Opa vertelt Louis over de stadswijken van Maastricht |
||
|
de westelijke (Blauwdorp, Pottenberg, Belfort, Dousberg, Hazendans, Daalhof, Mariaberg)
Louis stond al buiten te wachten toen Opa hem kwam halen om
hem weer een paar buitenwijken van Maastricht te laten zien. Daar kwam Opa
aangefietst. ‘Hoi Opa’ Klonk er allervriendelijkst uit de keel van Louis. ‘Dag
Louis’ klonk er op een wijselijke toon uit de keel van Opa. ‘Waar gaan we vandaag
naar toe’ wilde Louis weten en begon naast Opa te fietsen. ‘We beginnen in
Blauwdorp’ was het antwoord van Opa. Louis: ‘Nee, geen Smurfen… wonen daar de
politieagenten…. Oh nee, blauw is de kleur van de kleding van werklui, de arbeiders.’ Opa knikte goedkeurend en zei: ‘dat zou
kunnen en het is inderdaad als een arbeidersbuurt gebouwd, maar blauw is ook de
kleur van Maria, van de katholieken. Die mochten daar wonen. Bouwvereniging
Sint Servatius bouwde daar als eerste woningen, voor de katholieken. Louis keek
een beetje onbegrijpelijk, discrimineren was toen gebruikelijk vroeg hij zich
af maar vroeg nog niets. Blauwdorp
‘De gemeente kocht voor bijna 200.000 gulden van de Staat grote
delen van de gronden van de buitenvestingwerken. Op deze plek, als een schild
om de stad op zekere hoogte, waren ook de Hoge Fronten, heuvels en droge
grachten. Die hebben ze met de grond gelijk gemaakt maar de ondergrondse gangen
zijn blijven bestaan en lopen onder de huizen door. Een commissie van de
gemeente ging kijken in Namen, Charleroi en Parijs om te onderzoeken wat ze
daar deden met de vrij gekomen gronden. Het idee dat ze daar aan over hebben
gehouden is dat ze om de oude stad een ruime weg, een avenue, hebben aangelegd.
De Prins Bisschopssingel, hier de Hertogsingel en om de bocht de Statensingel
en in Wijck de Wilhelminasingel.’ ‘In stukjes werd de grond weer verkocht aan mensen die er
wilde bouwen. De rijkere mensen bouwde buiten de stad hun mooie huizen, met
name in het Villapark en Wijck. Maar ook hier aan de Hertogsingel. De arbeiders
woonde in krappe slechte ongezonde woningen. Er kwam steeds meer industrie en er
waren dus ook steeds meer arbeiders nodig. Er ontstond een tekort aan woningen
voor arbeiders. Hier moest iets mee gebeuren. En zie, er werden plannen gemaakt
om huizen te bouwen. Draai je maar om, dan zie je ze.’ Louis draaide zich om en keek naar de huizen. Ondertussen
probeerde hij het verhaaltje wat hij zojuist hoorde nog eens op een rijtje te
zetten. Opa ging ongestoord verder. Die straat rechtdoor het Blauwdorp in,
noemde ze vroeger de Servatiusweg maar heet nu de Willem Vliegenstraat. En net
als je bij de A2 de Groene loper hebt, willen ze vanaf hier de Blauwe loper
gaan maken, een mooie veilige route voor de buitenwijken richtging de
binnenstad waar ze in de toekomst allerlei voorzieningen aan komen.’ Opa maakte aanstalten om verder te fietsen en zei: ‘kom laat
ik je de eerste vroegere grote werkgever uit de buurt zien. Een heel mooi
product maakte te daar.’ Samen fietste ze de Brandenburgerweg in om op het
Volksplein uit te komen. Louis had geen idee wat Opa zou bedoelen met een mooi
product. Smartphones hadden ze toen nog niet en Ferrari komt uit Italië. Ze kwamen bij het Volksplein en Opa zei: ‘De naam het
Volksplein komt van de Katholieke Volksbond, een club die opkwam voor de
arbeiders en na enkele tussenstappen is die bond opgegaan in de FNV, tegenwoordig
en nog steeds de grootste vakbond van Nederland. En Willem Vliegen, naar wie de
straat van net naar genoemd is, is medeoprichter geweest van een van de voorlopers
van de Partij van de Arbeid. Werkte en woonde een tijdje in Maastricht. Begin
20ste eeuw lieten de arbeiders goed van zich horen, samen maakte ze
zich sterk. Je ziet het, de naamgeving van straten hangt soms nauw samen met
het tijdsbeeld waarin ze ontstonden.’
‘Eind 19de eeuw telde Maastricht ongeveer 30.000
inwoners en 30 bierbrouwerijen, dat is één brouwerij op 1000 inwoners. Ik ga
verder, er waren bijna 500 cafés , dat is één café per 60
inwoners, inclusief kinderen en geheel onthouders. Wat een geweldige tijd was
dat toch vroeger…. Ze hadden toen ook bierkannen om bier mee naar huis te
nemen, geweldig.’ ‘Familie Rutten had enkele brouwerijen in de binnenstad. Zo ook in de
Gubbelstraat waar ze Mestreechs Aajt brouwde. In die tijd brouwde ze veel
bovengistend bier. Er kwam echter meer behoefte aan een lichtere variant, het
pils. Om dit te gaan maken waren er echter flinke investeringen nodig en dat
geld had niet elke bierbrouwer. Familie Rutten had dat geld wel en ze bouwde op
deze plek, net buiten de vestingwerken, een brouwerij met de naam De Zwarte
Ruiter, de grootste brouwerij van Maastricht. Ze waren succesvol, brouwde
gemiddeld 23.000.000 liter per jaar, veel werd geëxporteerd. Opende ook plekken
waar ze hun bier konden verkopen. Op de Grote Markt in Den Haag is nog steeds
een gevelwand hiervan te zien en in Rotterdam hadden ze nog een kantoor. Het
bier werd ook naar Indië geëxporteerd.’ In de tussentijd was Louis bezig goed om zich heen te kijken en liet Opa
maar lekker zijn gang gaan met vertellen. Opa, iets minder enthousiast als net:
‘Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog was het ook voor de brouwerijen lastig om
aan grondstoffen te komen en kregen het financieel niet meer rond. Heineken, die
had een nog grotere beurs, kocht in 1920 de brouwerij. Onder de naam
Servatiusbrouwerij werd er nog enkele jaren bier gebrouwen.’ Louis pakte de draad weer op: ‘dus zo kwam er een einde aan de
bierbrouwersfamilie Rutten?’ Opa weer: ‘Niet helemaal, want al enkele
generaties lang staat de familie Rutten als eigenaars in de
Gulpenerbierbrouwerij geregeld aan de brouwketels en in Gulpen wordt sinds
enkele jaren ook weer het Mestreechs Aajt gebrouwd. Eind goed, al goed.’ Louis dacht dat Opa klaar was maar ging verder. ‘In 1935 kwam er een
meubelfabriek in een deel van de oude brouwerij, Wagemans en Van Tuinen. Wagemans
begon eind 19de eeuw in de Jodenstraat, zijn zoon nam het bedrijf over
en maakte er gestoffeerde fauteuils. Hier zie je dat er in de binnenstad veel
kleine bedrijfjes waren die meer ruimte wilde hebben. Regout van de Sphinxs
begon ook ooit in een klein winkeltje in de Spilstraat. Enfin, terug naar de
meubelfabriek. Bij mijnheer Wagemans kwam later mijnheer Van Tuinen erbij, met
extra geld, en hij ging zich bezig houden met de verkoop. Ze maakte ook een
periode matrassen. De naam werd omgezet in Artifort. Er werkte toen al meer dan
100 mensen in het bedrijf.’ Ondertussen had Louis de omgeving gezien en keek steeds verveelder. Opa zag
het en begon af te ronden. ‘Uiteindelijk kwam het bedrijf hier terecht, werkte
ooit 400 personen. De productie werd deels en later geheel op andere plekken
voortgezet. Artifort is nog steeds een bedrijf met degelijk designmeubilair met
wereldfaam. Mooie vormgeving had echt wel hun aandacht, Wagemans liet op het
Tongerseplein, onder aan de Hertogsingel, een mooie villa bouwen, De Witte
Raof, die met dat grote dak. Kom, fietsen.’ Samen gingen ze verder. Annadal Aan het einde van de straat zei Opa: ‘Hier links heb je de Ruttensingel,
genoemd naar de brouwe…’ Louis keek niet
naar de Ruttensingel maar naar de andere kant omhoog en onderbrak Opa met ‘Die is hoog.’ Ze fietste naar rechts, langs de flat. Opa: ‘De Annadalflat uit
1960. Flats zie je niet zoveel in Maastricht, dus iedereen in de stad kent de hoge
flats wel, Koningspleinflat uit 1962; Oranjepleinflat 1962; twee flats
Boschpoort uit 1970, de drie flats van Daalhof 1971 en 1974; de Sterflat 1975;
Sizatoren bij Ceramique 2000 en de Colonel bij het station uit 2005. Maar die
laatste is een kantoorpand. Gerard Snelders, de architect van de Annadalflat,
is dezelfde architect die bijvoorbeeld ook de patiowoningen in Malberg tekende,
de directeursvilla van Cox Geelen aan de Scharnerweg bij de Albert Heijn, het politiebureau
en zelfs het Gouvernement, veel diverse bouwwerken dus. Als je eens kijkt naar
de vormgeving, de voorzijde, is de gevel de voorzijde van de balkons of de
voorzijde van de voordeur?’
‘In 1940 zijn ze begonnen met bouwen maar kwam al snel stil te liggen
wegens de oorlog. Na de oorlog begonnen ze weer maar hadden weinig bouwmateriaal.
Pas in 1950 was het klaar. Door de lange bouwtijd was het alweer te klein
geworden en begonnen vrijwel direct al met uitbreiding. Steeds is het iets
groter geworden. Het aantal bedden om mensen te behandelen werd steeds meer.
Ook het ersoneel. In het begin werkte er nog zo’n 100 zusters van het klooster
Onder de Bogen.’ Louis luisterde nog steeds. Keek naar de blauwe toren met een soort
draaiende punt naar boven, en merkte op ’lijkt wel een buitenlandse kerk, nee
een drol op een watertoren.’ Opa keek er
even naar en zei ‘nee… door die rare punt valt veel meer op dat die toren, als
basis, staat voor het recht dat er gesproken wordt.’ Het was even stil. Opa begon weer. ‘Het ziekenhuis werd Academisch, een ziekenhuis met daarnaast
ook een plek voor onderzoek en opleiding van artsen en dat paste niet meer op
deze plek en hebben in Randwijck een nieuw gebouwd en heette toen het AZM, het
Academisch Ziekenhuis Maastricht, tegenwoordig heeft het de naam Maastricht
Universitair Medisch Centrum, MUMC. En erachter wonen studenten.’ Louis knikte
stilletjes en Opa begon weer te fietsen. Ze staken de rotonde over, lette
goed op het verkeer, maakte enkele bochtjes en reden op een soort ventweg verder, over de Via Regia. Het was wel een brede weg en
Opa en Louis konden rustig naast elkaar fietsen. Bij het verkeerslicht
wachtte ze even alvorens het rode licht op groen
sprong. Wachten is ook verloren tijd en dan kon je maar beter iets
vertellen bedacht Opa en zo begon Opa met te zeggen: 'Eind jaren
vijftig, dus voor dat het hier volgebouwd werd, hebben ze tot hier
ongeveer de brede weg aan gelegd. Later is dit doorgetrokken tot de
Belgische grens.' Het licht sprong op groen, samen trapte ze op de
trappers om de fietsen weer in beweging te zetten, staken over, stuurde naar links
en staarden wederom naar het rode licht. Toen ook dat weer mooi groen werd
staken ze ook deze weg over, reden een stukje
verder om vervolgens rechts de Artsenijstraat in te rijden. Ze keken naar
links, naar de drukte bij Winkelcentrum De Brusselsepoort. Brusselsepoort
Louis: ‘Nou, als die artiesten komen jaag je net de mensen net weg, naar de
binnenstad toe.’ Opa: ‘dat viel t o e n wel meer hoor. In de jaren daarna is het nog
vele malen vergroot en is het beste winkelcentrum van Nederland en zelfs Europa
geweest.’ Louis vroeg ‘En waarom gaan we dan niet naar binnen?’ waarop Opa
antwoorde ‘ik wil je nog zoveel laten zien.’ Ondertussen waren ze het
winkelcentrum voorbij gefietst. Maar Louis wilde nog meer weten en vroeg ‘en is dit naar de stadspoort
genoemd?’ Opa: ‘Kan best wel, maar ik meen mij te herinneren dat het gebied
hier ook zo genoemd werd.’ Louis had de smaak te pakken en ging verder met
vragen: ‘Ligt hier ook niet ergens de Miro?’ ‘Hoe oud ben je’ begon Opa en
Louis haalde zijn schouders op. Opa weer: ‘Zo’n groot winkelcentrum heeft een
grote trekker nodig en de Miro was hier in het begin de grote trekker, meer als
de helft ook van het winkeloppervlakte. De Miro was een formule van de Albert
Heijn die naast boodschappen ook warenhuisspullen verkocht. Maar dat is al lang
geleden gewoon weer Albert Heijn geworden, al ver voor jouw tijd.’ Pottenberg
Ondertussen waren ze bij het winkelcentrum aangekomen. Louis
keek goed om zich heen. ‘Oja Opa, links daar is een kerk met slanke benen als
kerktoren, winkels, verbindingswegen….. oja, net was er een school…. Waar is
dan het gemeenschapshuis?’ Opa begon: ‘dat gemeenschapshuis noemen ze hier De
Romein, ligt toevallig aan de rand van de wijk, hier staan we in het midden van
Pottenberg. Maar als we even verder fietsen zien we wel nog enkele andere
gebouwen waar bewoners samenkomen, verenigingsgebouwen.
Louis bleef maar om zich heen kijken en fietste gestaag
verder. Nu fietste Opa eens achteraan.
Bij het kruispunt voor auto’s gingen ze naar links, de Silexstraat. ‘Veel flats’ zei Louis met een beetje zuur
gezicht. Opa ging weer naast Louis fietsen en zei: ‘60% is hier inderdaad flat,
stapelwoningen noemen ze het. De plannen waren eerst om meer gewone woningen te
bouwen maar daar bleek minder vraag naar te zijn. Er waren toen veel mensen die
niet zo veel geld te besteden hadden.’ ‘En je keek wel net even zuur, maar deze wijk is door het
Rijk als één van de dertig wederopbouwwijken van het land gekenmerkt. Uit
waardering zoals ze het toen gedaan hebben. Aan dat kenmerk hangt het verzoek vast om de ie
stijl van de wijk van toen zoveel mogelijk aan te houden. Wat meegespeeld heeft
bij de toekkeninng is dat ze metde glooiing in het landschap op een mooie esthetische
manier mee zijn omgegaan, moet je maar eens om je heen kijken, vooral bij grotere
gebouwen.’ Louis: ‘Neeee Opa, Stehtisch, statafel, bier, niet weer he… bier’
Opa schudde zijn hoofd in een stevig nee en zei ‘esthetisch… smaakvol, niet
stehtisch, al begin ik ondertussen wel langzaam aan dorst te krijgen…. Aan het
einde heb ik een mooie plek in gedachten’ en smeerde ondertussen met zijn tong over
zijn lippen. Louis ging akkoord, hij krijgt immers dan altijd een cola, en dat
is ook wel weer leuk. Opa pakte de draad weer op: ‘Het is trouwens nog steeds een
wijk waar mensen niet zo veel geld hebben, veel eenouder gezinnen,
buitenlanders, werkelozen. Maar ze willen wel weer de wijk gaan vernieuwen.
Stapelwoningen worden afgebroken, normale woningen komen er voor in de plaats en
meer koop. En wellicht gaan ze dan ook weer de groenstructuur herstellen, het
oorspronkelijke ontwerp met meer geborgenheid en zichtlijnen die in de loop der
jaren wat vervaagt zijn geworden.’ Dit was een beetje vaag voor Louis wat Opa daarmee
bedoelde. Opa ging verder. ‘Links heb je in de wijk een groene ruimte waar ze
een basisschool hebben gebouwd, tegenwoordig islamitisch, een gymzaal die ook
door verenigingen wordt gebruikt en een gebouw van een scoutingclub.’ ‘En naast dat scoutinggebouw staat weer een kunstwerkje,
deze keer met iets meer fantasie. Sprankelplek noemen ze het en precies zo’n
zelfde kunstwerk staat op totaal 25 plekken in het land, bestaat uit 25
zogenaamde diamanten. Het is een cadeau aan de voormalige Koningin Beatrix ter
gelegenheid van haar m m m jubileum als koningin…. M m m.’ Het was even stil.
‘Ahh, 25 jaar’ zei Louis toen. Opa: ‘Goed zo, en ze heeft dit monument ook
persoonlijk onthult, volgens mij door naar boven te klimmen, maar ze had toen
wel een broek aan.‘ Aan het einde van de
straat knikte Opa om naar rechts
te gaan, de Opalinestraat. ‘Hee Opa’ riep Louis en vervolgde: ‘de Opastraat’ en
lachte, Opa ook. Ze gingen de eerste
straat links in. ‘En hier Opa’ wilde
Louis ook eens iets uitleggen ‘mailen ze veel, de emailstraat.’ Opa produceerde hierop een aardig lachgeluid en
zei: ‘denk je dat ze deze naam bedachten toen de mensen al e-mailde? E-mailen
is pas rond 1995 op gang gekomen. Nee, email met de nadruk op de letter a krijg
je ais je soorten gekleurde poeder flink heet maakt, mooie figuren van die ook
gebruikt kan worden als beschermlaag op aardewerk.’ Louis fietste zwijgzaam verder. Einde van de straat naar links en bij de kruising naar rechts en dan in
de links Klokbekerstraat in. Aan het einde van deze straat rechts en fietste de
Gewantmakersdreef in. Ze fietste Pottenberg uit en Belfort in. Belfort
Opa, knikte voldaan dat Louis ondertussen begrepen had waar
een parochie of wijk uit was samengesteld en vertelde er iets meer over. ‘Waar
die half ronde flat nu staat aan de overkant van de rotonde zou eerst de kerk
komen. Maar de noodkerk, de kerk die ze als tijdelijke kerk in het begin
bouwen, hebben ze verbouwd tot echte kerk en staat hier vlak schuin achter het
winkelcentrum, de school ligt daar weer achter en fietsen we dadelijk langs en
een gemeenschapshuis ’t Förtje bevindt zich daar weer achter.’ Louis keek maar
richting het winkelcentrum waarbij hij maar moest aannemen dat wat Opa zei er
ook was. ‘Toen ze deze wijk gebouwd hebben’ ging Opa verder ‘hebben
ze veel Romeinse vondsten gedaan, hier achter deze halve rond flatgebouw. Het
mooiste was echter een dubbele sarcofaag. Ongeveer 2,5 meter bij 1,5 bij 1
meter. Waarschijnlijk heeft er ook een Romeinse villa gestaan. In ieder geval
ook meerdere graven. Verder glazen
urnen, aardewerk, bronzen schaaltje, flesjes, zalfsteentje met schuifdeksel
compleet met spatel en kokertje en een bijzonder stoeltje en nog van alles.
Uniek in Nederland, in meerdere opzichte en dus erg bijzonder.‘ Louis keek gelukkig uit zijn ogen en vroeg: ‘hebben ze daar
ook een monumentje van gemaakt?’ Opa: ‘bedoel je bijvoorbeeld een verweerde
grote koperen fles of een nagebouwde betonnen sarcofaag met een schop ernaast
of een uit natuursteen uitgehouwen Romeinse ambetnaar die opstaat uit een kist
met een zonneklokje om zijn pols op vijf uur met als titel “onderbroken rust”?
Nee, geen monument, alles is opgeruimd.’ Louis keek een beetje minder gelukkig
uit zijn ogen. Opa deed een poging om Louis weer iets gelukkiger te maken en
zei: ‘waar ze hier,’ en keek in de richting waar de vondsten waren gedaan, ‘bij
de volgende rotonde links en dan even verder rechts, is wel een monument gemaakt
waar de opa van onze Koning Willem Alexander ooit een keer met zijn vliegveld
is geland.’ Louis kon er niet gelukkiger van worden.’ Opa keek even naar zijn
kleinzoon en zei: ‘Kom, we moeten verder, we fietsen een stukje door Belfort en
gaan dan naar de Hazendans.’ Ze fietste rechts
de Keurmeestersdreef in, zagen links de lagere school, en ging bij een kruispunt voor het tankstation naar rechts, de
Volderdreef. Bij de kruising naar rechts en even verder links. ‘Haha, de
printerdreef’ merkte Louis op, ‘zal wel niks met computerprinters te maken
hebben. ‘ Opa keek met een schuin gezicht naar Louis en boog zijn hoofd tussen
ja en nee en zei ‘geen computerprinters maar heeft wel iets te maken met
drukken.’ De straat boog naar links en ging over in een andere straat. Ze
hadden Belfort verlaten. Hazendans en Dousberg
Louis keek van de grond naar rechts, Opa vertelde waar hij
eigenlijk naar keek. ‘Je bent hier op de hoek van Dousberg, links tot het
kanaal van België, rechts loopt het door tot de Via Regia. Ervoor had je
vroeger een zwembad. Boven op de berg stond een galg. Recht werd er gesproken
en direct ernaast de galg. Verleidelijk voor zo’n rechter. Er is ook een tijd
geweest dat het doodsvonnis op de Markt in Maastricht werd uitgesproken en
uitgevoerd en dat het lijk hier werd opgehangen als afschriksteken.’ Louis wreef
eens langs zijn nek en keel, hij had gisteren immers stiekem een snoepje
weggepakt. Opa: ‘Wat kan ik je er nog meer over vertellen…. Op enkele
plekken hebben ze resten van bewoning gevonden, van enkele duizenden jaren
geleden tot recenter. En in het gebied naast de Dousberg heeft ooit nog een
grote veldslag plaatsgevonden, De Slag bij Lafelt, 150.000 opgewonden mannen,
tien tot twintigduizend hiervan hebben hun opgewondenheid op deze plek verloren
en nooit meer terug gekregen, net als ruim 3000 paarden. Gestorven dus.’ Louis
schoof zijn hoofd iets naar achteren en mompelde: ‘Geen fijne plek…. Gaan we
verder Opa’? ‘En weet je’ ging Opa onvermoeid verder ‘dat Maastricht als enige
stad genoemd wordt in het Nederlands Volkslied? En dat heeft met de veldslag die
zich hier afspeelde te maken. Die ook nog eens in het huidige België
plaatsvond.’ Louis: ‘Gaan we verder’? Opa: ‘Het elfde couplet hoempapa,
hoempapa.’ Louis: ‘Gaan we verder’? Ze fietste verder en
kwamen aan de rand van een woonwijk uit. Hier fietste ze de parallel gelegen
Veltwezeltstraat op en reden langs De Dousberg. Opa had weer iets te
vertellen: ‘Dit is de Hazendans waar we nu inrijden, een stadswijk uit de jaren
negentig. Net waren we in Blauwdorp, kleine huizen, lange rijen dezelfde woningen,
weinig groen, Pottenberg met iets minder kleine huizen, groen in de wijk, maar
nog altijd in een rij, Belfort ook weer iets grotere huizen, veel groen,
ruimte…. Zie je de ontwikkeling als je nu naar deze mooie grote witte woningen
kijkt? OK, nu is dit geen sociale woningbouw maar je ziet wel dat de woningen steeds
groter Louis knikte gehoorzaam, Opa ging verder: ‘En weet je dat er
in Blauwdorp in de jaren tachtig in sommige woningen nog steeds geen badkamer
was’? ‘Hoe kan dat nu, de mensen moeste zich toch ook wassen, waar deden ze dat
dan’ bitste bijna Louis. Opa: ‘In de keuken hadden ze allemaal een kraantje en
daar waste ze zich mee. Weet je nog de straat waar we inkeken toen we begonnen,
de Calvariestraat?’ Voorzichtig knikte Louis, Opa ging verder: ‘Daar heb je
links een wit gebouw op de hoek, voor dat rode, en dat was vroeger het badhuis,
daar gingen de mensen het bad in. En de leerlingen van de basisschool gingen
met school het bad in om zich te wassen.‘ Vond Louis toch maar raar. Ze kwamen bij een
knik in de weg naar rechts en links. Op die plek was er ook een pad naar links.
Daar reden ze in, kwamen bij een pleintje, staken dit rechtover zodat ze weer
op een pad terechtkwamen dat ze leidde naar een groot rechthoekig plein met
een laag hekwerk er om heen. ‘Wie is die meneer’ vroeg Louis aan Opa toen hij een groot
beeld van een man met een bel voor zich op het plein zag staan. Opa: ‘Nou dat
is de man van het plein’ waarop Louis zei, ‘dat had ik ook wel kunnen verzinnen.’
‘Die meneer staat hier om toezicht te houden op het plein, er staan hier ook speeltoestellen en kunstwerkjes als centrum
van de wijk. En als je denkt dat die meneer de hele dag stokstijf staat, heb je
het mis. Als om één uur ’s nachts net alle mensen liggen te slapen slaat hij één
keer op het klokje en draait dan een stukje. Na 24 nachten is hij helemaal om
zijn as gedraaid. Dat bellen en draaien doet hij naar alle mensen uit alle
streken.‘ Louis: ‘Grappig, maar we zullen maar niet wachten totdat hij weer
eens gaat slaan.’ ‘Laten we deze wijk
maar verlaten’ antwoorde Opa. Daalhof
Inmiddels stonden ze onder aan de toren. Opa: ‘Dit is de televisietoren
van Daalhof, deze toren is een doorgeefluik van beeld en geluid. Omdat de KPN
te veel macht had hebben ze alle torens in het land moeten verkopen en zijn nu van het grootste
Europees bedrijf in dit soort verbindingen. Hoezo te veel macht. Vroeger had je
voor elke TV zender een aparte verdieping om apparatuur kwijt te komen,
tegenwoordig is het digitaal en neemt dat bijna geen plaats in. Maar ook
radiosignalen, telefoon, computerverbindingen, defensie, straalverbindingen
zodat bijvoorbeeld televisieprogramma’s die hier in de buurt worden opgenomen en
over de hele wereld te zien zijn. Denk maar aan wereldkampioenschap fietsen,
Rieu op het Vrijthof, Europese top, penaltyschieten bij MVV, noem maar op. Er
is ook een datacentrum in gevestigd. Is ook erg goed beveiligd, vroeger had je hier
24 uur per dag, 365 dagen per jaar soldaten zitten met zware wapens om het te
beveiligen en koffie te drinken.’ Louis: ‘en hoe hoog is die toren?.’ Opa;
‘Ongeveer 130 meter plus de antennes’, en ooit zijn er plannen geweest om hier
flatwoningen in te maken, maar dat is niet doorgegaan, de architect had
hoogtevrees..’ Opa kreeg pijn in zijn nek door omhoog te kijken en begon met
fietsen, over het pad langs het kerkhof. Louis fietste achter Opa aan. Aan het einde van het
pad, Trichterweg, gingen ze rechts tot kruising. Die staken ze over en fietste rechts
een stukje over het fietspad. Ze volgde de ventweg van de Javastraat en fietste
de derde straat links in, de Madoerastraat. Mariaberg Knusse huisjes vond Louis. Na het bochtenwerk begon Opa weer
te vertellen: ‘we fietsen weer richting
de stad, de huizen worden steeds ouder en de straten strakker. Deze wijk heet
Mariaberg en bestaat uit drie, vier subwijken. Dit deel met de witte huisjes
noemen ze Trichterveld, dadelijk komen we in het echte Mariaberg en doorkruisen
dan de bloemenbuurt om in het Blauwdorp uit te komen, aan de andere kant als
waar we begonnen zijn. Voor dat er een wijk was werd dit gebied het Proosdijveld
genoemd. Soms gebruiken ze dat woord er nog voor. Het begrip parochiemodel
kende ze nog niet. Elke subwijk is gebouwd in een andere periode en dat zie je
ook aan de opbouw van de wijk.’
Ze bleven de weg rechtdoor volgen en kwamen bij een groot
plein uit met een grote kerk. Opa ging weer verder met vertellen. ‘Inmiddels
zijn we nu in het echte Mariaberg aangekomen. Rond 1950 is dit deel bebouwd. En
die kerk, die inmiddels een groot fitnesscentrum is geworden, zou
oorspronkelijk voorzien zijn van een hogere toren maar daar bleek toch niet
genoeg geld voor te zijn. Nou, werd toen gezegd, dat trekken we op de ontwerptekening
bij de toren halverwege een streep, en zo staat er nu een hele stompe toren’ Bij de
school, voor het wijkcentrum, reed Opa gevolgd door Louis rechts de Gentiaanstraat in en even verder
links de Seringenstraat. Opa enthousiast: ‘Dit is de bloemenbuurt omdat de straten naar bloemen
zijn genoemd, gebouwd tussen 1930 en 1940 en is al weer ruimer van opzet als de
buurt waar we aan de overkant van de weg terechtkomen.’ Louis begon het allemaal weer wat veel informatie te worden
en liet het over zich heen komen. Louis was zich zelfs aan het afvragen of Opa geen
dorst kreeg. Zou hij Opa vragen of hij dorst had? Nee, toch maar niet. De
huizen waren donker, nauwelijks voortuinen. Geen cafés gezien, zou Opa dan ook
geen dorst hebben? Opa bleef vol enthousiasme verder vertellen. ‘En om al die
huizen hier te bouwen hebben ze in de jaren 20 zelfs een steenfabriek gebouwd,
die heeft op deze plek gestaan. De Ringovenweg,’ Opa wees rechts een smal
straatje in, ‘herinnert daar nog aan.’ Louis was zich aan het bedenken wat nu
weer een ringoven is. Een ronde doorsnede in plaats van halve doorsnede, een
oven waar de werklui allemaal getrouwd waren en een ring om hadden? Laat ik het
maar niet vragen, dacht hij. Ze kwamen bij
een doorgaande weg uit. Het was even wachten. Toen er geen verkeer was staken ze de weg over, gingen links en de
eerste straat rechts weer in, Gildenweg.
Opa: ‘Dit is Blauwdorp, dit deel van Blauwdorp is gebouwd
tussen 1927 en 1930.’ Louis was aan het denken. Blauwdorp, daar heb ik vandaag
vaker over gehoord. Zou dit het einde zijn? Het was maar een straat met lange
rijen woningen, zonder voortuin. Wel mooie frisse kleur deuren. Bij de kruising rechtdoor. Opa, die niet eens keek of Louis luisterde:
‘We kruisen hier de Proosdijweg, die weg was er al lang voor dat hier huizen
kwamen en was zelfs lange tijd de grens van de stad, met de gemeente Oud
Vroenhoven, we zitten midden in het oude schootsveld.’ Louis vond dat geen
prettige gedachte. Daar hield hij het bij. Ze kwamen bij een pleintje. Links
was een gevel te herkennen van wat ooit winkels waren. Opa wees er naar. Louis
vroeg zich af of zou dat een café zijn geweest dat gesloten was?
Goeman Borgesiusplantsoen
Ze hadden een mooi plekje uitgezocht met het zicht op het Goeman Borgesiusplantsoen. Snel kwam er al een serveerster aan met de vraag: 'En, wensen jullie nog iets anders dan een stoel?' Opa keek naar de serveerster en toen even naar Louis, keek haar weer aan en zei: 'Met een vochtig Upje ben ik nu wel weer even tevreden' waarop Louis zei 'en ik met een cola'. De serveerster knikte, ik ga jullie snel tevreden maken. Na enkele geluiden vanachter de bar kwam ze er weer aan, zette het Brand Upje en cola op een viltje en voegde er mondeling aan toe: 'laat het jullie smaken' waarop Opa knikte en mondeling er aan toevoegde 'dat zal wel lukken.' Met een frisse lucht achterlatend verliet de serveerster het tafeltje. Opa keek haar nog even naar haar. Niet veel later waren de glazen al een stuk minder gevuld. Louis keek naar het plantsoen omringd met huisjes aan de schuin-overkant en zei: 'kleine huisjes.' Opa dronk aan zijn glas, zette zijn glas neer op het viltje en zei: 'geweldige huisjes.... zeker voor de eerste bewoners. Ruim honderd jaar geleden groeide de industrie in Maastricht gestaag, er kwamen ook steeds meer en meer arbeiders, steeds meer en meer gezinnen. De lonen en arbeidsomstandigheden waren ronduit slecht. Het aantal woningen groeide niet echt mee. Vaak dat meerdere gezinnen in één woonhuis woonde. Woonruimtes die ook klein waren, soms bestond de woonruimte uit één kamer, waar gekookt, gegeten en geslapen werd. Dat in zo'n kamer wel acht personen woonde was geen uitzondering. Eigen toiletten waren er niet, moesten gedeeld worden met vele gezinnen. Stromend water was er ook niet. Douches waren er niet. Veel stank was er wel, afval lag overal, afval dat ook uit bedorven vlees bestond. De huizen die er waren, waren van slechte kwaliteit, vaak vochtig. Ventileren was ook geen dagelijkse bezigheid. Slechte hygiëne, veel ziekten staken op.' Louis liet even zijn cola staan.
Opa viel het niet op en vertelde ongestoord verder. 'Omdat de leefomstandigheden van de arbeiders zo slecht was kwam er van hun uit verzet, verzet tot rechtvaardigheid. Alles delen, geen grote bazen met kapitalisme. Socialisme was het woord. Dat was natuurlijk stampen tegen de porceleinen benen van de bazen en tegen de gedachten van de katholieke kerk waar gehoorzaamheid werd verwacht. Socialisten gingen zich organiseren. De Jonge, iemand van Adel die na zijn ontslag leefde van het familiekapitaal was een socialist. Hij was naar Maastricht gekomen. Vreemd dat juist iemand van adellijke afkomst zich voor de arbeiders ging inzetten, maar heeft wel veel voor hen betekend. Al voor dat de Coöperatie De Ster werd opgericht hielp hij voor de socialisten een eigen coöperatie in Maastricht op te richten, het Volksbelang. De winst hiervan kon gebruikt worden om het verzet te betalen. Mensen die ontslagen waren omdat ze socialist waren, konden aan de slag bij de coöpeatie. Ook het Volksbelang had diverse winkels in de stad. Mensen die in verzet komen, pastte niet in het beeld van Servatius. Woningen werden eerder toebedeeld aan brave katholieken dan aan kwaad denkende socialisten. Het was ook weer De Jonge die het initiatief nam tot de oprichting van een bouwvereniging, Beter Wonen werd de naam. Want dat was wat er moest gebeuren in die periode. In 1915 was de officiële oprichting en alleen zij die behoren tot de arbeidende klasse of daarmee gelijk gesteld , konden lid worden om voor een woning in aanmerking te komen.' De aandacht van Louis verslapte weer. Had zelfs geen aandacht meer voor de auto's die langs kwamen. Hij begon nu te blazen in zijn colaglas in plaats van te drinken. Opa begon in te zien dat er een einde aan zijn verhaal moest komen. 'Waar het gebruikelijk was dat er slechts een ijzerdraad was gespannen tussen de tuinen van de buren, was er tussen de katholieken en socialisten een heuse muur gebouwd. Maar het is toch goed gekomen. De katholieken werden minder katholiek, de socialisten minder socialist. Bouwverenigingen fuseerde, Servatius en Beter Wonen was net iets te veel gevraagd, maar Servatius fuseerde wel met Gezond Maastricht die als doel had de mensen onderdak te bieden die hun krotten in de binnenstad moesten verlaten en met bouwvereniging Eigen Haard die spoormensen die in oude spoorwagons woonde van een eigen huis wilde voorzien. Beter Wonen fuseerde met de katholieke Bouwvereniging Sint Matthias uit de gelijknamige parochie aan de Boschstraat waar het hart lag van de krotten tot Woonpunt dat later nog fuseerde met Beter Wonen in Geleen, Woningstichting Hoensbroeck, Volkswoning in Heerlen en Woningstichting Geuldal in Wijlre. Maar ze werken wel sociaal broederlijk samen.' 'Opa' vroeg Louis op een bedelende toon, 'gaan we?'. Opa: 'Ja, ja, maar kijk toch nog eens naar die huisjes, hoe geweldig het voor die mensen moet zijn geweest om daar te kunnen wonen als je weet hoe het er een eeuw geleden aan toe ging. En nu nog, vrijwel het enigste groene pleintje van de wijk, je bent snel in de stad, je bent snel op de autoweg, je bent snel in het natuurgebied Jekerdal, je hebt winkels aan de overkant van de straat, geweldig toch? En... je hebt een café onder handbereik.' Opa dronk nog eens aan zijn glas en zei nog één keer: 'geweldig!'
De route:
BRONNEN:
Klik hier om terug te keren naar 'Opa vertelt' |