|
Carnaval: Meer kom
oet de Zedeleer
=
Het Sylvesterpreuve had
als startpunt voor de carnaval niets concreets opgeleverd. De afspraak om bij het
Prinsoetrope verder te gaan bedenken op welke wijze de Stam de Vastelaovend 2012
zou ingaan viel in het niets toen slechts één persoon aanwezig kon zijn. Zo'n
75 e-mails en een avond bij onze Aondagstrekker volgden. Naarmate de
Vastelaovend korterbij kwam werd het duidelijker wat er zou gaan gebeuren, de
basis was een oud carnavalsliedje: "Meer kom oet de zedeleer" (Moeder
kom uit die leunstoel).
Carnavalszondag
stond een 'zedeleer', enkele gekleurde stoelen en een aantal 'meerkes' op
de oprit van onze klusplek. Vastelaovend 2012 kon beginnen! Na een korte
sneeuwbui en groepsfoto werd de rit naar de stad ingezet. Mensen zwaaide vanachter de
ramen en door onze hoge lampenkap zwaaide er ook mensen vanaf de eerste
verdieping. Junior, de verkleinde versie van Breurke, liep sneller dan de meerkes
kon bijhouden. Op enkele takken na was de elektrische bovenbedrading van het spoor
het eerste opstakel voor onze zedel met lampenkamp. Maar de lamp kon
gedemonteerd en 11 meter verder weer gemonteerd worden en zo doorlopen naar het
wachtplekje voor de optocht. Vrij snel kon er vetrokken worden. Sneeuw had zich
inmiddels afgewisseld met regen en zon en van koude naar lekkere temperatuur.
Echt druk was het aan de zijkanten niet te noemen. De Kesselskade was de eerste
plek waar de stoelendans werd uitgevoerd. Al vrij snel namen leden van de
Tempeleers plaats, maar die bleven zitten. Op de Markt was het lekker druk, althans aan
de zijkant. Voortgang van de optocht ging op tempo dat meerke het met gemak kon
bijhouden. Op het Vrijthof aangekomen kwam Stadsprins Han I en börgervajer Onno met
zijn partner Bèrke vrij snel naar voren om de stoelendans mee te doen.
Als eerste viel Bèrke af, toen Onno en winnaar werd Stadsprins Han. Het
leverde allemaal vrolijke gezichten op. Uitgebreid was de Stam ook weer op TV
Mestreech te zien
geweest met de opmerking dat het tafereel stoelendans vast wel ook tijdens de
carnavalsdagen in de stad op zou duiken. Op het Keizer Karelplein was de
uitblaasplek van de optocht. Een record zo vroeg in de middag. Daar maakte onze
Beergouverneur bekend dat zijn burgerlijkheid zich vertaald had naar een
aanstaand vaderschap! Vandaar uit werd het Vrijthof bezocht, de plek voor 't Mooswief om
precies te zijn. Rond zes uur ging de rit naar de Groete Staat om voor
Maison Louis plaats te nemen. De stoelendans werd uitgevoerd totdat de meerkes
even wilde uitrusten en de stoelen op een rijtje naast elkaar zette en er op
ging zitten. Dat leverde zo'n leuke reacties op van de mensen die langs kwamen
dat de meerkes tot tien uur bleven zitten. Mensen die bezorgd waren voor
die meerkes, heel veel leuke gesprekjes, veel, heel veel foto's gemaakt al of
niet met andere mensen en walsen op de muziek van Maria of een ander oud
carnavalsliedje. De Stadsprins kwam voor een tweede keer langs en nam
ongevraagd plaats tussen de meerkes. Hierna geprobeerd tot de Karkol te komen
maar daar was het te druk voor. Op de terugweg lukte het wel, maar toen was het
er uitgestorven. Via de Kesselskade, Mariastraat naar de
Knijnspiep. Daar hield het stop omdat de lampenkamp niet onder de draad door
kwam. Toen weer even terug naar de Groete Staat. Het was een lange dag, de
meerkes wilden naar bed. In de Batterijstraat was een plek gevonden waar de
stoelen en lampenmast konden overnachten. Junior was zo licht dat die mee
terug naar huis mocht.
Carnavalsmaandag kozen drie meerkes voor de vensterbank met de sanseveria's en
gingen de andere meerkes wel de stad in. Wel vroeg, om 7 uur werd verzameld. Bij
de Vissersmarkt aangekomen werd gewacht op een optreden van Ziesjoem
en Segura. Dat duurde wat
langer dan gedacht. Maar zo lang het langer duurt omdat het gezellig was is dat
geen bezwaar. Om half twaalf werden de stoelen en lampenmast in de
Batterijstraat opgehaald. Het was halve bezetting, dus de helft van de stoelen
en de helft van de lampenmast. De zedel kwam weer in de Groete Staat te staan
bij Maison Louis, tegenover Durlinger. Dat beviel weer geweldig want het was pas
tegen vieren toen het genoeg was. Soms tientallen mensen die stonden te
dansen, hele rijen van mensen die foto's stonden te maken van die paar aw
meerkes. Ook vele dankjewelletjes en kusjes en andere liefkozingen
van mensen die het geweldig vonden, met name van oudere mensen die de essentie
van Vastelaovend erin terugvonden.
Dinsdag, de laatste
dag. Via de Batterijstraat weer naar de Groete Staat. Passatempo
vroeg of ze naast ons mochten staan. Tuurlijk kon dat. Was het
voorgaande
jaar dat 'de autoriteiten' het glazen bierglas wilden verbieden, dit
jaar was
het de kar die in de ban werd gedaan. Op vele plekken waren ze niet
meer
gewenst, mede omdat ze zoveel lawaai zouden maken en 'levende muziek
zouden
overheersen. Onzin, bij het aankomen van een muziekgezelschap ging het
volume
van de zedeleer helemaal terug. Het geluid van andere karren was ook
niet dat ze
het geluid van een 'levend muziekgezelschap' zouden overstemmen. Het
leek er
zelfs op dat er dit jaar meer karren aanwezig waren en dat was een
toevoeging aan de Vastelaovend. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het
Amorsplein of Markt waar de cafés niet verder kwamen dan
bonkendenoncarnavalsfeestmuziek. Daar was de stam dan ook niet meer te
vinden.
Het begon twaalf uur te worden en dus tijd om naar het Vrijthof te
trekken. Vrij
vooraan kon de zedel opgesteld worden en gekeken worden naar Frans,
Beppie, Duo
X-elle en Ziesjoem. Stadsprins Han I
kwam het podium op, sprak zijn afscheidswoorden, Mestreechs volleksleed en het Mooswief werd omlaag
gehaald. Hierna trok het Vrijthof leeg, behalve de Stam die hangen bleef.
Echter, ook voor de Stam kwam er een einde aan vastelaovend. Maar niet
voordat op het beweegbare deel van de Aw Brögk traditioneel è pèlske werd
gedronken. Hakke, takke, balle, balle; ouch nao dez'kier carnavalle; Balle, balle,
hakke, takke,; Hadde de meerkes van de Stam 't weer te pakke!
De A van
Alfa en de B van Brouwerij
De
Ritseleer had een aantal vrijkaarten weten te ritselen voor een bezoek aan de
Alfabrouwerij in Schinnen. Dit was met enkele e-mailtjes rond. Om er naar toe te
gaan heeft meer e-mails gekost. Wie wil Bob zijn? Overnachting op een camping?
Fietsen? Regenweervoorspelling? En tot slot: Openbaar Vervoer? Waar
treffen we wie? Welk kaartjes, volle prijs, korting of OV traject- of jaarkaart? De Stam was weer
actief. In de hal van het Maastrichtse station kwam de Kretser, Ritseleer en
Aondagstrekker bij elkaar. In Sittard, met vouwfiets, de Cirremoniemeister en
tot slot bij de
brouwerij zelf de Beergouverneur. De verwelkoming was met een stuk
vlaai en
koffie. Mondeling was de verwelkoming van achter de bar. Het was
vroeger een
herenboerderij waar in bepaalde momenten van het jaar niet veel te doen
was voor
het personeel en toen is Joseph Meens in 1870 een brouwerij begonnen.
Toen naar
de filmzaal voor een film op een ongekalibreerd scherm van 7 meter.
Daar kwamen
we te weten dat het bier oorspronkelijk onder de naam 'Meensbier' op de
markt was gebracht maar dat niet commercieel genoeg was. Na de film
naar
de bron
in een gesloten prieel. Het maken van het bier begint bij de waterbron.
Het water is
6000 jaar oud en is in Aken uit de lucht komen vallen. Het bronwater
gaat als
enige brouwerij in Nederland ongezuiverd de fles in en betalen de
overheid
daarvoor een ton. Die bron is wel het unieke voor de Alfabrouwerij. Het
is
dezelfde bron als Herschi, de frisdrankproducent uit Hoensbroek, maar
die hoor
je nooit over het bijzondere van de bron. Vervolgens werd het
brouwproces maar
weer eens uitgelegd met gerst, wort, organismen, wachten, filteren etc.
Ook een
verhaal over een bouwvergunning waar ze lang op moesten wachten omdat
ze het
niet eens waren over de kleur van de steen voor het te bouwen toilet en
dat ze
zomaar allerlei dikke bomen mochten omzagen voor een transport van een
nieuwe
tank. Enfin, het proeflokaal kwam weer in zicht. Daar werd Edelpils,
Dortmunder
en Oud Bruin van tap naar keel overgebracht afgewisseld door twee
stukken
roggebrood met vlees of kaas. Tot slot werd de winkel geopend. De Stam
liet het zich allemaal goed bevallen en vooral smaken. Als aardigheidje
werd nog
een glas uitgereikt waar slechts 3000 exemplaren van gemaakt zijn om
mee naar
huis te nemen. Maar dat werd eerst ter plekke ingedronken. Jawel hoor,
zo'n
brouwerijbezoek mag een traditie worden, we hebben immers alleen in
Limburg al
10 brouwerijen, we kunnen vooruit met de nieuwe traditie.
Kraamviste
IV
Het
was nog net juli toen Julie geboren werd. De Stam was benieuwd hoe ze uitzag en
hoe de Beergouverneur, in zijn vrije tijd vader, en moeder het maakte. Een
afspraak was snel gemaakt en zo trok de kraamvisite vanuit Maastricht en
Roermond met aanhang naar Hasselt, de woonplaats van Julie. De ooievaar was nog
aanwezig maar had nodig drinken nodig om zijn nek weer gestrekt te krijgen.
Trotse vader kwam net aangereden en trotste moeder had Julie veilig in haar
armen in de deuropening staande. Juli was en bleef stil. Het gezelschap was
minder stil en ging buiten zitten voor een beschuit met roze muisjes en andere
lekkernijen. Na het fotomoment begon het donker te worden en was het tijd om te
gaan. Echter, namens de Stam, werden cadeautjes uitgereikt. Een girafje, een
swaddle en iets met kaboutertjes in een bruine fles. Tijd om afscheid te nemen. Julie
is hartstikke lief!
Preuvenemint
Om
drie minuten over acht belde al onze Cirremoniemeister vanuit de Karkol waar de
rest bleef. Op de Beergouverneur na die deze avond vaderlijke verplichtingen
had, stond de rest van de Stam bij de Aondagstrekker thuis in de keuken. Deze
had daar een annanasmix als eerste ‘preufgerecht’. Dat was
een lekker fris begin van de avond. Naar de Karkol, een kwartier later dan e
Mestreechs keteerke aangekomen was de
Stam voor de avond compleet. Druk was er het niet te noemen, maar ‘achter’
was toch net weer meer ruimte. Je begint al snel aan iets te knabbelen gewend te
raken als je in de Karkol bent maar die avond was dat er niet. Na de eerste
pilsjes en Upke naar het Preuvenemint, en daar rechtsachter vanuit de Struys
gezien. Daar zagen we weer de Brandstatafels met print die vorig jaar tot een
grandioos idee leidde voor de Vastelaovend, maar dat alleen niet meer herinnerd
kon worden. Met zicht op de prints kwam het idee niet terug. Iets met
speelkaarten of glaasjes drinken, verder lukte niet. Na enkele Upjes en
Imperator, het oudste speciaalbier van Nederland, ging de traditie om een rondje
te maken over het Preuvenemint, tegen de klok in van start. Wat niet volgens de
traditie verliep was dat we nu aan de voorzijde langs de geluidstoren liepen in
plaats van achterlangs. De hapjes dit jaar die de stamleden aten kwamen van de
Italiaan, de Indiër en ‘t Rommedoeke. Deze laatste was met zijn aanbod de
winnaar en niet op de laatste plaats omdat deze nog iets voor 1 lap aanbood.
Waren de stands vroeger een deel van het geheel, steeds meer zijn het losse
eilandjes die er ieder voor hun eigen succes staan. Veel stands die hun
eigen decibels aanstuurde waarbij het gezamenlijke alleen nog bestond uit de
kakofonie van geluid van de buren van de
buren van de buren. Gegeten werd er ook eigenlijk niet
meer, alleen gedronken. Wat verder opviel waren de nors kijkende bewakers met
oortjes. De soeptent die vorig jaar zo gewaardeerd werd was er niet meer. De
Ritselaar had nog wel een evenredig aantal loempia’s weten te ritselen voor de
overgebleven lappen. Onze Cirremoniemeester wilde de laatste trein halen en voor
dit speciale afscheidmoment ging de Stam naar een kleine Brandtent die overigens
niet meer bestond uit sfeervolle aankleding maar stapels kratten. De
Cirremoniemeister ging naar huis en de rest voor de afdronk trok naar de Karkol.
Daar was het drukker dan eerder die avond. Tiny was er deze keer niet, wel
Hannie uit de Havezathe. De vrijgezelle Hannie was gevraagd om met haar
vrijgezellen vriendinnen mee te gaan, doet ze zo’n één keer per maand. Deel
van die vriendinnen, Nancy en Monique, wonen in Sittard en bleven bij haar
slapen. Ander deel woont in Eijsden. Vanuit de damestoiletten werd door een
damesachterzijde een glas-in-lood-raampje naar buiten gedrukt. Stamleden wisten
de schade verder te beperken. Tijd voor de terugreis. Conclusie van de avond:
Wat het Preuvenemint tot Preuvenemint maakt met de hapjes, de verbondenheid
middels de muziek over het gehele Vrijthof, de stijl en gezelligheid is niet
meer. Stam Urtyp is nog wel steeds Stam Urtyp, en dat maakt dat het weer een
geslaagde avond was.
Rowwen
Hèze bij Pisart
Voor de
vooravond voor het stamweekend werd het idee geopperd om naar Rowwen Heze bij het
Pisartfestival in Eijsden te gaan. De Aondagstrekker, Cirremoniemeister,
Ritseleer en Kretser waren in de gelegenheid en verzamelde in Scharn om van
daaruit ouderwets te fietsen naar het concert. Toen de Stam bij het terrein
aankwam zong Van Dikhout er zijn laatste
toontjes alvorens hij er stil van werd. Door de controle naar het voorterrein
dat er verzorgd uitzag. De tent was al goed gevuld. Besloten werd om achteraan
te gaan staan. Ineens werden regels gesteld wanneer je met bier mocht gooien.
Guus Meeuwis was aan de beurt. Een mooie lichtshow op het podium maar op de
voorkant stond geen verlichting gericht. Hierdoor geen Guus te zien. Hij
zong liedjes die vooral de vrouwen mooi vinden. laten er nu net geen vrouwen bij
de Stam zijn, Toen was het de beurt aan de hoofdact: Rowwen Hèze. Het duurde even voor het op
gang kwam in de tent, mogelijk ook door een matig geluid, maar uiteindelijk
kregen ze de tent van voor tot achter in beweging gezet. Het was ook het
tijdstip waarop de Ritseleer een jaar ouder werd. Een groot feest was het met
zo’n 4000 gasten inclusief Rowwen Hèze. Wie gunt zichzelf dat nu niet. De DJ riep ook om dat de Ritseleer
jarig was. Hierna kwamen de Coronas. Leuk voor een kleine zaal. Zorgde in
ieder geval voor een geleidelijk vertrek van de aanwezigen. En daar hoorde ook
de Stam bij die zeer voldaan terug naar huis fietste.
Weekend
Hasselt
Het was
niet gelukt om het stamweekend in mei te houden. Uiteindelijk werd het het
vierde weekend van september. Zaterdagmorgen verzamelen ging op het gemak. De
heenweg soms via vreemde omwegen. Aangekomen bij de loods cq terreintje
van de Beergouverneur werd een keuze gemaakt voor het middagprogramma. Het werd
de stad Hasselt bezoeke n.
De Beergouverneur wist de leuke steegjes te vinden en de 'sky lounge' waarbij je
een uitzicht over Hasselt kreeg vanuit de 18de verdieping van een hotel. Zie ook
de foto's van het weekend. Ook werd er een
frietje gegeten waarbij Scouts die 'brons-geld' vroegen om zo een Euro te
verzamelen. België > bierland, Stam > bier drinken.
Er werd een bezoekje gebracht aan het 'Hemelrijk'. Een café met 500 soorten
bier. Het eerste bier op de kaart dat besteld werd hadden ze echter niet..
Alternatieven waren er in ieder geval zat. Terug bij de loods kwam al snel de
Deutedeef erbij die een goed verzorgde barbecue had meegenomen. Het vuur werd
aan gemaakt en alles werd klaar gezet. De Ritseleer ontving
van de Stam een verjaardagspresentje dat hij goed kon gebruiken bij zijn hobby
om bonbons te maken. Voor de late
uurtjes werd een kampvuur gemaakt. Er was enige discussie of er een discussie
was of de Plesuredom moest worden opgezet. Tot een einde is de discussie niet
gekomen, wel sliep iedereen die nacht in de loods.
De
volgende ochtend werden de boodschappen vers gehaald. Een ontspannen ontbijt
volgde met traditioneel spek en ei bereid door de Ritseleer. Tot slot was er een
leuk spel met paaltjes, paaltjes en paaltjes en een koning. De Ritseleer
trakteerde op appelgebak. Als afsluiting had de Cirremoniemeister een geweldig
cadeau voor de stamleden. Brandsregenjassen en dat nog wel van een goede
kwaliteit. Er werd een foto gemaakt en op langzame wijze, zoals het gehele
weekend geschiedde, werd afscheid van elkaar genomen. En zo ging iedereen
met zijn eigen vervoermiddel weer naar huis., een geslaagd weekend achterlatend.
|
|