Opa vertelt Louis over de vestingwerken van Maastricht

Het castrum en eerste omwalling




'Opa,' vroeg Louis, 'hoe is Maastricht eigenlijk ontstaan?'  'Nou Louis, daar moet ik eens goed over nadenken, want dat is lang geleden. Zullen we eens in de stad gaan kijken?' 'Lukt dat opa, u bent al zo oud?' 'Natuurlijk lukt dat' zei Opa meteen, 'met die oude leeftijd van mij kan ik je precies vertellen hoe Maastricht is gegroeid van een stuk weg  tot de pracht en praal die het tegenwoordig is.Uche-uche-uche.' 'Gaat het opa?'

 

Opa en Louis liepen vanaf de Scharnerweg, langs de tunnel, de Hoogbrugstraat in. Deze liepen ze door tot de Rechtstraat waar ze rechtdoor liepen om bij de Maas uit te komen. Bij het Waterpoortje stopte Opa. Hij keek de Maas over en begomn te vertellen. 'Kijk Louis, vroeger, heel lang geleden kwam ik van Duitsland en wilde bij de Belgen gaan wonen. Natuurlijk was er toen nog geen sprake van Duitsland en België. België bestaat immers pas iets meer dan 150 jaar. Zo rond het begin van onze jaartelling waren ze bezig een weg aan te leggen tussen Keulen en Tongeren. Omdat er toen nog geen ANWB borden waren heb ik deze grote weg op goed geluk gevolgd en kwam vanzelf bij de Maas terecht. Alleen kon ik toen niet oversteken, want die Maas stond wel erg hoog. Vandaar ik maar ging wachten. Nu heb je bij een regenrivier als de Maas geen eb en vloed. Dus als de Maas te hoog staat moet je een tijdje wachten. Er stond een hutje waar ik maar in ben gaan zitten. Omdat ik toch niets beters te doen had ben ik het gaan verfraaien. Aan de overkant van de Maas waren ook mensen in hutjes. Het viel mij alleen op dat het aan de overkant niet alleen drukker was, het was er ook veel gezelliger. Ik besloot niet verder te trekken maar als de Maas lager stond over te steken en mij daar te vestigen. Toen de Maas laag stond ben ik overgelopen, net als de andere mensen. Aan de overkant ging ik mij nestelen. Er waren spullen genoeg. In het begin was het er rustig. Ook wel logisch want de Maas stond laag en iedereen kon zo oversteken. Toen de Maas weer hoger werd bleven de mensen wachten. Daar zit handel in. En zo begon ik alle materialen die achtergebleven waren waar je hutjes mee kon bouwen te verzamelen. Die kon ik dan verkopen als de mensen zelf  iets gingen bouwen om te wachten. Natuurlijk moest ik ook eten en dat ruilde ik in voor  materialen. Later kwam er ook geld en gebruikte ik dat.'

 

'Maastricht werd steeds bekender als Maas oversteekplaats, in het Latijns “Mosa Trajectum”. Naarmate de taal anders werd, werd ook de benaming anders. Het werd uiteindelijk Maastricht.'

 

'Kom Louis, tegenwoordig hebben we een brug. Nu kunnen we zo oversteken. We gaan eens kijken bij de "Knikkerende kinderen." Dat is dat uitstekende ronde deel in de Maas, achter die rondvaartboten.' Ze liepen langs de Maas richting de Servaasbrug. Hiermee staken ze de Maas over. Over brug liepen ze naar rechts en gingen bij de trapjes een stukje verder naar beneden. Dichter bij de Maas aangekomen liepen ze naar rechts, onder de brug door waar ze net over liepen. Ze kwamen links bij een plekje dat een stukje in de Maas stak.

 

'Opa, waarom gaan kinderen nu net knikkeren aan de rand van de Maas, waar de knikkers zo de Maas in rollen?' 'Nou als afscheidscadeau van een burgemeester is dit kunstwerk gemaakt en zochten daar een mooie plek voor. De plek die ze daarvoor hebben uitgezocht is deze. Hier is namelijk de eerste brug gebouwd. '

 

'Dus voor die brug waar we net over liepen is er al een andere brug geweest,' vroeg Louis. 'O zeker. Deze brug is eigenlijk van na de 2e Wereld Oorlog. De vorige brug is toen in puin geschoten. En ik kan mij zelfs herinneren, dat was pas een ramp, dat tijdens een processie in 1275 de brug is ingestort. Dit kwam doordat te veel mensen op de brug stonden. Vele mensen zijn toen verdronken. Ook daarna is de brug weer opgebouwd.'

 

'Maar we steken hier de drukke weg die de tunnel in gaat over en gaan naar de plek waar vroeger een castrum was.' Voorbij de huizen aan de rechterkant konden ze naar links en liepen een brede trap op, staken de Stokstraat over en gingen even verder rechts een smal straatje in. Toen kwamen ze op een groot binnenplein

 

'Dit was een grote legerplaats van de Romeinen met een veilige muur eromheen. Wij  moesten daar voor uit de weg gaan en gingen een stukje verderop wonen. In het jaar 333 werd begonnen met het bouwen van de ommuring en een brug. Een houten brug wel te verstaan. Gelukkig  hadden we toen nog geen luchtbanden. Die zouden immers lek raken door die spijkers in de weg waarmee de brug was gebouwd.

 

'Wat zijn dat voor figuren hier op de grond  Opa,' vroeg Louis. 'Nou die figuren die je in de bestrating ziet zijn resten van de thermen die nog steeds  in de grond liggen. De thermen was een badhuis. Je moet goed begrijpen Louis, dat het erg vermoeiend was om op een vijand te wachten die het idee kreeg Maastricht te veroveren. En daarom was het voor de soldaten zo af en toe nodig om een ontspannen bad te nemen in het badhuis. Snap je?' 'Opa, kwam u er ook wel eens?' 'Nee hoor, zei opa, dat was alleen voor de soldaten. Ik kon mij wassen in de Maas. Die was gelukkig toen nog zo helder dat je de fietsen op de bodem zag liggen.'

 

'We gaan naar het Onze Lieve Vrouweplein.' Ze liepen het plein over en achteraan gingen ze links enkele treden op. In de Heggenstraat aangekomen liepen ze weer links en aan het einde rechts om zo op het Onze Lieve Vrouweplein aan te komen. Bijna het hele plein was een groot terras. Vol met mensen die in alle rust met elkaar aan het vertellen waren. 'Opa, mag ik een cola?' 'Tuurlijk Louis, zoek jij maar een plaatsje uit op dit Maastrichtse plein bij uitstek.' Ze gingen zitten op een rieten stoel, onder een grote parasol met het gezicht gericht op Hotel Derlon en de Onze Lieve Vrouwebaseliek. De terrasbediening, type: studente die bij wil verdienen,  vroeg in onvervalst Nederlands wat Opa en Louis wilde drinken. 'Een cola voor de jonge heer en voor de oude heer een Wieckse Witte recht uit het hart van Brabant,' zei opa. De studente drukte op een kastje en even later werd de drank op het tafeltje geplaatst.

 

Louis vroeg aan Opa  'hoe groot is dat castrum geweest.' 'Nou,' zei opa, ongeveer 90 bij 170 meter. De oostkant liep langs de Maas. De noordzijde liep aan de achterzijde van het Thermenplein, achter het café de Moriaan. Waar we net die treden opliepen had je in de Heggenstraat aan de rechterzijde de westgrens en die stond hier achter de muren van Hotel Derlon, pastorie en kerktoren. Vanaf die kerktoren  ging de muur richting de Maas. Zo ongeveer dan. '

 

Opa nam een slokje van de Wieckse en vertelde na een smakelijk geluid weer verder. 'Zo rond het jaar 400 vonden de Romeinen het wel genoeg geweest. De Franken waren weer eens op bezoek geweest en hadden er een rommeltje van gemaakt. En om dat nu weer op te gaan ruimen leek de Romeinen wel erg inspannend werk te gaan worden. Vooral omdat het badhuis gesloopt was en ze niet meer zo lekker konden uitrusten. Ze vertrokken ook omdat de grens tot aan de Rijn niet meer zo belangrijk was. Bovendien waren ze thuis in  Italië nodig.'

 

'Ondertussen maakte ik kennis met Servé, die ken je wel onder de naam Sint Servaas. Ik kende hem als een aardige kerel met wie je best goed kon lachen. Hij kwam dan ook van Tongeren. Eerst dacht ik nog van jeemienee, wat drinkt die man veel water. Later kwam ik er achter dat het geen water was maar Jenever. Hij bracht veel wijsheid in de stad en zorgde ervoor dat zijn naam gevestigd werd. Helaas, rond het jaar 450 stierf hij in Maastricht. Ze hebben hem toen buiten de stad begraven. Laat ik zeggen,  toen was dat buiten de stad. Later hebben ze een kerk gebouwd op zijn graf. Dat was het werk van Monulphus en Gondhulphus. Niet dat die twee heren zelf op de steiger en achter de betonmolens stonden, maar ze zorgde in ieder geval dat er gebouwd werd. Een paar keer zijn er delen bijgebouwd. Je snapt wel dat ik het hier heb over de Servaasbasiliek.'

 

'Dat castrum is in die tijd beetje bij beetje afgebroken. Je had toen drie woonkernen. Een op de plek van het oude Romeinse castrum, tussen brug en Onze Lieve Vrouwebaseliek, een rond de Sint Servaasbaseliek en een noordelijk in het Boschstraatkwartier. Naarmate de tijd vorderde werden ook de woonkernen groter zodat ze aaneen groeide.'

 

'De brug bevond zich op een strategisch plek. Deze plek was de kruising van de oost-west verbinding over land en de noord-zuid verbinding van de Maas zelf. De stad speelde hiermee een belangrijk rol in de strijd voor het gebied tussen de Maas en Rijn. Dit hield in dat er geregeld van die jongens op bezoek kwamen die veel rommel maakten en onrust veroorzaakte. En als ze dan veel rommel hadden gemaakt schreeuwden ze ook nog eens hard: “zo nu zijn wij de baas”. Nu was de echte baas hier de Hertog van Brabant. Die had altijd zo´n lekker strak broekje aan. Om van die rotzooimakers af te zijn liet hij Maastricht ommuren met een aarde wal met daarbovenop een houten schutting. Dat deze niet erg sterk was ontdekte de Luikenaren al snel en overmeesterde de stad in 1204. Aan de verdedigingswerken werd veel schade toegebracht evenals aan de houten brug. Vandaar de Hertog van Brabant de opdracht gaf om alles in steen te laten bouwen. Nu ging dat niet al te snel en werd er eerst hersteld wat de Luikenaren gesloopt hadden. Beetje bij beetje werden de houten schuttingen vervangen door stenen. In 1251 was dit project afgerond.'

 

'En het leuke is,' zei opa, 'dat je nu nog steeds delen van die muur in de stad hebt staan.' 'Heijj sjiek Opa,' zei Louis enthousiast,  'kunnen we die dan ook nu bekijken?'  Opa twijfelde even. Hij dacht dat voor een tweede Wiecks Witte ook nog wel plaats was. Maar goed dacht Opa, en zei: 'natuurlijk Louis.' Ze stapte op en liepen langs de baseliek zo richting de Maas.

 

Voorbij de baseliek vroeg Louis 'is die muur bij het grasveld een stadsmuur?' 'Ja' zei Opa, 'dat klopt. Die kanonnen die ervoor staan zijn niet origineel, die staan hier pas enkele jaren. Maar als je even kijkt waar we vandaan kwamen, zie je een klein huisje waar tegenwoordig een kiosk in is gevestigd. Dat was het poortwachtershuisje. Want vroeger is op deze plek een stadspoort geweest. En hier op de grond zie je een steen liggen in de bestrating waar die poort precies gestaan heeft.'

 

Samen liepen ze over het grasveld tot bij de Jeker. Opa: 'dit is een ingewikkeld stukje. Dit heet eigenlijk Nieuwstad omdat op deze plek vroeger een klein stukje nieuwe stad is gebouwd. Maar daar kom ik later op terug. Dat witte gebouw noemen ze het Pesthuis, maar is nooit het Pesthuis geweest maar een papiermolen. En die toren hier op de hoek en de muur erbij is pas enkele tientallen jaren oud, die is later opnieuw gebouwd dankzij de Maastrichtenaar Victor de Steurs, de oprichter van de Monumentenzorg Nederland. '

 

'En wat is die houten rode uitbouw in de muur daar,' vroeg Louis. 'Dat maakt deel uit van de Helpoort, de oudste stadspoort van Nederland. Met een beetje geluk is de poort open en kun je hem bezoeken.' Ze liepen onder de poort door en Opa keek rechts om het muurtje. Zou Opa soms moeten, dacht Louis. 'Ja' riep Opa hard, 'het is open'. Gelukkig dacht Louis, "dat"dus niet. Via een ouderwetse stenen wenteltrap liepen ze achter elkaar naar boven en kwamen in een klein museumpje terecht. Een lachende meneer begroette het koppel vriendelijk. 'Bent u van de Helpoort' vroeg Louis. 'Ja, en als je wat te vragen hebt kun je dat aan mij doen. En een vrijwillige bijdrage kun je in die melkbus doen was het antwoord.' Louis had toch geen beurs bij zich en vroeg rustig aan die vriendelijke mijnheer 'waarom is die houten uitbouw boven de poort en is of deze er altijd al geweest? Er kwam direct een antwoord: 'In het begin was het er niet. Dit is later bijgebouwd. En omdat het gebouw al zo lang bestaat, hebben ze het inmiddels al enkele keren vervangen.' 'Maar' vroeg Louis, 'waarom hebben ze het dan van hout gemaakt, als ze de steen hadden laten zitten was het toch simpeler geweest?' 'Ze hebben een uitbouw gemaakt, zei die vriendelijke mijnheer. En dat was makkelijker om van hout te maken. Ze hebben dat gebouwd om de  vijanden te verwelkomen met warme teer. En om het schoonmaken van de straat later eenvoudiger te maken, hebben ze ook andere hete stoffen gebruikt die makkelijker op te ruimen waren.'

 

'Heb je al boven de DVD-presentatie gezien' vroeg die vriendelijke mijnheer Dat stond de generatie van Louis wel aan, lekker passief naar een DVDtje kijken. Louis knikte van ja. 'Kom dan maar mee.' Opa, die ook een tijdje zijn mond kon houden,  liep mee naar boven en ging kijken naar de DVD-film op een groot scherm over een aanval op Maastricht. Na de presentatie keken ze even rond en liepen langzaam naar buiten. De vriendelijke mijnheer vroeg 'alles duidelijk gemaakt?' en keek daarbij strak naar Opa. Opa begreep zijn blik, nam zijn beurs en deed enkele munten in de middeleeuwse melkbus. Vriendelijk groetend verlieten ze de poort.

 

Ze liepen door de poort naar buiten en sloegen rechts af langs het bord "De Hiemel", het brugje over en naar rechts. 'Ja, die toren is de Pater Vinktoren. Die staat een beetje raar als je weet dat daarachter ook een stuk Stadsmuur is geweest.' Gelukkig, Opa kon nog  spreken. 'Hiernaast heb je enkele huisjes die ze het Faliezusterklooster noemen. Daarachter, kijk maar even door de poort links van het Faliezusterklooster, is het Rijksarchief dat tegenwoordig het Regionaal Historisch Centrum noemen. Hier in het midden zijn grote kelders gemaakt en daar liggen archiefstukken in die over Limburg gaan. Op dit stuk heeft een stadsmuur gestaan. Toen ze de kelders voor het archief hebben gegraven kwamen ze resten tegen van een oude watermolen. Op de binnenplein hiernaast hebben ze in de grond een stuk stadsmuur bloot gelegd. Dat kun je alleen vanuit het gebouw zelf bekijken. De architect heeft wel iets anders bedacht om de stadsmuur herkenbaar te maken. Kom, dan lopen we even verder naar de Sint Pieterstraat.'

 

In de Sint Pieterstraat schrikt Louis. 'Kijk Opa, dat staat daar op instorten.' 'Nee hoor, dit is een grapje van de architect. Op deze plek heeft vroeger de stadsmuur gestaan. En om dat te laten zien heeft de architect Van Roosmalen bedacht om dat middels die scheur te laten zien.'  'Ja, ja' zei Louis enigszins op bedenkelijke toon. 'Voor de scheur op de straat is  de Aldenhofpoort geweest. Ik kan mij vergissen, maar dacht dat deze ook de Oude Sint Pieterspoort werd genoemd.'

 

'Als je dit straatje tegenover de scheur in inkijkt zie je een heel stuk van de stadsmuur overeind staan. Kom, dan lopen we aan de binnenkant er langs.' Vanzelf kwamen ze in de Grote Looiersstraat uit. 'Je ziet er niets meer van' zei Opa, 'hier zo ongeveer,' en wees daarbij naar het midden van de straat, 'heeft de Looierspoort gestaan. En dat kleine huisje aan de linkerkant op de hoek is ook een stadspoortwachtershuisje geweest.' In het verlengde van de muur liepen ze verder om weer een smal straatje in te gaan. De weg draaide scherp naar rechts. 'Kijk Louis, hier in het verlengde van dit straatje staat aan de buitenkant van de bocht  een klein gebouwtje. Vroeger hebben ze aan de binnenkant van de stadsmuur kleine huisjes gebouwd. Dat was makkelijk, want een stevige achtermuur hoefde ze immers niet meer te bouwen, die stond er al. Die huisjes hebben ze later allemaal weer afgebroken, behalve dit. Dat hebben ze laten staan zodat de ambtenaren die hier in de buurt werken naar het toilet kunnen. Als je even opzij van dat huisje kijkt zie je ook weer een stuk stadsmuur staan. Die staat in een tuin en kom je zo niet bij. Kom maar de weg naar rechts volgen tot de Lenculenstraat.'

 

In de Lenculenstraat aangekomen liepen Opa en Louis naar links en kwamen uit bij café De Tribunal. 'Nee Opa, we gaan hier niet naar binnen. Dit is het enige echte bruine café van Maastricht. De muur is helemaal bruin geworden van de sigaretten- en sigarenrook, bah.'  'Hoe weet jij dat nou Louis,' vroeg Opa. 'Laat mij ook eens iets weten' zei Louis een beetje boos. De eerste straat gingen ze links in zonder iets te zeggen. Ze hielden links aan en kwamen uit bij een ezeltje. Hier schuin tegenover stond een middeleeuws bouwwerk. 'Kijk,' begon Opa met een droge keel, 'hier kwam de Jeker de stadspoort binnen.'

 

Ze liepen weer terug, langs De Tribunal. 'Waarom hebben ze hier ook geen terras neer gezet' zei Opa een beetje mompelend. 'En hier is zeker ook een stadspoort geweest' riep Louis een beetje bijdehand. 'Inderdaad, de Lenculenpoort, hoe weet jij dat nu weer Louis.' 'Overal waar poortwachters moesten wachten bedacht er altijd wel iemand om juist op zo´n plek een café te openen,' zei Louis op wijze toon.

 

'Die muur,' begon Opa weer, 'heeft dus op de plek van de huizen gestaan. We steken hier even over maar komen zo terug.' Ze liepen een kleine helling op en gingen voor een kerkgebouw naar rechts en even later naar links. Daar was immers nog een stuk stadsmuur te herkennen. Terug naar de Tribunal. Helling naar beneden, links, langs de Tribunal en weer links de Bouillonstraat in.

 

Ze liepen de straat in en gingen even verder weer links in, Servaasklooster. Opa liep iets langzamer omdat de straat omhoog liep. Ze kwamen aan een plein bij de Servaasbasliek met in het midden op een sokkel Veldeke zittend. Onder de bogen door liepen ze verder. 'Opa, wat zijn dat voor bogen,' vroeg Louis. De hoge geestelijken van de stad voelde zich teveel om over straat te lopen, vandaar ze deze gang hebben gebouwd tussen het klooster en de kerk.'

 

Ze liepen ond er de bogen door. Onder aangekomen was rechts weer een pleintje met een standbeeld van Servaas met een waterbak aan zijn voeten. Hier gingen ze links. 'Kijk' zei Opa even later, 'hier heb je een terras en daar ga ik je weer iets vertellen.' Louis, dacht van "het moest er inderdaad weer van komen."  'Opa,' zei Louis, 'laat mij raden, ook hier is een stadspoort geweest.' 'Ja, hoe weet jij dat nu weer.' 'Nou Opa,' zei Louis weer op zijn beurt, 'op de eerste plaats is hier een café en op de tweede plaats heeft dit café de naam 'De Poort.' 'Je bent een vernuft joch' mompelde Opa. 'En ik zal het nog sterker vertellen,' zei Louis, 'deze poort heette de Tweebergenpoort.'  'En hoe weet je dit dan weer' vroeg Opa. 'Simpel, op dat straatnaambordje staat: "Oude Tweebergenpoort."´

 

'Maar Opa, wat wilt u hier eigenlijk vertellen,' vroeg Louis. Een beetje stammelend zei Opa: 'op het terras kun je ook cola  drinken, en voor de oudere mensen Wieckse Witte.' 'Bestel dan maar,' zei Louis met een diepe zucht. Opa bestelde. Hier hadden ze tenminste nog echte café-obers, eenvoudig maar toch met stijl.

 

Opa begon toch weer te vertellen. 'De weg hier naar het Vrijthof en aan de overkant naar de Brusselsetraat, is eigenlijk de oudste straat in Maastricht. Die ging langs het Vrijthof en ging daar rechtdoor de Grote Staat in. De huizen aan de linkerkant staan een stukje op die oude weg. Dus daaronder zullen vast en zeker sporen te vinden zijn van die oude weg. En wist je dat het Vrijthof een kerkhof is geweest?'  'Dat heb ik al eens gehoord ja,' antwoordde Louis,  'liggen daar nog steeds de skeletten van toen?' 'Nee,' zei Opa, 'die zijn in de loop der tijd allemaal vertokken, het werd hier steeds drukker, snap je?' Louis keek een beetje bedenkelijk en Opa vertelde rustig verder. 'In de jaren ´60 van de vorige eeuw is daar voor het eerst een ondergrondse parkeergarage gebouwd. En wat toen bij het graven nog gevonden werd is afgevoerd. Menig Maastrichtenaar heeft nog wel ergens een schedel of kies liggen uit het Vrijthof.'

 

'Opa' vroeg Louis die het niet zo had staan op graven, schedels en afgevoerde skeletten, 'de Grote Gracht zal dan wel de weg langs de ommuring zijn geweest?' 'Dat klopt' antwoordde Opa. 'Zullen we dan maar verder gaan over de Grote Gracht' vroeg Louis met een licht toontje van optimisme. 'Nou goed dan' kreunde Opa en kwam uit de stoel. Samen liepen ze de Grote Gracht naar beneden. Bij het eerste kruispunt rechts. 'Kijk heel stiekem door de ruit van die winkel op de hoek, daar zie je aan de achtergevel, vanaf de Statenstraat opzij dus, een stukje stadsmuur staan.' Louis keek zo onopvallend mogelijk door de ruit zodat het wel erg opviel. 'Kom, dan steken we hier over, door de grote poort van het theater naar het achterterrein.'

 

'Kijk, hier kun je sinds enkele jaren weer de muur bekijken.' Van die mooie ronde bogen waren er te zien met daar bovenop gebouwd de huizen die aan de Grote Gracht grenzen. 'Hier zie je dat de huizen destijds aan de buitenkant van de muur zijn gebouwd.' Kom maar terug naar de Grote Gracht zelf.' Daar liepen ze de straat verder af. De Helmstraat liepen ze in en even later links. Daar waren diezelfde soort bogen te zien. Alleen hadden deze een minder aangename geur, vooral vooraan. Ze liepen weer terug naar de Grote Gracht tot de Markt.

 

'Dus Opa, hier op de Markt heeft dus ook een stuk muur gestaan' vroeg Louis. 'Dat klopt, schuin over de Markt tot aan de…. Kleine Gracht. Hier vooraan is ook een Stadspoort geweest. De Gevangenpoort maar werd ook wel de grote poort genoemd.' Opa en Louis staken schuin de Markt over richting de Kleine Gracht. 'Ook hier was een poort. En of je me nu gelooft of niet, ze noemde deze de Leugenpoort of ook wel de Houtpoort.' De Kleine Gracht liepen ze door totdat ze de Maas weer konden zien stromen. 'Op deze plek stond de Veerlinxpoort. De boeren van Sint Pieter kwamen met hun bootjes vol groente de Maas afgezakt en gingen hier de stad naar binnen om de groente te verkopen.' 'Opa, de Maaskade is van een andere steen gebouwd dan de stadsmuren. Heeft het zuur uit de Maas soms de oude stadsmuur aangetast zodat ze hem opnieuw hebben moeten bouwen,' vroeg Louis. 'Slim bedacht' zei Opa, 'maar het klopt niet helemaal. De werkelijke stadsmuur heeft ongeveer door het midden van de tunnel gestaan. Maastricht is dus een stukje groter geworden. Er is ook een tijd geweest dat naast de Maas op de plek van de tunnel een kanaal is geweest. Uiteindelijk is deze muur stukje na stukje afgebroken.'

 

Daar gingen ze naar rechts en bleven op Maasboulevard lopen, langs de gebouwen. 'Ongeveer ter hoogte van het kerkgebouw van de Auwe Stiene' vertelde Opa 'in het midden van de tunnel is de Molenpoort  geweest. Bij het graven van de tunnel zijn hier resten van gevonden en die willen ze bovengronds weer eens keertje gaan opbouwen.'

 

'De volgende poort heeft gestaan ter hoogte van de Jodenstraat. Qua naamgeving kwamen ze niet verder als Jodenpoort.' Ze liepen verder door zodat ze uiteindelijk uitkwamen bij het grasveld met de kanonnen. 'Louis,' zei Opa op een langzame vermoeiende toon:  'ik begin een beetje moe te worden, een andere keer vertel ik je wel over de tweede omwalling en wie weet ook nog over de stadsmuren van Wijck. Maar eerst moet ik gaan uitrusten. Daar op dat terras…..'

 

 Rebo©2004/2005


__________________________________________

 

 

Naschrift:

Begin 2005 is op de plek waar de eerste brug is gebouwd het beeld van 'de huivende kinder' verplaatst naar een pleintje in de Hondstraat, de plek waar de kleine Baeten als kind heeft gespeeld,  en vervangen door een replica van een leeuwbeeld dat ter plekke in de Maas is opgehaald. Dit beeld is op een zuil geplaatst door Stichting de Romeinse brug.

 

 

 

 

De huidige situatie



Klik hier voor volgend verhaal en hier om terug te keren naar 'Opa vertelt over de vestingwerken van Maastricht'