|
|
Seizoensopening 2010 - 2011
|
![]() |
||
| zaterdag 11 september 2010 | ||||
|
Bambilie naar de Jungle
Het was pikkedonker en het regende pijpenstelen. Als de bestuurder van de kleine auto dit vooraf wist was hij nooit op reis was gegaan. De ruitenwissers konden de ruit bijna niet schoonhouden en hij kon bijna niets van de weg zien. Het was wel vreemd. Hij had er toch al lang moeten zijn. Hij was al bijna twee uur onderweg. Zou hij verdwaald zijn? De man achter het stuur was iemand die verhalen voor kinderen verzon. Maar de laatste tijd kon hij niets leuks meer bedenken. De verhalenschrijver werd erg moe van het turen. Ha, daar zag hij een parkeerplaats. Daar zou hij even uitrusten. Het was fijn om zijn ogen even dicht te kunnen doen. Na een ogenblik schrok hij wakker. Hij was in slaap gevallen. Hij dat het niet mee regende. Alle wolken waren weg. Hoog aan de hemel stond een heldere maan en ineens zag hij recht vooruit een wegwijzer. Die wees naar een smalle zijweg: Bambilië stond erop. Daar had hij nog nooit van gehoord. Hij was vast en zeker verdwaald. Wat moest hij nu doen? Hij zou maar naar Bambilië rijden. Daar zouden de mensen hem de goede weg wijzen. Op de smalle en hobbelige weg kon hij maar langzaam vooruit komen. Eindelijk zag hij in de verte een lichtje dat geheimzinnig flikkerde in het donker. En daar waren de eerste huisjes. Maar wat zagen ze er vreemd uit. Ze stonden niet netjes op een rij. En ze hadden rieten daken en kleine raampjes. Ook de begroeiing werd steeds dichter en op een gegeven moment kon de verhalenschrijver gewoon niet meer verder. Wat gek, dacht hij, het lijk hier wel een jungle…… Plotseling zag de verhalenschrijver een vrouw lopen met een wasmand op haar hoofd. Snel rende hij naar haar toe….. Hijgend vroeg hij haar waar Bambilië ligt, “Trouwens wat een rare naam, ik heb nog nooit van Bambilië gehoord”, zei hij "Dat klopt", zei de vrouw, "bijna niemand heeft nog van Bambilië gehoord. U bent over de grens gekomen en dat hebben tot nu toe alleen de kabouters en hun vrienden gedaan." De verhalenschrijver keek verbaasd. "Kabouters", vroeg hij, "die kleine mannetjes en vrouwtjes met rode puntmutsen? Maar die bestaan toch niet echt?" De vrouw schudde zijn hoofd. "Vroeger dachten de mensen dat de kabouters echt bestonden. Er zijn nog heel veel verhalen over. Maar dat zijn niet de kabouters die ik bedoel. Ik bedoel de kabouters van Scouting Nederland, die elke week bij elkaar komen en samen spelen en veel plezier hebben. Met de kabouters van hun eigen kring en volkje beleven ze allerlei avonturen en proberen ze elkaar en andere mensen te helpen". "Maar helaas is er de laatste tijd veel veranderd," zei de vrouw. “Wat is er dan aan de hand”, vroeg de verhalenschrijver. "Het heeft de laatste tijd zo hard geregend en alles heeft zolang onder water gestaan dat alle kabouterhuisjes verrot zijn en wij alles opnieuw hebben moeten bouwen. Wij hebben hutten moet maken omdat er geen steen meer was, alleen maar modder en riet. Het Wilde woud is zo hard gegroeid dat het bijna even groot als Bambilië is geworden. Sterker nog, het is uitgegroeid tot een Jungle. Er zitten nu zelfs wilde dieren zoals wolven en slangen. Och", zei de vrouw, "we zijn er nu allemaal al aan gewend en het bevalt ons wel. We leven samen met de dieren en dat bevalt prima! Sterker nog, er woont zelfs een mensenjong bij de wolven. Hij is bij de wolven opgegroeid. Zijn naam is Mowgli. Mowgli is goed bevriend geraakt met mijn dochter Shanti". De vrouw begon te lachen, “Die twee hebben al behoorlijk veel avonturen meegemaakt, daar kan ik uren over vertellen”. De verhalenschrijver werd helemaal enthousiast. “Wat leuk! Kan ik eens kennis met ze maken” zei de verhalenschrijver. “Natuurlijk” zei de moeder van Shanti. "We kunnen gaan kijken aan de rand van de jungle en ze even roepen. Maar we moeten wel oppassen voor Kaa de slang en Shere-khan. Maar och", zei ze, "Baloe de beer en Malchi de vis zullen wel goed op ons passen". "Kom, dan ga we eerst even lekker eten en dan breng ik je daarna wel naar Mowgli en Shanti. En dan vertellen zij je wel alle hun avonturen". De verhalenschrijver was helemaal door het dolle heen. "Wat fijn", zei hij, "ik krijg dan vast en zeker een heleboel ideeën voor nieuwe verhalen". Wat was de verhalenschrijver blij dat hij hierin was gekomen.
|
||||
|
Naar: fotoverslag / groep / home / uitnodiging |
||||