Opa vertelt Louis over de vestingwerken van Maastricht

De Tweede omwalling




Louis had een mooie nieuwe fiets voor zijn verjaardag gekregen. 'En kun je daar ook mee fietsen' vroeg Opa. 'Jazeker wel' zei Louis. 'Zullen we gaan kijken waar de tweede omwalling is geweest, wat daar tegenwoordig van over is.' Dat wilde Louis wel, maar eerst moest het gebak van zijn verjaardag opgemaakt worden.

Enkele dagen later fietste Louis op zijn nieuwe gele fiets naast Opa die op een zwart stuk degelijkheid reed, naar de stad. De echte route van vandaag begon op de plek waar ze de vorige keer gestopt waren. Het terras in de buurt van de Onze Lieve Vrouwenwal, bij het grasveld met een stuk stadsmuur met de kannonen ervoor. Onderweg vertelde Opa alvast over de tweede omwalling.

'Het was vroeger al erg gezellig in Maastricht en steeds meer mensen kwamen naar de stad. Nu waren de stadsmuren niet van elastiek zodat wegens plaatsgebrek de mensen zich gingen vestigen buiten de stadspoorten. In 1300 werd begonnen met een tweede ommuring. Deze werd zo ruim dat er voorlopig ruimte genoeg zou zijn. Dit lukte aardig want tot de ontmanteling van deze omwalling, einde 18de eeuw, waren er nog onbebouwde plekken. Als extra versterking is de eerste ommuring blijven bestaan. De gebouwen als poorten, wachthuisjes en torens kregen een andere bestemming.'

'Als er belegeringen aankwamen waren het de Maastrichtenaren zelf die voor de verdediging van de stad zorgde. Dat spaarde erg op de kosten van soldaten die bovendien in vredestijd vaak voor overlast zorgen in de stad. Bij de belegering door Parma kregen de Maastrichtenaren wel hulp van een garnizoen, 1200 stuks maar liefst. Samen met de vrouwen uit de stad boden zij flinke weerstand. De vrouwen hielpen ook goed mee met het herstellen van de kapotgeschoten muren. En toen de vijand eenmaal binnen was werden ze getrakteerd op gloeiend heet zand en kokend water. Dat hete zand en kokend water was veel makkelijker op te ruimen dan warme pek. Tussendoor spoorden zij de kerels aan om vooral door te gaan met vechten.' Louis maakte de opmerking 'was dat toen ook al?'. Opa vertelde ongestoord verder alsof hij niets gehoord had.

Ze kwamen aan bij het terras opzij van de Onze Lieve Vrouwenwal en stopten. Opa vertelde rustig verder. Gelukkig dacht Louis, hij wil niet gaan zitten op het terras. Nu vond Louis het sowieso al interessant wat Opa vertelde, maar hij probeerde ook zijn best te doen om zo te kijken dat hij het echt interessant vond.

'Toen de Spaans troepen eenmaal de stad ingenomen hadden,' ging Opa verder, 'bleef er een garnizoen voor de bescherming zorgen. In 1600 waren er zo´n 400 manschappen. Met het stijgen der spanning nam ook het aantal manschappen toe. In 1634 waren het er ongeveer 6000. In 1672 waren er zelfs 8000 manschappen aanwezig. Deze gigantische aantallen waren natuurlijk wel goed voor de economie van de stad.'

'Halverwege de 18de eeuw werd het steeds rustiger in Maastricht. Niet qua bedrijvigheid, die nam alleen maar toe. Vanaf 1867 vond men het niet meer nodig de vesting Maastricht te handhaven. De poorten werden voor de nacht niet meer gesloten en zo konden de burgers van Maastricht ook eens langer blijven op feestjes buiten stad. Omdat de poorten toch niet meer gesloten werden konden de muren ook afgebroken worden. Eerst werd stukje bij stukje afgebroken. Later kreeg men plezier in het afbreken en ging alles in een sneltreinvaart tegen de vlakte. In menig huiskamer verschenen op de schouw stenen van die muur. "Ik heb een echt stukje stadsmuur in mijn huis staan" spraken de heldhaftige mannen in het café.'

'Gelukkig waren er ook een aantal mensen die het zonde vonden dat zoveel historische muren werden afgebroken en protesteerden hiertegen. Uiteindelijk zijn nog stukken bewaard gebleven. En die stukken gaan we eens bekijken, Dan kijken we meteen op welke plek precies de tweede stadsomwalling heeft gestaan.

'' Ben je er klaar voor Louis,' vroeg Opa. 'Absoluut' was het antwoord resoluut. Opa stapte af en liep met zijn fiets in de hand over het wandelpad langs de grasweide met kanonnen en kwam bij de Jeker uit. Louis liep achter hem aan. Voor de Jeker gingen ze rechts langs de Helpoort, tussen de paaltjes door en even verder een smal stenen brugje over.

'Kijk,' begon Opa, 'de Helpoort waar we net langs kwamen is van de Eerste omwalling. Op dit stuk hier begon de Tweede omwalling. Het stuk langs de Maas is nooit uitgebreid geworden omdat daar immers de Maas stroomde. Die grasweide met kannonen waar we net langs liepen is tot enkele tientallen jaren geleden een kanaal geweest. Een hele tijd daarvoor was er dus min of meer de Maas. Had ik je al verteld dat bij de Servaasbrug een poort is geweest met de naam Batpoort en bij het terras waar we net stonden een poort geweest is met de naam Onze Lieve Vrouwenpoort?' 'Nee,' antwoordde Louis. 'Bij deze dan,' zei Opa.

'Op het punt van de Pater Vinktoren begon oorspronkelijk de Tweede omwalling. Van hier uit ging de muur richting het Verzorgingshuis De Molenhof, vervolgens een stukje langs de Jeker tot bij de Nieuwenhofstraat. Maar daar komen we zo meteen nog.' 'Maar Opa,' vroeg Louis zich af, 'de stad was toch aan de achterkant van de stadsmuur. Wat doet dan die stadspoort honderd meter aan de voorkant van de Pater Vinktoren?' 'De ruimte hier tussen de Pater Vinktoren en die stadspoort die je ziet, Poort Waarachtig, noemen ze Nieuwstad. Dat is een kleine uitbreiding geweest begin 1600. Dit was toen het grondgebied van Sint Pieter, maar voor de verdediging was het beter om hier gewoon Maastricht van te maken.'

'Kom,' zei Opa, 'dan fietsen we een stukje terug.' Ze fietste langs de Helpoort, het park in waar ze weer liepen totdat ze bij een houten brug kwamen. Deze gingen ze over en stopten. 'Kijk, die stadsmuur die je daar achter je ziet liep door tot aan de toren op de hoek bij de Helpoort.' 'Ik kan niet achter mij kijken' zei Louis. 'Nee' zei Opa, 'maar dan draai je je tenminste wel om' en ging verder met zijn verhaal.  'Daarachter is dus Nieuwstad.' Om de eendenvijver liepen ze verder en zo kwamen ze vanzelf uit bij een stadspoort uit. Poort Waarachtig genaamd.

'Die doorgang die je hier ziet is niet een echte stadspoort. Toen de stad als vesting eind 18de eeuw werd opgeheven, kon er ook weer makkelijk buiten de stad gebouwd worden. Zo verscheen er in Sint Pieter een nieuwe woonwijk. Dit stuk stadsmuur dat je hier ziet staan hebben ze laten staan. Nu was het erg lastig om iedere keer helemaal om te rijden om naar de stad te gaan. Vele stemmen zeiden dan ook dat deze muur afgebroken moest worden. Andere stemmen zeiden weer van niet. Het compromis werd dat hier de muur werd doorgebroken en een doorgang gemaakt. Je ziet ook dat deze minder stevig is dan een echte stadspoort. Deze werd toch niet als verdedigingswerk gebruikt. Het was zelf zo erg dat in het begin van de vorige eeuw een deel van de poort vanzelf is ingestort.'

'Aan beide zijden van de poort zie je twee rondelen. Het rechtse had vroeger de naam ´De Drie duiven´. Op dat plateau aan de muur bovenaan, zaten toen drie tortelduiven. Die duiven zongen de hele dag: “chalalali, chalalala.” Alle drie de duivenhoofdjes bewogen bij chalalali naar links en bij chalalala naar rechts. Nu had je vroeger van die wachters over de muur lopen en die werden hier helemaal dol van. Het valt natuurlijk ook niet mee als je de hele dag moet luisteren naar: chalalali, chalalala, chalalali, chalalala chalalali, chalalala chalalali, chalalala. Vijf van die wachters besloten dan ook om op een vroege zondagochtend deze duiven van kant te maken. Toen ontdekt werd dat de duiven niet meer op hun vaste stek zaten, sprak de hele stad erover. Toen ontdekt was dat dit het werk was geweest van de wachters sprak de hele stad van een grote schande. De vijf wachters werden veroordeeld tot de dood en hun hoofden werden op stokken tentoongesteld voor het stadsvolk. Vanaf dat moment heette dit rondeel dan ook De Vijf  Koppen. '

'Het linker rondeel heeft de naam 'Haet en Nyt" gekregen. Binnen in de rondelen waren opslagplaatsen voor militair materiaal. Tegenwoordig liggen er spullen opgeslagen van de gemeente. Je kunt dus wel stellen dat er nu een serene rust heerst. Je ziet daar ook mensen op wandelen. Als je nog eens zonder fiets hier bent, kun je ook bovenop wandelen.'

Ze liepen verder door het park langs de stadsmuur met een vijver ervoor. 'Kijk' zei Opa, 'vanaf hier ging de muur verder tot daar en wees daarbij naar struiken een stuk verder op.' Samen liepen ze door tot een weg waar ze wel mochten fietsen. Hier rechts, over een grote bijna onopvallende brug en stopte bij het grasveld aan de rechterkant. 'Op deze plek,' begon Opa weer, en wees midden op de weg, 'heeft vroeger de Sint Pieterspoort gestaan. Hier achter stroomt de Jeker onder een muur door. Dit bouwwerk maakte deel uit van de omwalling. Op dit stuk kwam de Tweede omwalling en de muur van Nieuwstad weer gebroederlijk bij elkaar. Aan de overkant zie je weer een stuk stadsmuur staan. Je snapt dat daar de oorsponkelijke omwalling verder ging.'

'Kom maar een stukje terug over de brug' en liepen met de Jeker tussen zichzelf en de stadsmuur in. 'Ook over deze muur kun je lopen.' Deze wandelweg bleven ze enkele honderden meters volgen. Ondertussen ging de Jeker onder de weg door, maar ze bleven het pad volgen. Op het punt waar de muur naar rechts draaide, liepen  ze even verder en kwamen weer op een fietsbare weg uit, daar rechts over de weg. 'Achter deze muur is een kruithuis geweest sprak' Opa. 'De munitievoorraad lag hier veilig opgeborgen. Waarschijnlijk is die ruimte ook nog gebruikt als ijskelder. Toen hadden ze nog geen koelkasten en deden daarom in de winter grote blokken ijs in de ruimte en dat bleef dan tot in de zomer goed koel.'

'Wat een mooi beeld staat daar' zei Louis. 'Dat is d'Artagnan, de vierde van de drie musketiers. Bij het beleg waar hij hier in Maastricht is omgekomen, hebben ze op deze plek een groot gat in de muur geschoten. Ze keken even en gingen verder.'

Bij de Tongersestraat aangekomen stopte Opa en dus ook Louis even. 'Op deze plek heeft de Tongersepoort gestaan' begon Opa met een braaf knikkende Louis naast hem.  'Dat huisje aan de overkant is een wachtershuisje geweest. Ook zie je hier dat de huizen achter de voormalige stadspoort korter op elkaar staan dan ervoor.'

'Kom maar verder. Dit stuk hebben ze afgebroken. We rijden er ongeveer langs.' Ze staken de weg over en reden de Polvertorenstraat in. Die draaide naar links en even later gingen ze rechts de straat Servaasbolwerk in. Deze straat reden ze uit en kwamen bij de Kalvariestraat uit. Opa stak zonder echt uit te kijken de straat over om de Nicolaasstraat in te rijden terwijl een auto moest uitwijken. 'Opa,' schreeuwde Louis, 'moet je niet uitkijken,' met een lichte paniek in zijn stem. 'Och,' sprak Opa rustig, 'die gaan voor mij wel opzij.' Over Opa zijn stuurkunsten besloot Louis maar niets meer te zeggen.

Aan het einde van de straat kwamen ze weer bij een drukke straat uit, de Brusselsestraat. Opa stopte en begon weer te spreken. 'Hier is ook een poort geweest en wel de Brusselsepoort. Ook hier zie je weer dat de straat breder wordt buiten de poort. Dit stuk weg is de oorspronkelijke weg die naar de Maasovergang liep.'  'Ik snap het' zei Louis en samen fietsten ze de Herbenusstraat in. Langs deze straat heeft de tweede stadsomwalling gestaan. Ze kwamen bij de Capucijnenstraat uit, gingen hier links tot de Statensingel. Hier was het een drukte van voorbijrazende auto´s. 'Dat zal tweeduizend jaar geleden wel anders geweest zijn. Stel je eens voor dat dit allemaal paarden geweest zouden zijn, dan zouden er hele bergen paardenvijgen op de weg hebben gelegen' peinsde Opa.

Langs de huizen aan de rechterkant was een fietspad waar ze over reden. Waar rechts geen huizen meer stonden, stopten ze weer even. 'Kijk Opa wat een mooi schilderij op dat huis' klonk een enthousiaste Louis, en wees daarbij op de zijgevel van een huis aan het Lindenkruis. 'Moet je s´nachts eens bekijken,' zei Opa, dan 'staan er lampen op gericht' Dit maakt tenminste toch weer iets moois aan deze plek.'

'Vroeger heeft hier de Lindenkruispoort gestaan. Als ze die hadden laten staan was er iets moois overgebleven. Maarja, ging Opa verder, ze konden die poort en de stadsmuren niet op deze plek gebruiken. Rechts is van de gemeentewerken geweest. Daar hebben grote tanks gestaan die voor het gas in de huishoudens zorgde. Vroeger verzorgde elke gemeente voor zijn eigen gasvoorraad. En links zijn de fabrieksterreinen van Petrus Regout, je weet wel, die industrieel die veel werk heeft bezorgd in de stad. En zijn zonen die de werknemers uitbuitte. Op deze plek waar we hier staan is ooit iemand doodgeschoten tijdens een grote staking. Dat was heet nieuws in Nederland.'

'Kom maar verder' sprak Opa, 'rechtdoor langs deze fabrieksmuur is een fietspad. De stadsmuur heeft iets meer naar binnen gestaan. Toch jammer dat ze die hebben afgebroken. Zou toch mooi zijn geweest als dit hele stuk muur was blijven staan.' Ze reden langs de muur, langs de voorbijrazende auto´s en vrachtwagens. Er zijn wel mooiere plekjes in Maastricht dan deze dacht Louis.

Ze kwamen bij de Boschstraat uit. Het werd er allemaal niet mooier op. Toch stopte ze even. Opa verteld weer. Hier is ook een stadspoort is geweest, de Boschpoort waar een woonwijk naar genoemd is begin vorige eeuw.' Deze wijk ligt enkele honderden meters verder. Het verbaasde Louis niets dat Opa niet op het terras bij Hotel de Ossenkop wilde gaan zitten met al die herrie van auto´s en stank.

Boven de herrie uit zei Opa  'kom verder.' Ze reden over het fietspad de Boschstraat in en staken even later over om de brug over het Bassin te nemen. Onderwijl ze fietsten sprak Opa 'de stadsmuur aan de andere kant van de Boschpoort in het verlengde  ging verder tot aan de Maas. Daar op de hoek had je vroeger het Schonenvaardersbolwerk en de Mariatoren op de hoek van de stadsmuur. Van daaruit ging de stadsmuur evenwijdig aan de Maas.' Ze volgde het fietspad, bergje op bij het Stadskantoor en verder over de Maasboulevard, langs de Servaasbrug. Louis: 'en hiernaast heeft de stadsmuur gestaan tussen stad en Maas, klopt toch Opa hè?' Opa zei op voldane toon 'daar heb je gelijk in.'

'Zal ik je hier trakteren' vroeg Opa. En daar had Louis nu wel zin in. Zo´n tochtje op een nieuwe fiets maakt dorstig en gingen op het terras zitten naast de plek waar vroeger de Onze Lieve Vrouwenpoort is geweest, op het plekje waar de tocht echt begonnen was. Zowel Opa als Louis kregen beiden hun zin.

Rebo©2004

 



Klik hier voor volgend verhaal en hier om terug te keren naar 'Opa vertelt over de vestingwerken van Maastricht'