Stam Urtyp in het jaar 2018


Rijaloet toet toet V

Een ontspannen Vastelaovend 2018 begon al in de voorbereiding. Twee weken voor de Carnaval spraken enkele stamleden af om Keerlke en het poortje van de zolder te halen en ontdoen van stof en confettiresten van vorig jaar. Beneden werd alles weer geïnstalleerd, vastgeschroefd, vastgeniet en plannen gemaakt wat dit jaar nieuw zou zijn.  Omdat er voorgaande jaren toch nog wel eens gevraagd werd wat ‘rijaloet’ betekend, ontstond het idee om boven op het poortje een rijaloet uit te beelden. De Cirremoniemeister nam de uitdaging aan en maakte een rij in een rijaloet lopende dieren en mensen.

De zaterdag voor carnaval werd wederom afgesproken. Gelijk met de start van het Zoepkoelgebeuren. De eerste werkzaamheden waren het nuttigen van koffie. Maar niet alleen koffie, de Cirremoniemeister had een noviteit bij zich, frikandellenvlaai. Om het enigszins dragelijk te maken werd de vlaai gesneden en per stuk in de magnetron gezet. Dat was al een verbetering. Als gemanierde personen werd elk uitgereikt stuk gegeten.  Een tweede stuk werd even gemanierd afgewezen. Met de meegebrachte spullen werden Keerlke en poortje helemaal afgemaakt. De rijaloet-bovenop zag grappig uit, het nieuwe groene tapijtje zag  er fris uit en nieuwe lampjes. Alles werd naar voren gereden. Gelijktijdig met het einde van het Zoepkoelgebeuren werd ook de tweede voorbereidingsdag afgesloten. Frikandellenvlaai was nog over.

Aardig op tijd verzamelde de Stam zich op zondag. De Beergouverneur kon er de eerste dag niet bij zijn maar werd zo af en toe wel op de hoogte gehouden over de ontwikkelingen in Maastricht. De Ritseleer vertegenwoordigde de Stam in Malta. Je moet er wat voor over hebben om bij de Stam te mogen horen.  Hij liet rijkelijk het geheugen van de telefoon vollopen met foto’s  van het Carnaval aldaar.

Zoals gezegd: het ging er ontspannen aan toe. Verzameltijd zondag was half één, vertrektijd ongeveer half drie. Er waren nog steeds geen liefhebbers voor de frikandellenvlaai. Wel werd er naar een nieuw plekje gekeken voor de traditionele groepsfoto bij de start. In een redelijke pas naar de start van de optocht in de Hoogbrugstraat. Door de ‘maffia’ voor te kruipen stonden we al snel in de route. Een plekje achter een oude stadsbus van vijftig jaar, uit de tijd dat uitlaatreductie nog niet ontwikkelt was. Het duurde een uur om naar de andere kant van de Lage Barakken te komen. Toen stond de Stam dan echt in de optocht. Aan de kant stonden hongerige mensen. Die wezen de aangeboden frikandellenvlaai niet af en namen een stuk. De optocht ging niet sneller als in de Lage Barakken. Twee uur verder stond de Stam in de Helmstraat. Het werkwoord staan was meer van toepassing als lopen. Toch waren er nog steeds mensen die het volhielden langs de kant te staan. Het werd donkerder. Om zes uur werd de TV uitzending van TV Maastricht die onze Beergouverneur aan het volgen was afgebroken. Niet veel later trok de Stam langs Prins Rolam. Die stond er net als de optocht nogal bewegingsloos bij. Ondertussen lagen de kleine dames die met de Stam mee waren gegaan te slapen op Keerlke. Net geen record, net voor half zeven werd het Vrijthof bereikt voor een lange pauze. Een pauze met niet alleen een vloeibare versnapering maar ook worst,  kaas en gehakteballetjes. In de overgebleven frikandellenvlaai had niemand interesse.


Het zal rond acht uur zijn geweest dat de Stam zich verplaatste van het Vrijthof naar de Grote Staat. Daar werden pas voor het eerst de planken gelegd voor het poortje. De mensen stonden al te wachten om  door het rijaloetpoortje te mogen lopen. Toen de planken er lagen ging de stroom rijaloetende mensen vrijwel aan een stuk door. Soms in één richting, soms in beide richtingen. En in allerlei variateit: kinderen, jeugdigen, jong volwassen en senior volwassen; Mestreechs, Limburgs, Nederlands of buitenlands; te voet, kinderwagen, karretjes, fiets, scooter; onverkleed, lichtelijk verkleed tot zwaar verkleed en in officieel politie uniform en Tempeleerskledij;  met en zonder smartphone in de hand; rechtop, bukkend, konkelebollend, liggend, zittend en veel dansend met de handen in de lucht, in ‘ne rijaloet, zwaaiend, soms met trompet of trommel; carnaval vierenden en toevallige passanten. Overeenkomst met alle deelnemers waren de plezier uitstralende gezichten.  Het Rode Kruis had gewaarschuwd om in vele lagen gekleed te gaan. Nou, die kou viel echt wel mee. Twee buitjes. Die buien maakte wel dat de loopplanken glad werden. Zo gleed één op duizend bezoekers uit. Een kar donderde van de poortjeskar af maar dat had meer met dessturing te maken. De sfeer was gemoedelijk, ontspannen. Geen enkele keer gezien dat de politie in actie moest komen, behalve dan die ene keer. Nadat 4444 personen de poort hadden gepasseerd werd de Servaasbrug weer opgezocht om de avond af te sluiten. De laatste restjes frikandellenvlaai bleef in de Grote Staat achter. Ook op de Servaasbrug gingen genoeg mensen door de poort.  Na een tijdje ging de rit verder naar Scharn. Het werd steeds stiller. Zo rond half vier was het muisstil. De eerste dag was voorbij.

Dinsdag werd om half zeven verzameld. Na een half uur vertrok de Stam al naar de stad. Wederom een uitgebreide halteplaats op de Servaasbrug. Na een klein uurtje door naar de Grote Staat waar de Stam een stukje verder ging staan om Segura meer ruimte te geven die aan het uiteinde van de Spilstraat stonden. Voordeel als je elk jaar hetzelfde doet de mensen al direct begrijpen wat de bedoeling is. Er werd dan vanaf het begin ook massaal onder de poort doorgelopen. Prins Rolam met zijn gevolg was een uitzondering. Was het zondag van ‘ja, we mogen weer’, de laatste dag van ‘we hebben nog even’.  Het ging er iets rauwer aan toe, maar nog altijd alleraardigst onder elkaar. Wat citaten: Mogen we op de kar, onder het poortje; jullie hebben zo’n leuke muziek; dit vind ik de leukste kar van heel Maastricht, wanneer staan jullie er weer?;  ik voel me bovenop de kar net een prinses; waar is mijn groepje gebleven? Tegen twaalf uur begonnen grote groepen door de Grote Staat naar het Vrijthof te trekken, soms met grote rokende fakkels, Keerlke verbleekte in de menigte. Ook de Stam trok naar het Vrijthof. De karren werden aan de kant gezet. De Stadsprins kwam vlak naast de Stam het Vrijthof op.  Ziesjoem stond nog op het podium, Frans Theunisz bracht nog enig geluid uit en Beppie zong het laatste liedje. De prins deed nog een afscheidswoordje en zijn waardigheden werden hem afgenomen. Het moment was aangebroken dat het Mooswief naar beneden kwam en op de wagen werd geladen. Langzaam aan werd het podium en Vrijthof leger. De Stam bleef nog even staan maar trok uiteindelijk toch weer voor de afsluiting naar het beweegbare deel van de Servaasbrug waar ze rond één uur aankwamen.

De stad trok leeg. Sommigen waren mentaal op, anderen liepen energierijk het poortje onderdoor en sommige lieten het ook niet bij één keer onder het poortje te lopen.  Vergeten werd er ook. Iemand die nog bij de Stam was blijven staan vergat zijn fiets. Van een koppel met een kind die een lange grote slinger bij zich hadden, daarvan trok de vrouw aan de slinger van de linkerkant van de straat naar de rechterkant van de straat, onder het poortje door, slinger gebruikend als springslinger liep het koppel langzaam verder. De buggy werd vergeten, zelfs nadat onze Duitedeef hen nog nagekomen was met de buggy. Toch maar eens gekeken of er nog een kind in de buggy zat, dat viel mee. Het waren lege flessen sterke drank die achter bleven. De Maas stroomde in de tussentijd rustig verder, zonder iets van scheepvaart te ontdekken. Het zag er naar uit dat Rijkswaterstaat zich aan het vervelen was, de slagbomen  gingen dicht. Eerst de ene, later de andere slagboom, dan weer open. Met de duimen omhoog wijzend naar de camera’s werd de actie van de slagbomen met gezellige carnavalsrode lampen gewaardeerd. Het zal zo rond half twee zijn geweest dat de slagbomen dicht bleven. Na een half uur kwam er een politiebusje aan. Die had pech, kon niet verder want de slagbomen waren dicht. Bij de slagbomen aangekomen stapte er een stuk of vier agenten uit. Een toevallige blik richting Wijck leerde dat ook daar een politiebusje bij de slagboom stond. Toeval of kwamen ze speciaal voor de Stam? Ze liepen rechtstreeks naar de stamleden toe met het dringende verzoek de brug te verlaten, er lag een schip te wachten. We versperde zo de scheepvaart over de Maas. Warempel, in de tussentijd lag er een megaschip zuidwaarts van de brug te wachten. Richting Wijck kwamen we toch echt niet langs de afgesloten slagboom en moesten richting de stadszijde gaan waar met enig getrek en geduw de kar op de stoep werd gehesen om langs de afgesloten slagboom te maneuvreren. De brug kon omhoog, het schip kon door. Hierna liep de stam weer over de brug via Wijck terug naar Scharn.

De Aondagstrekker, Cirremoniemeister en Beergouverneur bleven in de nabijheid van Keerlke en het poortje overnachten. De dag er na werd alles weer opgeruimd afgebroken en opgeborgen. Vastelaovend 2018 was voorbij. Met 6355 getelde poortjespassanten op de teller kon wederom teruggekeken worden op een geslaagde ontspannen versie, waar de wietwolken op sommige locaties doorsnede werden. En één ding zal zeker niet op het fouragelijstje van volgende jaar komen: frikandellenvlaai.


Weekend De la Gileppe 3

In twee rondes in mei was het mogelijk geweest een datum te vinden voor een weekend waar iedereen bij kon zijn.  Het werd het laatste weekend van juni. De week voorafgaand werd een kampeerplek gezocht en werd het programma door de programmacommissie bestaande uit de Cirremoniemeister en Beergouverneur met een aantal opties bedacht. In de week ervoor werd ook, alles via Whatsapp, afgesproken wat we met eten zouden doen. Tijdstip van vertrek werd een etmaal voor vertrek bekend. Ook al vooraf dus.

Voortvarend was al via Whatsapp te lezen dat mensen vertrokken waren op weg naar het weekend, ook de Beergouverneur. Rond het afgesproken tijdstip werd het al drukker bij de Aondagstrekker thuis. De vorderingen van de verbouwing en plannen werden ter plaatste doorgenomen. De Ritseleer was alleen bij het vertrek om uit te zwaaien. Hij moest op het laatste moment toch werken dit weekend en kon niet mee. Het was nog even wachten op de Beergouverneur. Het bleek dat hij al op de weekendplek was, Camping de la Gileppe bij Eupen waar de Stam al twee keer eerder te gast was. De overgebleven vier besloten om met de camperbus te gaan, gezellig samen in één auto. Onderweg was de vreugde van de Belgen al te ontdekken. Het was de tijd van het WK waar Nederland niet bij was. België had met 5-2 gewonnen van Tunesië. Toeterend, versierde auto’s en versierde supporters werden gepasseerd tijdens de heenweg. Bij aankomst op het kampterrein kon onze naar België geïmmigreerde Beergouverneur de Stam in opperbeste stemming ontvangen, met een knapperend vuurtje. Hij had de wedstrijd op een groot scherm in het café van de camping bekeken.

Rondom het vuur werd onder het genot van een Brandje elkaar weer bijgepraat. Hierna volgde het opzetten van de tent. Tijd voor het programma. Van de geboden opties werd gekozen voor het kubbspel. Paaltjes met stokjes omgooien. Laten we zeggen dat er gelijk geëindigd werd.  Het was al ruim na gemiddelde etenstijd dat het restaurant betreden werd, de plaats va het avondeten. In het midden van de ruimte nam de Stam plaats en maakte verschillende keuzes uit het menu. De keuze van drank was minder gevarieerd. Na de eerste bestelronde opgenomen door Eddy, was de bediening door Eddy’s moederlief. Zij maakte ook de groepsfoto. Als laatste gasten van de avond werd het restaurant verlaten. Buiten begon rond een vers rokend vuurtje aangekleed met marshmellows, japanse mix, paprikachips en heel veel gepraat afgewisseld met lachsalvo’s de avond  plus de eerste uren van de nieuwe dag vervolgd . In stilte werd de frisse nacht verder in de tent aanvaard.

Toch redelijk vroeg voor een zondagochtend ontwaakte de Stam uit de slaapzak. Na verloop van tijd stond de brander zijn best te doen water te warmen voor koffie en werd het spek en ei klaar gemaakt voor een rustig en keuvelend ontbijt. Er werden weer enkele voorstellen geopperd door de programmacommissie. Een korte wandeling was net nog iets te inspannend en werd er gekozen voor petanque. De houten staafjes van de dag ervoor waren vervangen door ijzeren kogels en andere spelregels. Maar het bleef een kwestie van het voorwerp-in-de-hand op de juiste plek te werpen en het weggegooide voorwerp elke keer weer op te rapen en terug naar het begin te lopen. Ondertussen was het tijd geworden om de inmiddels gecreëerde seniorbijeenkomst af te sluiten. Dat gebeurde met gepraat en gepraat en werd er tot slot gepoogd achteruit tikkertje te spelen met de auto’s. Uiteindelijk reden de wagens vooruit het kampeerterrein af.  Zonder capsones was het wederom een geslaagd weekend te noemen.


Preuvenemint

Met één voorstel per app, en op wat ongeduld na, was snel afgesproken dat de stam op zaterdagavond naar het Preuvenemint zou gaan. Het was ook duidelijk dat de Cirremoniemeister in Napels was en er niet bij was en de Beergouverneur een bruiloft had waar hij wegens ziekte ook niet naar toe kon. Toch waren de twee fysiek afwezigen via de sociaal media toch een geregeld er bij. Bij de Karkol op het achterterras voegde zich de Duitedeef bij het groepje dat zich bij de Aondagstrekker thuis verzameld had. Het was weer compleet. Bij gebrek aan Imperator werd begonnen werd met een Weizen van Brand en daarna een Upje, het oudste speciaalbier van Nederland. Als je voor de vijfentwintigste keer ergens naar toe gaat zal je een regelmaat herkennen en de afwisseling binnen die regelmaat. De sfeer en vakmanschap van het personeel van de Karkol kende in die periode een top tijd maar het lijkt toch niet gelukt dit te blijven handhaven, de bezieling lijkt verdwenen. te zijn. Bij het Preuvenemint aangekomen rees al snel de vraag of de stamleden nu zo oud waren geworden of de gemiddelde bezoeker zo jong was geworden. Het laatste. Was vorig jaar ook al geconcludeerd, de twintigers en dertigers zijn nu de bezoekers. De oudere generatie die sjiek uit ging leek, op enkele traditiedragers na, verdwenen te zijn. Het gezapige evenement was flitsender geworden met een coverband met negentiger jaren muziek. De speciaal voor Preuvenemint ingerichte stands  maakte langzaam aan plaats voor de f
oodtrucks die de evenementen afrijden. Met flessen wijn rondlopende bezoekers waren ook geen uitzondering. Drank stond ook meer onder de aandacht dan de preuvenehapjes. De aloude Stadssjötterij, grondleggers van het Preuvenemint, leken te zijn verdwenen. De vaste plek voor de Stam voor speciaalbier was er nog wel. Het gezellige onderlinge gepraat eveneens. Ook hier was Imperator niet te krijgen. Net voor Beppie het podium op kwam werd begonnen aan het traditionele rondje en zo stond even later de stam voor Beppie. Ze bracht bekend en nieuw repertoire, maar het blijft toch Beppie. Bij de andere hoek van het Vrijthof als de speciaalbierhoek, ging het over saté. Bij wie van de twee. De chinees van andere jaren was er niet meer dus de keuze was vrij gemakkelijk, op de plek waar al jaren onder de naam Gadjah Mas saté te krijgen was en nu onder de nieuwe naam Bali-Bar. De portie saté ayar was op zich wel goed van smaak, maar de hoeveelheid vlees was goed voor drie stokjes in plaats van de gegeven vier en wat kaal van opmaak. Beetje kroepoek of rijst erbij hadden de drie lappen meer eer aan gedaan. Op het Brandspilsje er bij was niets op aan te merken. De route ging weer terug. Bij een eenvoudige Brandsdrankstand proefde enkele stammers nog een oud-bruin en terug bij de speciaaltent nog een laatste om af te sluiten. De muziek was al uit. Via frituur Lucky Luck kwamen de fietsen in de bewaakte stalling weer in zicht. De elektrische fietsen op een speciaal plaatsje vooraan, de normale in het midden en die met een krat mochten helemaal achteraan, op een speciaal plaatsje. Op de plek waar de eerste stamleden zich die avond verzameld hadden werd afscheid genomen. Echter pas nadat er een terugblik op de avond had plaatsgevonden. Er was nog wel hier en daar aan op te merken, maar toch: het Preuvenemint heeft een speciaal plekje.


Bockpreuve

Zo rond de verjaardag van de Aondagstrekker stuurde hij een datumprikker rond voor Bockpreuve mèt overnachting. Half november was het Bockbier en overnachting er. Toevallig net op de dag dat de Tempeleers jaarvergadering hadden. De Stam was namelijk voorgedragen om Vastelaovendsvierders van het jaar te worden. Enige informatie over de Stam was aan de Tempeleers verstrekt. Over de bekendmaking kon niets medegedeeld worden. Zou de Stam nu naar de jaarvergadering moeten gaan? Er werd besloten niet te gaan, dan zouden ze het wel op slinkse wijze hebben laten weten dat Stam Urtyp verwacht werd om gedecoreerd te worden. In het donker, bij een groots kampvuur waar ooit een keukentafel zal verschijnen druppelde de stamleden binnen om bij het vuur aan te schuiven. Toen de Stam compleet was verscheen de eerste Brandsronde. Het werd een Up. Ondertussen sloeg de kerktorenklok half negen en dat was toch echt wel de tijd om aan het avondmaal te beginnen. Ditmaal pizza’s. Een voor een verlieten ze in warme staat de oven. Ze werden samen met een Blondje, een nieuw soort van Brandbier, gevolgd door een Ipa smakelijk genuttigd. Uiteindelijk kwam het Bockbier aan de beurt dat net zo keuvelend werd gedronken als haar voorgangers, geen specifiek ‘gepreufs’ dus.  Op één pizzastukje na, er was dus genoeg, werd de eettafel verlaten voor bioscoopzetels. Er waren oude dia’s gevonden uit de tijd vóór de Stam toen de leden elkaar ook al kende en van alles met elkaar beleefde. Ook nog een filmpje uit die tijd. Bij een algemeen sfeerlicht, met hapjes, zette de avond zich voort. Sinds jaren werd er ook weer eens gesproken over een nieuwe act. Maar het is niet zo dat er dan ook  daadwerkelijk iets uitgekomen is. De Cirremoniemeister had in drievoud via WhatsApp een tweetal agendapunten ingediend. Het eerste was de interessepeiling om mee te werken aan de film Asnacht en tweede de nieuwe woonplek van de Krètser. Filmambities waren niet te herkennen binnen de Stam en er volgt te zijner tijd een uitnodiging om de nieuwe woonplek van de Krètser te bezoeken. De Ritseleer en Krètser verlieten na middennacht het gezelschap.  Het gezelschap keuvelde slap verder en zocht uiteindelijk een plekje om te overnachten. Na de nacht gevolgd door een voedzaam ontbijt, vertrok het gezelschap naar de Groene Loper. Dit recentelijk aangelegde park waar ooit het verkeer op de A2 voorbij raasde werd bewonderd bekeken. Zo onherkenbaar, zo stil. Er kwam een einde aan deze bewonderde activiteit, zo herkenbaar, zo luidruchtig.


Sylvesterpreuve

De Beergouverneur vierde zijn verjaardag in Luik en de Ritseleer was genodigd voor een etentje ter gelegenheid van zijn 37-jarig huwelijksfeest, met die zelfde vrouw. Andere leden van de Stam vierden het verschijnen van het Sylvester 2018/2019 in de Karkol. Een plek was gevonden achter in het rokersgedeelte dat officieel buiten is. Maar daar was voldoende ruimte om niet steeds aangestoten te worden en was er te verstaan wat onderling gezegd werd. Na een eerste spoelronde met pils was het de beurt aan het Sylvester. Dit jaar vond het Sylvesterpreuve wat vroeger plaats en dat had als grote voordeel dat het er ook  te krijgen was.  Het leek wel of het voorzien was van caramel, het smaakte formidabel.  Na enkele jaren van afwezigheid kwam het onderwerp voor een nieuwe act voor vastelaovend dit jaar toch weer telkens ter sprake, zo ook deze avond. Echt iets zinnigs kwam er niet uit maar ook dat is niet ongebruikelijk. De Cirremoniemeister wilde nog met de trein naar huis en verliet het café. Niet veel later realiseerde de achtergebleven stamleden dat het wel zo aardig was om hem aan het station uit te zwaaien. Toen ze op het perron aankwamen stond wel keurig de trein te wachten, de Cirremoniemeister was in geen velden of wegen te bekennen. Ze hadden hem ongezien voorbij gefietst. Toen hij  in de trein zat kon hij alsnog uitgezwaaid worden.  Het was tevens de uitzwaai van 2018.



 

Naar; vorig jaar  / volgend jaar / home