik ga jullie snel tevreden maken. Na enkele geluiden vanachter de bar kwam ze er weer aan, zette het Brand Upje en cola op een viltje en voegde er mondeling aan toe: 'laat het jullie smaken' waarop Opa knikte en mondeling er aan toevoegde 'dat zal wel lukken.' Met een frisse lucht achterlatend verliet de serveerster het tafeltje. Opa keek haar nog even naar haar. Niet veel later waren de glazen al een stuk minder gevuld. 

Louis keek naar het plantsoen omringd met huisjes aan de schuin-overkant en zei: 'kleine huisjes.' Opa dronk aan zijn glas, zette zijn glas neer op het viltje en zei: 'geweldige huisjes.... zeker voor de eerste bewoners. Ruim honderd jaar geleden groeide de industrie in Maastricht gestaag, er kwamen ook steeds meer en meer arbeiders, steeds meer en meer gezinnen. De lonen en arbeidsomstandigheden waren ronduit slecht. Het aantal woningen groeide niet echt mee. Vaak dat meerdere gezinnen in één woonhuis woonde. Woonruimtes die ook klein waren, soms bestond de woonruimte uit één kamer, waar gekookt, gegeten en geslapen werd. Dat in zo'n kamer wel acht personen woonde was geen uitzondering. Eigen toiletten waren er niet, moesten gedeeld worden met vele gezinnen. Stromend water was er ook niet. Douches waren er niet. Veel stank was er wel, afval lag overal, afval dat ook uit bedorven vlees bestond. De huizen die er waren, waren van slechte kwaliteit, vaak vochtig. Ventileren was ook geen dagelijkse bezigheid. Slechte hygiëne, veel ziekten staken op.' Louis liet even zijn cola staan.

Opa ging verder. 'Om voor de bewoners van de stad fatsoenlijke woonruimte te zorgen vond de gemeente voor zichzelf geen taak weg gelegd, dat was iets voor de werkgevers. Regout en Lhoest, de bazen van de Sphinxs en papierfabriek en andere werkgevers, Rutten bijvoorbeeld van de brouwerij, zorgde uiteindelijk wel voor woonruimte. Ze lieten tweekamer woningen bouwen, een verbetering van de één-kamer woningen, maar uitstekende  woonruimte kon je het niet noemen. Er ontstond meer aandacht en initiatieven voor de onhygiënische omstandigheden en woningnood.

Opa nam een slokje en ging verder. 'De katholieke kerk had rond de jaarwisseling een grotere rol in het dagelijkse leven dan tegenwoordig het geval is. Burgers gingen in grote getale naar de kerk, leefde volgens de regels, betaalde hun kerkbijdrage. De kerk wees hen de weg die de burgers moesten volgen, ceremoniën en tradities die houvast boden, ze zorgde voor ontspanning door verenigingen op te richten en te ondersteunen met bijvoorbeeld het bieden van een accommodatie, bieden van onderwijs, hielden goede contacten met de werkgevers, die zorgde immers dat er geld bij de arbeiders binnen kwam en hadden grote invloed in de politiek. Toch kwam het initiatief om, aan de sociale kwestie, op te lossen van onderuit, de Maastrichtse arbeidersbeweging. Enkele leden van de metaalbewerkersvereniging, met enig spaargeld, kwamen met het idee om een spaarvereniging op te richten om een huis te kunnen kopen. Dat idee hadden ze in een Belgische krant gelezen. Ze klopte aan bij kapelaan Van de Venne. Die vroeg om advies aan kapelaan Van Rijt en die verwees door naar het gemeenteraadslid Charles Ruys de Beerenbrouck, de zoon van de gouverneur en zou later nog Minister-President van Nederland worden. Die vroeg of kapelaan Souren kon helpen. Dat deed hij en niet veel later, we spreken over 1902, was de oprichting van Spaarbouwvereniging Sint Servatius een feit. Souren was de voorzitter, de andere die hadden aangeklopt werden de bestuursleden. Niet veel later werden de eerste huizen gebouwd en opgeleverd aan de Heerderweg, toen nog in Heer gelegen. Souren stond ook aan de wieg van Coöperatie De Ster met op diverse plekken vestigingen en eigen broodbakkerij, waar de leden kolen en levensmiddelen voor een gering bedrag konden kopen.'

'Louis, waarom zit je toch steeds nee te schudden met je hoofd als ik tegen je vertel?' vroeg Opa. Louis schrok een beetje en zei een beetje stamelend: 'Oh ehh, ik, ehh, ben naar de auto's aan het kijken die langs rijden, maar ik luister wel hoor.' Opa: 'Dan ga ik verder. Toen Minister van Binnenlandse Zaken Gouman Borgesius, de woningwet wist in te voeren, kwam er ook geld beschikbaar van het Rijk om bouwverenigingen huizen voor arbeiders te laten bouwen. Daarom moest wel de spaarvereniging omgezet worden in een bouwvereniging, maar dat was geen probleem. De gemeente bleef wel lastig doen om bouwgrond beschikbaar te stellen. Vanaf 1907 begon er een beetje vaart in te komen.' Het hoofd van Louis bewoog nog steeds van links naar rechts, alleen iets krampachtiger en de pupillen sloegen nu iets meer uit.

Opa viel het niet op en vertelde ongestoord verder. 'Omdat de leefomstandigheden van de arbeiders zo slecht was kwam er van hun uit verzet, verzet tot rechtvaardigheid. Alles delen, geen grote bazen met kapitalisme. Socialisme was het woord. Dat was natuurlijk stampen tegen de porceleinen benen van de bazen en tegen de gedachten van de katholieke kerk waar gehoorzaamheid werd verwacht. Socialisten gingen zich organiseren. De Jonge, iemand van Adel die na zijn ontslag leefde van het familiekapitaal was een socialist. Hij was naar Maastricht gekomen. Vreemd dat juist iemand van adellijke afkomst zich voor de arbeiders ging inzetten, maar heeft wel veel voor hen betekend. Al voor dat de Coöperatie De Ster werd opgericht hielp hij voor de socialisten een eigen coöperatie in Maastricht op te richten, het Volksbelang. De winst hiervan kon gebruikt worden om het verzet te betalen. Mensen die ontslagen waren omdat ze socialist waren, konden aan de slag bij de coöpeatie. Ook het Volksbelang had diverse winkels in de stad. Mensen die in verzet komen, pastte niet in het beeld van Servatius. Woningen werden eerder toebedeeld aan brave katholieken dan aan kwaad denkende socialisten. Het was ook weer De Jonge die het initiatief nam tot de oprichting van een bouwvereniging, Beter Wonen werd de naam. Want dat was wat er moest gebeuren in die periode. In 1915 was de officiële oprichting en alleen zij die behoren tot de arbeidende klasse of daarmee gelijk gesteld , konden lid worden om voor een woning in aanmerking te komen.'

Ondertussen waren de uithalingen van Louis van links en naar rechts van de nek weer iets forser van aard dan zojuist. Opa zag de verlegde interesse van Louis maar ging toch op zijn manier verder. 'En zo kon er begonnen worden met het bouwen aan het  B o r g e s i u s  p l a n t s o e n' sprak hij erg langzaam uit waarop Louis weer even de aandacht bij Opa had en Opa weer gewoon verder kon vertellen. 'Ging natuurlijk ook niet vanzelf en was er tegenslag. Zo bleek dat ze funderingen van soms wel zes meter diep moesten maken omdat de huizen bovenop de voormalige kazematten werden gebouwd. De gangen waren niet zo zeer het probleem, wel de grond waarmee ze de droge grachten hadden dicht gegooid was te los om er op te kunnen bouwen. Maar het resultaat mag er zijn, kijk eens naar de details van het metselwerk, geweldig. Omdat het socialisten waren hebben ze er ook rode dakpannen op gelegd. Rood is de kleur van de socialisten, net als de PvdA en SP. In 1918 kwamen de bewoners. Er werd goed opgelet dat er maar één gezin per woning kwam wonen en niet dat er stiekem nog een extra gezin bij kwam zoals in die tijd immers gebruikelijk was.'

De aandacht van Louis verslapte weer. Had zelfs geen aandacht meer voor de auto's die langs kwamen. Hij begon nu te blazen in zijn colaglas in plaats van te drinken. Opa begon in te zien dat er een einde aan zijn verhaal moest komen. 'Waar het gebruikelijk was dat er slechts een ijzerdraad was gespannen tussen de tuinen van de buren, was er tussen de katholieken en socialisten een heuse muur gebouwd. Maar het is toch goed gekomen. De katholieken werden minder katholiek, de socialisten minder socialist. Bouwverenigingen fuseerde, Servatius en Beter Wonen was net iets te veel gevraagd, maar Servatius fuseerde wel met Gezond Maastricht die als doel had de mensen onderdak te bieden die hun krotten in de binnenstad moesten verlaten en met bouwvereniging Eigen Haard die spoormensen die in oude spoorwagons woonde van een eigen huis wilde voorzien. Beter Wonen fuseerde met de katholieke Bouwvereniging Sint Matthias uit de gelijknamige parochie aan de Boschstraat waar het hart lag van de krotten tot Woonpunt dat later nog fuseerde met Beter Wonen in Geleen, Woningstichting Hoensbroeck, Volkswoning in Heerlen en Woningstichting Geuldal in Wijlre. Maar ze werken wel sociaal broederlijk samen.'

'Opa' vroeg Louis op een bedelende toon, 'gaan we?'. Opa: 'Ja, ja, maar kijk toch nog eens naar die huisjes, hoe geweldig het voor die mensen moet zijn geweest om daar te kunnen wonen als je weet hoe het er een eeuw geleden aan toe ging. En nu nog, vrijwel het enigste groene pleintje van de wijk, je bent snel in de stad, je bent snel op de autoweg, je bent snel in het natuurgebied Jekerdal, je hebt winkels aan de overkant van de straat, geweldig toch? En... je hebt een café onder handbereik.' Opa dronk nog eens aan zijn glas en zei nog één keer: 'geweldig!'



Rebolim©2016


De route:



BRONNEN:

 BOEK: 2000 Jaar aan Maas en Jeker, 2005; De verbeelding van Maastricht, 2015; 2000 Jaar Maastricht, 1991; Maastricht, een visie op de toekomst, 1964; Historische encyclopedie, 2005; Monumentengids Maastricht, 2001; De straatnamen van Maastricht en hun herkomst en betekenis, 2013; Beeldig Maastricht, 1983; Het Artifortgebouw MS74, 2009; St Lambertuskerk MS33, 1991; Inventarisatie Bestemmingsplan Maastricht West, 2011; Structuurvisie Maastricht 2030, 2012;  Woningstichting Sint Servatius 1902-2002, C SHCL 3, 2002; Architectuurgids Maastricht 1895-1995, 1997; Jaarboek Maastricht, 1971; In spijt van slechte tijden, 1990; Bouwen in Maastricht, 1992; Trichterveld, 2008; INTERNET: herbergdezwarteruiter.nl; woonpunjt.nl; TIJDSCHRIFT: DDL, 2011, Leidse Courant, 1964; DDL 8-7-2015


  Klik hier om terug te keren naar 'Opa vertelt'