Opa vertelt Louis over de stadswijken van Maastricht |
||
|
de zuidwestelijke (Biesland, Wolder, Campagne, Jekerdal, Villapark)
‘Dat weet ik niet’ riep mama een beetje teleurgesteld.
Louis, mama en opa zaten bij opa thuis aan de keukentafel iets te drinken. Louis
had net gevraagd hoe het kan dat een indiaan op een paard op woensdag voor twee
dagen vertrekt en op Woensdag terugkomt. Opa was even stil en zei: ‘Het paard
waarop hij zat heette Woensdag’. ‘Tuurlijk zei Louis’ die het antwoord eerder
die dag op school gehoord had. ‘Mama, op welke school heb jij eigenlijk gezeten,
dat je dat nog niet eens weet?’ zei Louis een beetje uit de hoogte. Mama ging
er in mee... ‘Oud Vroenhoven is de school waar
ik gezeten heb… en een diploma heb gehaald’.
Louis keek een beetje met verbazing in zijn gezicht. ‘Dat diploma wist
ik wel, maar je hebt toch in Maastricht op school gezeten, en Vroenhoven ligt
toch in België?’ Mama keek weer een beetje
teleurgesteld. ‘Ja, hoe dát zit weet ik niet’, zei ze. ‘Pap, jij weet vast wel
hoe dat zit’. Opa volgde hoe het
gesprekje liep tussen zijn dochter en kleinzoon maar moest nu zelf in actie
komen. Opa dronk aan zijn koffie, wachtte even en begon te vertellen. Vroenhoven was vroeger best wel
een groot gebied. De dorpen Wolder en Caberg en het gehucht Biesland behoorde
allemaal tot Vroenhoven. Bij de splitsing van België en Nederland in 1839 kwam
er ook een grens en die liep over het grondgebied van Vroenhoven. Het dorpje
Vroenhoven werd België. Het grondgebied dat Nederland bleef, Wolder, Caberg,
etc, noemde ze toen Oud-Vroenhoven. De plek waar de school van mama heeft
gestaan staat in Biesland, ook in het gebied dat ze Oud-Vroenhoven noemen. Ter
herinnering daaraan hebben ze die school Oud- Vroenhoven genoemd.
‘Ja maar pap’ zei mama met een
verborgen lach op haar gezicht ‘Maastricht is zo groot, dan komt Louis weer
veel te laat in bed en hij heeft geen licht op zijn fiets’. Louis wist even niet wat hem te wachten stond
en had een lichte rimpel op zijn gezicht. Ter geruststelling mompelde opa ‘Heb
ook niet gezegd dat we dit allemaal vandaag gaan bekijken’. De rimpel op Louis zijn gezicht werd iets
groter. ‘Gaan we dan niet vandaag’ vroeg Louis.‘ Opa: ‘pak je fiets maar,
beginnen we met Biesland, Wolder en Villapark en wat er tussen in ligt. Even later fietste ze samen over
het Tongerseplein en reden de Tongerseweg in. Als een zwaailicht draaide het
hoofd van opa in het rond, overal opletten op auto’s, scooters en natuurlijk
ook op Louis. Bij het eerste verkeerslicht vroeg Louis aan opa: ‘is dàt soms de
school van Mama?’ en keek naar de overkant naar een groot ouder bakstenen
gebouw. ‘Dat is de Philipsfabriek, nee, niet van de gloeilampen maar van de
sigaren.’ ‘Die komen toch uit Cuba’ dacht Louis te weten. Opa: ‘Cuba
staat er inderdaad om bekend, maar tabak als grondstof kan overal naar toe en
verwerkt worden. Oorspronkelijk was in de Wolfstraat deze fabriek van de
broertjes Philips, maar in 1921 kwamen ze hier naar toe. In 1930 werkte hier
550 mensen. Heel veel mensen dus. Ze hebben er ook sigaretten gemaakt en pruimtabak.
Maar de Commissie van esthetische aangezichtszaken verbood het gebruik van
pruimtabak. De productie werd steeds minder en konden in Maastricht ook geen
goed personeel meer vinden. Eind jaren zestig werd de productie overgeplaatst en de
fabriek gesloten.’ Louis keek ondertussen de andere kant. Oeps, een café, de
andere kant op kijken anders wil opa weer iets drinken. Ze fietste verder. Bij het volgende verkeerslicht zag Louis
een grote kerk. ‘Dat is een grote kerk, wat een rare stenen heeft die kerk’
merkte Louis op waarop opa antwoorde ‘voor 1100 mensen is er plek in de
kerkgebouw en is gebouwd in kunradersteen, zeg maar geperste skeletten.’ Louis dacht dat opa een grapje maakte, maar opa vertelde gewoon verder. ‘Er staat een orgel in dat eigenlijk bedoeld was om
in een Parijse bioscoop te plaatsen. Toen had je nog geen geluid bij films en
werd er orgel gespeeld tijdens het draaien van de film.’ Ze fietste verder. Het ging nu berg op. Louis was ondertussen vergeten dat ze eigenlijk gegaan waren om de school van mama te bekijken. Maar door al die drukte van auto’s en verhalen van opa was het ook lastig. Opa keek wat om zich geen en stak de weg over en zei: ‘kom Louis’. Louis volgde maar.
Mavo Oud Vroenhoven Aan de overkant stopte ze bij het hekwerk van een groot
gebouw. ‘Is dat een klooster Opa?’ vroeg Louis. Opa: ‘Da Louis stapte een stap naar achteren en riep ‘ohhh nee, daar
gaan we weer, Opa en bier’. De lach op Louis zijn gezicht verraadde dat hij het
niet erg vond.’ Opa ging verder: ‘en die had een zoon, Hubert genaamd, die in
de Capucijnenstraat een klooster stichtte, de Broeders van Maastricht. Het doel was om voor voldoende onderwijs te
zorgen in Maastricht. In de jaren dertig van de 18de eeuw werd de ene
naar de andere school opgericht. Voor alle leeftijden en voor elk niveau, theoretisch
en praktisch onderwijs. Het gebouw werd te klein en bouwde, op de plek waar
eerder ook al een klooster stond, aan de Brusselsestraat een nieuw klooster. De
Beyart. Hier omheen werden ook scholen gebouwd. De Aloysiusschool is er één van
en bestaat nog steeds.’ Louis was aan het luisteren en opa kon doorgaan met
vertellen. ‘Om aan al die groepen kinderen en jeugd les te geven had je
natuurlijk ook leerkrachten nodig en liefs natuurlijk katholieke. En daarom
werd in 1907 begonnen dit gebouw te bouwen als juvenaat. En voor je gaat vragen
wat een juvenaat is zal ik je al direct het antwoord geven… ‘ Louis wilde
inderdaad al adem halen om een vraag te stellen maar kon die lucht weer
uitblazen, Opa vertelde gewoon verder. ‘Een juvenaat is een opleiding,
verbonden aan een klooster, om onderwijzers op te leiden die ook broeder werden
en er ook woonde. Je kunt ook zeggen een kweekschool, kijk maar op de
voorgevel, daar staat Kweekschool Broeders van de onbevlekte ontvangenis.’ Nu haalde Louis met succes adem om een vraag te
stellen: ‘Ehh wat is onbevlekte
ontvangenis en wat is dan een broeder’. Opa antwoorde: ‘het woordje broeder
kent meerdere betekenissen, bijvoorbeeld een verpleger in het ziekenhuis maar
in dit geval is het iemand die tot een kloostergemeenschap behoort maar nog
geen priester is. En onbevlekt ontvangen wil zeggen dat je zonder vlekken,
zonder smerigheid, toch een mooie boodschap kunt ontvangen.’ Louis knikte al kon hij zich er nog niet veel
bij voorstellen. Opa kreeg het even benauwd.
‘De wegen in die tijd waren niet geweldig en luchtgeveerde verhuiswagens
waren er ook nog niet. Daarom hielpen alle leerlingen een handje mee en droegen
te voet vanuit de binnenstad allemaal iets mee. Zo werd onder andere de
verzameling van opgezette dieren overgebracht. Dat werkte goed, tijdens de
verhuizing is er slechts één reageerbuisje gebroken.’ ‘Cultuur was belangrijk. Fons Olterdissen, de persoon in
Maastricht die in die tijd het middelpunt was van toneelvoorstellingen, werd
gevraagd het toneel te begeleiden. Hij had daar zin in, hij zou gezegd hebben
bij zijn aanstelling “noe zalle veer de kwikke ins liere lache en kriete” (nu zullen
we de juvenaatstudenten een leren lachen en huilen).’ Alsof Opa er ooit zelf studeerde vertelde hij verder. ‘In
1933 woonde er ruim 200 leerlingen, ook wel kwekelingen genaamd. Onder leiding
van architect Boosten werd aan de achterzijde half jaren dertig van de 19de
eeuw, een vakschool gebouwd. Er kwamen 50 lokalen en ruimtes bij. ‘Opa…. Maar hoe kwam Mama hier nu terecht?’ vroeg
Louis. Opa was weer een beetje op hol
geslagen met vertellen, zo zou het wel erg lang duren vandaag en opa
vervolgde in grote stappen hetgeen zich hier in dit gebouw afspeelde.
‘Eind jaren vijftig
waren de dagen van het Roomse rijke leven voorbij, het aantal
aanmeldingen voor
de oude formule liep terug. Vanaf 1958 waren ook studenten van buiten
welkom en
in 1970 was het juvenaat voorbij. Na 1969 was het de Pedagogische
Academy voor
Basis Onderwijs geworden en die gingen samen met de steenrijke zusters
“Het
arme Kindje Jezus” naar de Brusselseweg. In 1965 werd met de Katholieke
Scholengemeenschap Vroenhoven gestart, deels met interne en deels met
externe
studenten. Een van die externe studenten was je moeder.’ Voor Louis
voelde die
laatste opmerking als een verluchting, eindelijk een antwoord. Maar Opa was nog niet helemaal klaar. ‘Broeders bleven nog
les geven en bleven er ook nog wonen. In 1994 gingen de laatste zeven broeders
terug naar de Beyart. De school is ondertussen gefuseerd met het Veldekecollege
tot het Trichtercollege en dat is weer opgegaan in het Bonnefantencollege. Zo
en nu gaan we verder’ besloot opa. Toen ze weer op zijn fiets wilde gaan zitten
realiseerde Louis zich dat het onderwijs in Maastricht toch voor een groot deel te danken heeft aan het katholieke geloof. Bij de Tongerseweg was het even wachten op het moment dat er geen auto’s meer langskwamen en staken over en fietste verder. Bij het verkeerlicht dat ze tegenkwamen was het weer even wachten maar toen het op verkeerslicht op groen sprong begonnen ze weer gelijktijdig te fietsen. Er was een smal fietspad met bomen. Door de struiken was te zien dat er een kerkhof lag. ‘Opa, hier liggen zeker veel mensen begraven waar u iets van weet’ zei Louis met enige twijfel in zijn stem. Als hij hier met Opa naar binnen ging wist hij zeker dat er een probleem met mama kwam omdat hij te laat thuis zou komen. Opa had in al die jaren wel zelfkennis opgebouwd en wist dat hij er nu niet aan moest beginnen. Wijselijk zei hij dan ook: ‘nee, dat doen we wel een andere keer’. Wolder
Ze reden verder. Louis lette op het verkeer maar keek ook zo
af en toe naar rechts en links. Opa ging
remmen en een beetje slingeren om uiteindelijk helemaal stil te komen staan.
Aan de overkant van de weg zag Louis een straat met precies in het midden een
grenspaal. Daar moest Louis toch ook even naar kijken. Er waren geen auto’s en
met opa voorop staken ze over en stopte in de straat met de grenspaal. Louis keek naar de grenspaal alsof hij een stalagmiet op een
kerktoren zag. ‘Wat staat hier nu in het midden van de weg, een grenspaal?’ Ze gingen weer fietsen en volgde de bocht naar links. Louise
probeerde zich te bedenken wat nu het groen en blauw van Wolder kon zijn. Zouden
het typerende Wolderse groene plantjes zijn en is het lokaal van de blauwe het
smurfenlokaal? Hij wist het niet en vroeg het aan opa, ‘wat zijn nu de groene
en blauwe?’ ‘Dat zal ik je eens uitleggen’ zei opa tijdens het inademen.
Vroeger was Wolder echt een gemeenschap van boeren. Iedereen sprak met
elkaar, hielp elkaar, kwam bij elkaar op bezoek. Iedereen ging ook keurig naar
de kerk. Pastoor en kapelaan wisten precies wat speelde en hielden iedereen op
het rechte pad. Een heel vredig bestaan. Om de feesten en optochten wat verder
op te vrolijken werd er een zangvereniging opgericht die een harmonie werd,
Petrus en Paulus dat later werd omgezet in Wilhelmina.’ ‘Eind 19de eeuw kwam de industrie op gang en daarmee
uitbreiding van de arbeiders die in het dorp gingen wonen. Landbouw werd ook minder en
daarom gingen boeren voor een deel in de industrie werken. Er ontstond een
tweedeling in het dorp, de Groenen, de echte boeren, en de Blauwe, de arbeiders met werkkleding.
Als afspiegeling van het dorp maakte beide delen van het dorp ook deel uit van
de harmonie. Hoe het precies is gegaan
is nooit duidelijk geworden. Er is ruzie gekomen, tussen het groene deel
en het blauwe deel van de harmonie en daarmee ook het dorp. De blauwe leden
hebben zich afgesplitst. Hier zaten de houtblazers bij en behielden daarmee
de naam Harmonie Wilhelmina. Een muziekgezelschap zonder houtblazers is een
fanfare. En zo noemde ze zich het deel zonder houtblazers dat achter bleef
Fanfare Wilhelmina. Toen ook zij rond de oorlog weer een harmonie werden noemde
ze zich Harmonie Petrus en Paulus, net zoals ze zich bij de oprichting in 1878
noemde.‘ ‘Er is lange tijd een strijd geweest, de ene wilde beter
zijn dan de andere. Zo werden ze samen steeds beter. Rivaliteit daagt je uit om
steeds beter te worden. De strijd was vaak best wel heftig, de pastoor heeft er
toen wel voor gezorgd dat het leven in het dorp voor iedereen toch weer wat
beter vol te houden was. Ietsiepietsie strijd is er nog wel maar dat is meer een
cultureel element.’ Ondertussen fietste ze langs het kerkplein. ‘Hier kruisen we de Pletzersstraat, samen met de Heukelommerweg de oude dorpskern van Wolder’. Louis keek de straat in en zag enkele oude huizen. Opa weer, in 1954 en 1974 heeft er een uitbreiding plaatsgevonden maar het is altijd een dorp gebleven.’ Louis: ‘groen dus. ’ Ze fietste Wolder uit, een stukje onbebouwd, de Medoclaan. Campagne en Biesland ‘Opa’ zei Louis met
stemverheffing, ‘ik heb niks over schapen en wol gehoord, hoe komt Wolder aan
haar naam.’ Op deed even zijn ogen dicht en zag de sierlijke letters van
Brandbier uit Wijlre in zijn gedachten. Zijn ogen gingen open gevolgd door, na
een korte slik, zijn mond. ‘Wolder heette
vroeger Wilre, net als dat Wijlre waar dat goudkleurige overheerlijk sap
vandaan komt. Het is afgeleid van villa, Romeinse voor een afgelegen
herenboerderij. En dat zal er vroeger wel zijn geweest.’ Opa slikte nog eens. ‘En waar zijn we nu’ wilde Louis weten. Opa: ‘Campagne, het
Frans voor veld. Hier hebben de boeren uit Wolder en Biesland op de landen
gewerkt. Vanaf 1971 zijn hier mooie huizen gebouwd om te voorkomen dat deze
mensen in België gingen wonen. De mensen hebben hier ook geperforeerd
toiletpapier.‘ Louis keek een beetje
raar naar opa en zei wijselijk: ‘daar krijg je toch vieze vingers van.’ Opa antwoorde hierop met: ‘dan zal het wel
geparfumeerd toiletpapier zijn geweest.’ Zwijgzaam fietste ze samen verder. Links verrees een groot gebouw. ‘Wie weet’ begon Opa, ‘ga ik daar ooit nog wonen, is een huis voor oudere mensen die soms een beetje extra hulp nodig hebben.’ Louis: ‘Kan me goed voorstellen dat enige hulp bij het schoonmaken wel gewenst is in zo’n groot huis.’ Opa schudde even voorzichtig met zijn hoofd. Bij de rotonde aangekomen wees Opa naar rechts en fietste
ook samen die kant op. ‘Gaan we niet rechtdoor de d’Artagnanlaan in? Klinkt zo
spannend’ zei Louis. Opa: ‘Je fietst nu in de Aramislaan in, dat was ook een
van de Drie Musketiers, net als Athos en Porthos waar ze hier ook straten naar hebben
genoemd. En die waren zo goed dat ze hier niet gesneuveld zijn zoals d’Artagnan
dat wel deed, hier vlakbij die rotonde waar we in het begin over fietste. Trouwens,
d‘Artagnan was onze vijand. En… je fietst nu de berg af.’ Daar had Louis niets
tegen in te brengen.
De ober kwam en vroeg ‘wat zal het zijn.’ ‘Ehhmmm’ begon opa
en vervolgde, ‘heb je het oudste speciaalbier van Nederland uit het fust.’ In
volle rust antwoorde de ober ‘Een Imperatortje. Het waren weer die
Maastrichtenaren waaraan we te danken hebben dat Imperator het hele jaar uit
het fust te krijgen is, de Maastrichternaren organiseerde een protestactie bij
de brouwerij in Wijlre. Uit volle borst riepen ze “maak geine flater, oet de
kraon d’n Imperator”. Ze werden ’t Kelderke ingeloodst, het brouwerijcafe,
kregen een vers getapt Imperator en sinds die tijd is Imperator het hele jaar door uit fust verkrijgbaar.’ Opa
knikte instemmend en de ober keek naar Louis. Die zei voorzichtig ‘cola’ waarop
de ober zei ‘en een koolzuurhoudend siroopdrankje voor deze jonge heer.’ Louis dacht, ik heb toch cola gezegd, maar
zei niets. De ober ging de bestelling halen. Beide hielden even hun mond en keken even om zich heen. Daar
kwam de ober al en zette een Imperator bij opa en inderdaad een cola bij Louis.
Ze nipte er beide aan. Opa had zijn keel weer even gesmeerd en begon weer te
vertellen. ‘Bij de rotonde waar we net waren begint Biesland. Biesland is al
een oud gehucht dat bij Wolder hoorde en dat maakte weer deel uit van, Vroenhoven. De kern is waar we hier
zitten en de Cannerweg. De school waar mama heeft gezeten ligt in Biesland, de
kerk met die ruwe stenen en zelfs die oude sigarenfabriek ligt in Biesland.
Ondertussen is dit echt wel een stukje Maastricht geworden. Hier wonen ook
gezellige mensen. De oudste vereniging van Maastricht komt ook uit Biesland, de
Bobbel in Biesland, uit 1577. Het is een ontspanningsvereniging. Deze
organiseren nog steeds activiteiten voor de wijk Biesland. Er zijn ook nauwe
banden met fanfare Sint Servatius.’ ‘Maar
waarom noemen ze alles hier Servatius, de fanfaar, het cafe..?’ wilde
Louis weten. Ook daar had opa wel een antwoord op. ‘Hier
beneden, een stukje verder, heb je de Servaasbron. Sint Servaas zou die
doen
hebben laten ontspringen. Het water dat er uit kwam was goed tegen
oogziekten.
Ze hebben geprobeerd om het water dat uit de bron komt met een houten
leiding
te transporteren naar het Vrijthof voor de pelgrims naar Servaas. Maar
dat
lukte niet echt. Rond 1887 hebben ze er een put gemetseld. Jaarlijks
is er nog een processie naar deze bron. ’ Louis keek naar zijn horloge. ‘Opa’ zei hij, ‘ik moet wel op
tijd thuis zijn voor mama he.’ Gelaten knikte opa, rekende af en liepen naar de
fiets. De Cannerweg reden ze naar beneden en bij de grote weg naar links.
‘Kijk, rechts die bomen aan de linkerkant van de weg is de Servaasbron’
vertelde opa. Na ongeveer 500 meter reed Opa de stoep op en volgde het
wandelpad naar rechts en hield ook rechts aan. Ze kwamen bij een brugje en daar
stopte opa. Louis was achter hem aan gereden en stopte ook. Jekerdal en Villapark Opa begon: ‘Dit is nu de Jeker waarna
het dal en de wijk
Jekerdal is genoemd’ en Opa wees naar de huizen waar ze zo dadelijk
naar
toe fietste en vertelde verder. ‘In Wallonië noemen ze het de Geer. Ze
ontspringt ergens achter Tongeren en is een kilometer of 55. Vroeger
liep het
riviertje door tot het Vrijthof. Maastricht werd een stad en de
stroom werd gekanaliseerd. De stroming van het water werd gebruikt om
molens mee aan te drijven, de lakenweverij en leerlooierij. Het was
begin 1900 een van de
visrijkste rivieren van Nederland. Maar langzaam werd dit beeldige
riviertje
als riool gebruikt. Dode dieren werden er in gedumpt, huisafval,
stront,
industrie, noem maar op. Na enige maatregelingen zoals bijvoorbeeld een
apart
riool is het nu ook weer in de monding een redelijk schoon riviertje.
Oja, het
werd ten tijde van de vesting Maastricht ook gebruikt om gebieden
rondom de
stad blank te zetten om de aanvallers tegen te houden.’ In de
tussentijd
kabbelde de Jeker maar door zoals ze al
duizenden jaren doet. Ze bleven beide nog even staren in het water. ‘Kom verder, mama wordt boos’ zei opa. Louis reageerde door
te zeggen ‘we mogen hier niet fietsen, anders wordt de politie boos.’ Opa knikte zijn hoofd, zijn kleinzoon had
gelijk. Ze manoeuvreerde de fiets door het poortje. Over het Gerlachuspad reden
ze rechtdoor en reden een doodlopende weg in. Aan het einde van de doodlopende
weg stapte opa van zijn fiets en liep keurig met de fiets aan zijn hand over
het wandelpad richting de huizen van het Jekerdal. Louis volgde. Bij de straat
uitgekomen stapte opa, gevolgd door Louis, weer op de fiets. Toen ze naar
rechts fietste vroeg Louis ter bevestiging ‘deze huizen zijn toch Jekerdal?’
Opa: ‘Klopt, halverwege de vorige eeuw hebben ze hier een klein wijkje uit de
grond gestampt maar hier zijn geen winkels of andere voorzieningen, die heb je
in het Villapark of zoals ze in de volksmond zeggen, Sint Pieter.’ ‘Ik snap er niks meer van’ Zei Louis met de nadruk op niks.
Bij de Mergelweg uitgekomen gingen ze naar links. Ondertussen keek Louis rechts
naar de huizen op de helling. Kijken, naar de helling, letten op het verkeer en
luisteren kon Louis allemaal tegelijk. Opa vertelde verder. ‘Vroeger was dit
grondgebied van het dorpje Sint Pieter en zo noemen het deel tussen de Jeker en
de Maas nog steeds in de volksmond. Toen Maastricht als vestingstad werd
opgeheven kon er ook buiten de stadsmuren mooie huizen, villa’s, gebouwd worden. Het werd het Villapark genoemd. Om een goede
verbinding met de stad te maken werd de stadsmuur zelfs doorgebroken, zo
ontstond Poort Waerachtig. ‘Opaaaa’ onderbrak Louis, ‘wat heeft Jekerdal nu met het
Villapark te maken en wat doet Sint Pieter in de volksmond.’ Met ‘jaja’ ging opa verder ‘en hier is de Luikerweg’.
‘Hellup’ zei Louis weer. ‘En we gaan hier niet op het terrasje zitten’
vervolgde Louis.’ Opa hield zijn mond.
Hij fietste wel door. Links de Luikerweg in en eerste straat rechts, de Glacisweg.
Opa zweeg nog steeds. Ter hoogte van de winkels vroeg Louis, o ‘We moeten opschieten’ ging opa verder, ‘ik laat je nog het
voormalige Veldekecollege zien en een rotonde die er niet meer is.’ Eerste straat fietste ze links in en kwamen
bij een pleintje uit. Daar bevond zich rechts een groot gebouw. ‘Kijk, dit is
het voormalige Veldekecollege. Ooit begonnen aan het Onze Lieve Vrouweplein en
sinds 1923 hier op deze plek. Is later gefuseerd met…..’ Louis zocht even naar
het antwoord…… moet ik dat weten dacht hij…. Tuurlijk dacht hij: ‘Oud
Vroenhoven’. Opa: ‘Exact, kom snel verder’. Ze fietste in een hoger tempo rechts en aan het einde weer links. Daar
zagen ze de voet van de Kennedybrug met de vele langsrijdende auto’s. Ze stopte. ‘En
hier is dan de rotonde geweest?’ vroeg Louis. Opa knikte
en begon: ‘voor de Kennedybrug in 1966 werd aangelegd was hier een
schitterende
rotonde met fonteinen waarop elke hoek een villa was gebouwd. Hier
rechts heb
je op nummer 9-11 Villa Maya uit 1903 en is ooit gebouwd door een
bankier. Later hebben ze deze in tweeën gedeeld, nog steeds riant.
Rechts heeft Eugene
Regout, zoon van, laten bouwen en heet
dan ook Villa Regout. Dan heb je links aan de overkant Villa Marguerite.
Die werd in 1890 gebouwd door Bonhomme die een bootverbinding tussen Luik en
Venlo onderhield. En de laatste villa, rechts achter, heet Villa Sint Michael
en werd gebouwd in 1911. Oorspronkelijk als een dubbele villa. Weet even niet wie deze
heeft laten bouwen. Aardigheidje, nouja, aardigheidje, in de oorlog heeft in
deze villa de Gestappo gezeten.’ Louis keek bedenkelijk. Opa verduidelijkte:
‘de Géheime Stáats Pólizei, uit de Nazi periode.’ Daar had Louis nu even minder
interesse in. ‘Klots, klots, kletter, klots’ ging opa verder, bedenk je toch eens Louis hoe mooi het hier was met die fontein, geen auto’s, een zonnestraaltje. Tja, vooruitgang noemen ze dat. Op het Tongerseplein hebben ze er zelfs een monument voor opgericht, precies een jaar na de opening van deze brug. "De ontmoeting tussen oost en west" wordt dat beeldje op die hoge paal genoemd, enerzijds dat met deze brug de verbinding tot stand kwam tussen oost en west Maastricht maar wat in die tijd ook speelde was dat Neil Armstrong een voet op de maan ging zetten en dat waren allemaal grote tekens van vooruitgang'. Louis keek een beetje boos en vroeg: ‘Gaan we nu naar mama?’ Opa lachte even, en zei: ‘in de hoogste versnelling!’
De fietsroute:
BRONNEN:
Boeken:Historische Encyclopedie Maastricht, 2005; Trichtercollege,
MS45 1997; Wolder II, MS67 2008; Monumentengids Maastricht, 2001; De
straatnamen van Maastricht en hun herkomst en betekenis, 2013;
Beeldig Maastricht, kaarten: Topografische kaart 1900; internet; rijksmonumentendienst
Klik hier om terug te keren naar 'Opa vertelt' |