|
Louis vond het heerlijk om bij Opa te zijn. Was het niet
om samen iets leuks te ondernemen, was het wel om gewoon bij elkaar te zijn.
Zo ook vandaag. Louis zat thuis in Opa zijn oude rokersstoel een saai boekje te
lezen over ‘de mystiek van de dauwdruppel’. De ogen dwaalde af naar een
ijzeren sigarenkistje van het merk Willem II. 'Opa', riep Louis ineens
enthousiast. Opa was in de keuken aan het afwassen en kon wel enige afleiding
gebruiken. 'Ja', zei Opa met een groot vraagteken in zijn stem. Louis weer:
'kunnen we niet naar Fort Willem gaan?' 'Voel jij je daar niet een beetje te
groot voor mijn jongen' vroeg Opa met een glimlach op zijn gezicht. 'Nee, niet
de speeltuin' zei Louis, stond op en liep naar de keuken. 'Naar Fórt Willem' en pakte
helemaal spontaan de vaatdoek om Opa mee te helpen. Opa zei niets en behield
zijn glimlach op zijn gezicht.
Samen waren ze snel klaar en Opa stemde in. En zo gingen ze met de auto naar
Fort Willem. Op de Cabergergweg stond een groot bord met ‘Speeltuin Fort
Willem’. 'Opa'. begon Louis met vragen, 'die speeltuin zal er toch niet zijn
geweest tot vermaak van de soldaten van het fort'. 'Néé', zei Opa toen. 'Die
soldaten waren al een tijd vertrokken. De speeltuin is er sinds 1947. Toen was
het een kapelaan Funcken van de Lambertusparochie die ervoor gezorgd heeft dat
hier een speeltuin werd aangelegd. Eén van de doelen was dat het
goedkoop moest zijn zodat de prijs in ieder geval geen belemmering kon zijn om
veilig te spelen. En dat is anno nu nog steeds het geval.'
De auto werd geparkeerd op een parkeerplaats naast een loods aan de kruising Fort Willemweg
- Cabergerweg. 'Kijk', zei Opa, 'dit fietspad heet de Kastanjelaan en was vroeger een
bedekte weg van de Linie van Dumoulin tot het fort dat hier tussen de bomen
ligt. Het fort kan dan wel een tijdje zelfstandig opereren, maar het was toch
ook wel handig als men een beetje veilig van de stad naar het fort kon komen.
Stel voor dat een soldaat zijn boterhammetjes was vergeten. Moest zijn
moeder hem die toch veilig kunnen brengen.' Louis keek met zijn ogen naar boven
en zweeg verder.
Ze staken de weg over en liepen een heuveltje op dat leidde tot het
fort en de speeltuin. 'Dat heuveltje dat we nu oplopen is het begin van
de zogenaamde Caberg, en juist dat hoger gelegen gedeelte was weer een
zwak punt om Maastricht te verdedigen' begon Opa zijn verhaal. 'Vaubon,
die in 1673 vanaf de plek waar nu Fort Sint Pieter staat, via twee
kanonbatterijen een gat in de Maastrichtse stadsmuur had weten te
krijgen, had toen ook al zijn oog op deze plek laten vallen. Toen
Vaubon en zijn mannen Maastricht hadden ingenomen was het plan van
Vaubon dan ook om ook op deze plek een fort te bouwen. Echter door het
verdrag van Nijmegen moest hij Maastricht weer verlaten en konden zijn
plannen de koelkelder in. Door het smelten van de ijsblokjes verdwenen
ook die plannen. De militair ingenieur Johan Frederik Schouster
benadrukte in 1772 wederom iets te doen te verdediging van deze zwakke
plek. Onze vriend Du Moulin maakte er veel werk van en bedacht zich een
groot plan dat uit vier projecten bestond. Het fort was er één van.
Alleen de linie die naar hem genoemd is werd gebouw. In 1782 werd er
weer aandacht voor gevraagd evenals in 1790. In 1794 werden de Fransen
de bewoners van de stad. En hoe origineel het dan ook mag klinken, ook
zij vonden het belangrijk om de Caberg beter te beschermen. Bij hun
vertrek in 1814 lieten ze mooie tekeningen achter. Toen Napoleon in
1815 ontsnapte van Elba was het in heel Europa onrustig. Belangrijke
vestingsteden werden in paraatheid gebracht. Ook in Maastricht werden
vele onderhoudsherstelwerkzaamheden verricht en, de aanhouder zou
winnen, ook aan Fort Willem werd begonnen.' 'Opa,' onderbrak Louis,'
het is toch bekend dat hier geen terrasje in de buurt is?' 'Jaja,' zei
Opa weer, 'ik zal mijn mond houden anders wordt mijn keel te droog.'
Inmiddels stonden ze voor het hek van de speeltuin en keken links een
binnenplaats op met gouden letters 'Tragos' tegen de muur. 'Kijk' zei Opa.'Naar die
tonnen met bier,' vroeg Louis weer. 'Nee' en een droog kuchje van Opa volgde,
'dit
is een deel van het fort en daar zit een studentenvereniging in. En uit die
deur komen we zo meteen weer naar buiten. Maar we gaan eerst de speeltuin in.'
Samen liepen ze langs de kassa. Opa zei tegen de aardige man achter het
loketje dat hij voor het fort kwam. 'Dag jóng hoe is met je,' klonk uit het
loket in zo’n plat Maastrichts dat als Maastrichtse werkelijk zo plat zou zijn
geweest er hele andere vestingwerken zouden zijn gebouwd. Het was duidelijk
dat ze elkaar kenden. Er werd even bijgepraat waarna ze rustig verder konden
lopen door de speeltuin. 'Kijk' zei Opa, 'vroeger gingen alle schoolreisjes in de
buurt hier naar toe.' 'Dan zal hier het nodige platgedrukte kleffe brood zijn
gegeten' antwoordde Louis. Opa’s mondhoek trokken naar boven.
Aan het einde van het betegelde pad stopte Opa. 'Eigenlijk staan we nu in
midden van het oude fort, het terreplein. Het centrale plein midden van
het fort. Nadat het fort niet meer als zodanig nodig was, hebben ze eind 18de
eeuw de helft van het fort afgebroken. Als je goed kijkt naar de rand van de
speeltuin zie je dat de muren die je links bij het bestaande deel van het fort
ziet, min of meer doorlopen langs de rand van de speeltuin.' 'Tja, inderdaad ja.
Nu ik het eens goed bekijk ja..... Heel duidelijk te zien' merkte Louis als een
wijze heer op.
'Opa, wie bouwden nu zo’n fort.' 'De soldaten zijn begonnen met de bouw maar na
enkele dagen moesten zij weg naar het front. Er heerste immers onrust. Toen is
er een oproep geweest aan de burgers van Maastricht. Het fort kwam er ook ter
bescherming van hun stad en dus haar burgers. Later werden ook betaalde
vakmensen ingezet.' 'Hoeveel mensen werkten aan zo’n fort' vroeg Louis. 'Dat is
vrij nauwkeurig bij gehouden. Men heeft er in ieder geval vaart in gezet
wegens de dreiging. Er waren geen machines dus het grondwerk is allemaal met
spierkracht volbracht. Vaak dat hier 300 mensen bezig waren, maar er zijn ook
weken geweest dat hier 700 tot 800 mensen actief waren.' 'Een hele organisatie'
reageerde Louis.
Ze liepen verder iets links naar beneden over het gras, tussen enkele
speeltoestellen door zodat ze bij een hekwerkje uitkwamen. Opa rammelde even
met zijn mouw en daar kwam de sleutel van het hek uit en kwam op de grond
terecht. Louis bukte braaf en
gaf de sleutel aan Opa. Die deed het hek open en samen liepen ze in de
droge gracht van het fort in. Aan beiden zijden de hoge muren van het fort. En
de maakte wel indruk op Louis, Louis keek meer naar boven dan naar de weg. De
gracht stond vol met woeste struiken een smal kronkelpad tussendoor. Soms keek
hij even naar de weg en dan weer omhoog. 'Opa,' wilde Louis weten, 'die
schietgaten in de muur waren voor de mensen die in de gracht terecht kwamen, maar
stonden bovenop ook kanonnen?' 'Ten tijden van de oorlog konden ze daar
inderdaad kanonnen naar toe rollen' zei Opa, ' maar er is sinds die tijd dat
Maastricht vestingstad was, geen oorlog meer geweest.'
Opa liep voorop en Louis volgde volgzaam. Het was toch wel een stukje lopen,
ondanks dat het vroeger een stuk groter was. Ze kwamen aan bij een plek
waar een eenvoudige ijzeren deur in de muur was geplaatst. 'Heeft die deur hier
altijd gezeten Opa?' 'Nee hoor, die hebben ze later gemaakt. Makkelijker voor de
mensen die tegenwoordig het fort komen bekijken.'
Opa rammelde weer met zijn mouw, en weer kwam er een sleutel uit. Nu ving Opa
hem op en deed de deur open. Nu was Louis benieuwd of hij ook een grote
benzinelamp uit zijn
mouw kon laten komen. Opa greep in zijn zak en daar haalde hij een zaklamp
uit die hij aandeed. Het gaf dan wel niet het licht van een grote lamp. Je kon
het fort ermee van binnen bekijken en zo’n lampjes maakte het dan ook weer
spannend.
Binnen zag het uit alsof je in een gang kwam. Eigenlijk meer kamertjes die
elkaar opvolgden met een open verbinding ertussen. De deur ging dicht en het werd toch
wel een stuk donkerder met alleen een zaklamp. 'Opa, zal ik de zaklamp vasthouden?' Vroeg Louis.
'Alsjeblieft Louis, hier heb je de zaklamp.' Hij is
toch wel een beetje bang dacht Opa.
Ze liepen rechts op. In elk kamertje, ongeveer van 3 bij 5 meter, waren enkele schietgaten richting droge
gracht. Veel meer was er niet te zien. Het was dan wel mooi gemetseld, maar
ieder kamertje zag er hetzelfde uit. Door de schietgaten viel langs het
onkruid licht naar binnen. 'Een trap,' zei Louis ineens, die verbaasd zag dat er
ook iets anders was te zien. 'We kunnen helemaal doorlopen,' zei Opa,' maar veel
meer als een rij kamertjes is er toch niet te zien, en die heb je nu toch al
genoeg gezien.' Dan maar de trap, die was immers ook wel spannend. Het
metselwerk was niet horizontaal maar liep even schuin als de trap zelf stijl
was.
Onder aangekomen liepen ze door de gang waar een beetje puin lag onder een
gat. 'Kijk Louis,' zei Opa weer, 'hierboven heb je de gracht, de hoek in de
gracht waar we net
gelopen hebben.' Louis keek liever waar hij nu liep, al had hij een zaklamp die
Opa niet meer had. Ze kwamen weer bij een trap en er zat niet veel anders op
als de trap weer te beklimmen. Daar gingen ze rechts op en liepen weer van
kamertje naar kamertje.
Het begon bijna saai te worden totdat het metselwerk overging in beton met in
het midden een
ijzeren deur. Achter de ijzeren deur stond rechts een grote dieselmotor en
links een electriciteitskast. Verder stonden in de gang allerlei electrische
apparaten en zelfs enkele fietsen op een rij zonder wielen. 'Waarom hebben ze het fort hier verbouwd' vroeg Louis met een
verontwaardigde stem. 'Kijk,' zei Opa, 'deze ringgalerij
was het fort vanwaar geschoten kon worden. Een kenmerk van een fort is dat
het alleen ligt en dat er enige tijd mensen moeten kunnen verblijven zonder
naar buiten te gaan. Hier komen we in het kazematten gedeelte, in dit geval de
ruimte waar de mensen konden verblijven en de voorraden lagen opgeslagen.'
'Maar,' vroeg Louis, 'kazematten zijn toch ondergrondse
gangen. We komen net uit zo'n lange gang met kamertjes en... en....' 'Nee, nee'
onderbrak Opa. 'Kazematten zijn bomvrije ruimte's. De kazemattengangen waren
inderdaad bomvrij. Maar de ruimte's waar de manschappen eten en sliepen moesten ook
bomvrij zijn. Die noemen ze ook kazematten. In het dagelijks woordgebruik
bedoelen ze met kazematten grotere ruimten. Dus niet de gangen.'
'Maar waarom dan van beton en waarom staan hier die
apparaten. Beton en die apparaten zijn toch van
latere datum' vroeg Louis.' Opa ging verder. 'Nadat Maastricht in 1867
geen vestingstad meer was, hadden ze hier wel een fort liggen dat relatief
nieuw was. Vandaar hier in 1956 op deze plek de provinciale commandopost kwam
van de BB, de Bescherming Bevolking. Een dienst van de overheid die er was om de
directe bevolking te beschermen tegen onheil als rampen en oorlogen. '
Ze
liepen ondertussen een trap op en kwamen bovenaan weer in de 'bewoonde
wereld' waar allerlei spullen lagen die dagelijks gebruikt worden. 'Na
een verbouwing van twee jaar opende op 23 juni 1966 de toenmalige
Minister-President Cals hier het Provinciaal Centrum voor Civiele
Verdediging. Ook de hoofdbestuurszetel van de provincie kon in geval
van nood nu hier ondergebracht worden. De Gouverneur, deskundigen en
eigenlijke alle mensen die ook maar iets te zeggen hadden kwamen hier
bijeen om alle rampdiensten in de provincie aan te sturen. Dat deed een
ploeg van 60 tot 140 personen. Ze stonden in verbinding met de andere
commandocentra. Er was bijvoorbeeld een rechtstreekse verbinding met de
landelijke commandopost. Maar ook met de plaatselijke posten als die
van de gemeente Maastricht, hier vlakbij in Bastion A, naast de ingang
van de Linie van Dumoulin of met het commandocentrum van de NATO in de
Cannerberg.'
'Met de verbouwing van twee jaar hebben ze flink kunnen uitbreiden. Er kwam een
betonnen ruimte bij en een kelder als machinekamer. En die machinekamer zorgde
voor de elektriciteit. Er was een voorraad van 8000 diesel dus dat kon wel
lekker pruttelen. Nouja pruttelen,' ging Opa verder, 'pruttelen doet de soep van
oma maar als hier die motors klonken had je toch wel iets van ehhh mannenwerk.
Stevig mannenwerk. Echt zo’n zwaar ronkend geluid dat je zwaarder gaat praten,
en je je cool gaat gedragen van "dat knappen wij wel even op"’. 'Opa, opa'
onderbrak Louis. 'Het is wel duidelijk. Maar hoe moet ik mij dat voorstellen'
wilde Louis weten.
Opa ging verder. 'Het was, zeg maar, een kantoor dat ook
verder moest gaan zonder de buitenwereld. Ik noemde de machinekamer die voor
de electriciteit zorgde.' 'Jaja, dat weet ik' onderbrak Louis even waarna Opa de
draad weer oppakte. 'Maar ook een luchtverversingssysteem, een eigen watervoorziening
van 5000 liter watervoorraad plus een eigen pomp, wc's, douches, slaapplaatsen,
vergaderruimten, een koffiejuffrouw, noem maar op, het was er. Natuurlijk
waren er ook de middelen om overzicht te houden op de buitenwereld. Dan moet je denken aan verlichtte landkaarten en
communicatieapparatuur als telefoons, radiozenders,
telex, nog een telex.' 'Wat is een telex' wilde Louis weten.
'Internet en gsm bestonden toen nog niet. Zelfs de fax kon men niet. Het was
een apparaat waarmee je via een telefoonlijn toch brieven kon versturen. Echt
hyper modern voor die tijd. Er waren maar weinig bedrijven die zo’n apparaat
zich konden veroorloven. Nou, en die bunker,' probeerde Opa zijn verhaal af te
maken,' was een van de veiligste en modernste van die tijd. Tot eind jaren
tachtig toen de politieke druk in de wereld minder werd. Het gevaar was
geweken en de
bunker kon ontmanteld worden.' Ze liepen verder en gingen door een deur de
volgende ruimte in. En nu zit er een studentenclub: Tragos,' besloot Opa zijn
verhaal die in de linkerooghoek een bar zag.
'Die is dicht' riep Louis met enig sarcasme in zijn stem. Hij kende Opa
inmiddels al aardig goed en begreep wat hij wilde. Iets treurigs was in Opa
zijn gezicht wel te herkennen. Ze keken even rond in de ruimte van de
studentenclub.

'Wat heeft zich hier nog meer afgespeeld' vroeg Louis aan Opa om de stilte te
doorbreken. 'Buiten zijn in ieder geval schietbanen geweest en later een
boomkwekerij. Tussen de twee wereldoorlogen is hier een oefengaskamer geweest
en tijdens de tweede oorlog heeft het als schuilgelegenheid gediend voor de
bevolking. Na de oorlog is hier een herberg geweest van de katholieken waar de
jeugd zich kon vormen en ontspannen.' Wat Opa bedoelde met vormen begreep Louis
niet maar had er ook geen zin in om het te vragen.
'Maar wat was hier toen Maastricht een vestingstad was' wilde Louis wel weer
graag weten. 'Verbleven de manschappen hier om de eten en slapen' vroeg Louis.
'Helemaal juist' zei Opa voldaan. 'Dan kunnen we nu naar buiten' merkte Louis op.
Opa keek vanuit zijn ooghoek naar de gesloten bar. 'Dat lijkt me maar het beste'
zei Opa en liepen samen door de deur naar buiten om op de binnenplaats van de
studentenvereniging uit te komen. De plek waar ze eerder de speeltuin inliepen.
Samen liepen ze het bergje af. Ze keken goed om zich heen om een voorstelling
te krijgen hoe het 150 jaar geleden uit heeft gezien. 'Dit is de achterkant hè
Opa.' 'Ja,' zei Opa kort. En tussen de buitenwanden had je hier een eenvoudige
muur staan met een mooie poort in het midden. Maar ook die hebben ze
afgebroken.
Ze kwamen aan de drukke Fort Willemweg. Louis keek meer naar de woonbuurt
Ravelein rechts voor zich, dan op de weg, Dat ze daar een woonwijk hebben
gebouwd vroeg Louis zich af, midden in de vestingwerken. Louis zei maar niets.
Dadelijk begint Opa weer een heel verhaal te vertellen. Het was mooi geweest
voor vandaag.
Opa’s keel zal nu toch echtte droog zijn, en die van Louis ook.
Rebo©2004
|
|